LIJST M

 

MOLIERE, J.B.P.

De Mensenhater

 

Genre: Tragische komedie

Vertaling: Gerrit Komrij

Bezetting: M8 V3

Duur: Avondvullend

Decor: 1

 

Korte inhoud:

Een tragi-comedie in de ware zin van het woord. Dit stuk gaat in wezen over een jonge man die zich niet aan kan passen in het milieu waarin hij geboren is. De concrete conflicten die zich in de loop van het stuk voor­doen zijn hoogst triviaal: er wordt bedrijven lang geharreward over een sonnet dat Alceste slecht vindt en de schrijver, Oronte, goed.

Alceste zegt aan zijn vriend Philinte de vriendschap op. Philinte heeft overdreven complimenten gemaakt aan een mijnheer die hij nauwelijks kende. Hoe kan een allemansvriend een echte vriend zijn? Vraagt Alceste. Wat zijn gevoelens waard als je ze aan de eerste de beste geeft?

Philinte pleit voor inschikkelijkheid, je aanpassen aan de wereld waarin je nu eenmaal leeft.

Oronte verschijnt, hij betuigt vriendschap voor Alceste en vraagt wederliefde op staande voet. Om deze nieuwe vriendschap te bezegelen leest Oronte zijn sonnet voor - zojuist gemaakt - hij vraagt Alceste om zijn meest openhartige mening. Alceste aarzelt - het is niet zo gemakkelijk te doen als hij gedacht had - maar op aandringen van Oronte geeft hij zijn mening: het sonnet is waardeloos. Oronte gaat woe­dend af - en dat was dan de vriendschap van Oronte.

Alceste maakt zijn beminde Celimène hevige verwijten omdat ze met alle mannen flirt. Hetzelfde motief: hoe weet ik dat je van me houdt als je tegen andere net zo dierbaar doet?

Bezoek wordt aangekondigd: Acaste, Clitandre. Zij prikkelen Celimène kwaad te spreken over allerlei vrienden en kennissen. Alceste valt uit: het is geen vriendendienst om tot kwaadspreken op te stoken. Iedereen keert zich tegen hem. Een gerechts­dienaar kondigt een proces met Oronte aan, over het sonnet - is er geen compromis te treffen? Maar Alceste houdt voet bij stuk: het vers is slecht.

Acaste en Clitandre maken een afspraak: wie het meeste succes heeft bij Celimène zal blijven, de ander trekt zich dan terug. Ze worden echter beiden op de vlucht gejaagd door Arsinoë, een wat rijpere dame die zich erg op haar fatsoen voor laat staan en nu de les komt lezen aan Celimène. De jongere vrouw geeft voor iedere steek een dub­bele terug, laat Arsinoë dan alleen met Alceste (Arsinoë ziet wel wat in hem). Arsinoë probeert Alceste te vertellen dat Celimène hem onwaardig is en bedriegt: ze heeft bewijzen. Alceste gaat met haar mee.

Philinte vertelt Elianthe - nichtje van Celimène - over het bizarre proces om het sonnet. Alceste en Oronte hebben de ruzie bijgelegd. Elian­the neemt het voor Alceste op - zij heeft een zwak voor hem - en Philinte zegt dat hij, als Alceste en Celimène zouden trouwen, zelf een kans hoopt te maken bij Elianthe.

Alceste komt, woedend: hij heeft een brief van Celimène aan Oronte gezien en doet nu Elianthe een aanzoek, om zich te wreken. Elianthe houdt af. Er komt een grote scene tussen Celimène en Alceste, onderbroken door de knecht van Alceste die in alle haast komt vertellen dat het proces op springen staat en Alceste de benen moet nemen als hij niet gearresteerd wil worden.

Alceste heeft zijn proces verloren en wil zich nu terugtrekken "in de woestijn". Oronte en hijzelf eisen van Celimène dat ze een keuze zal maken tus­sen de twee mannen. Op dit moment komen Acaste, Clitandre en Arsinoë: een brief van Celimène aan een vijfde minnaar - waarin ze de vier anderen belachelijk maakt wordt voorgelezen. Acaste, Clitandre en Oronte vertrekken om Celimène overal zwart te gaan maken. Celimène besluit haar over­gebleven minnaar, Alceste te accepteren - maar hij wil de woestijn in en dat vindt ze toch een beetje te ver gaan. Elianthe blijkt zojuist een aanzoek van Philinte te hebben aangenomen. Alceste gaat alleen naar de woestijn.

 

Personages:

Acaste en Clitandre: modieuze heren, hoeven niet zo erg jong te zijn: ze zijn oppervlakkig opgezet maar hebben veel dankbare speelmomenten.

Alceste: de man die niet van aanpassen wil weten. In wezen een tragisch perso­nage. Hij heeft veel te geven en hij wordt ook wel gewaardeerd door anderen, maar hij is zo onmo­gelijk in de omgang.

De Bois: knecht van Alceste, een kleinere rol maar leuk.

Oronte: de fat. Hij is in zekere zin geen huiche­laar, hij verlangt wat simpele bewondering voor zijn sonnet heeft van zijn kant alles gedaan en wat hem volgens de gebruiken van het milieu recht geeft op die bewondering, complimenten, vriend­schapsbetuigingen, voorspraak bij machtige per­sonen. Hij begrijpt dan ook volstrekt niet waarom Alceste zo dwars doet. Goede woorden kosten geen geld immers?

Philinte: de vriend. Hij kan wat ouder zijn. Hij is wat meer man van de wereld en is in wezen een zelfgenoegzaam type. Vriendschap ja, maar hij prikkelt Alceste tot excessen en hij gaat strijken met het meisje dat echt van Alceste houdt. Een dubbelzinnige rol.

 

Midden van het hoffelijk gedraaid horen we ineens de taal van stal en keuken.

Agent: (Garde de la Marechaussee): formeel: hij spreekt namens de justitie in een kort scènetje.

Asrinoë: de oude vrijster. Hypocriet en gemeen: de oude geit die nog wel een jong bokje lust. Ont­zettend jaloers op mooiere, jongere vrouwen, een onsympathieke rol maar wel heel dankbaar om te spelen.

Basque: knecht van Celimène: puur formele rol, die best door een dienstmeisjes gedaan kan worden.

Celimène: de jonge, rijke weduwe. Niet alleen een flirt. Ze heeft waarschijnlijk een oude lastige man gehad, ze is nu vrij en wil zich eindelijk amuseren. Ze is op Alceste gesteld, maar waarom doet hij zo moeilijk? Zo lastig? Net als haar eerste man?

Elianthe: het nichtje van Celimène. De gulden middenweg. Ze is goed, lief, verstandig en ze komt voor Alceste op, maar ook voor zichzelf.

 

Gedigitaliseerd: Zomer 2012 door http://www.Adarovzw.be