LIJST M

 

ARTHUR MILLER

Incident in Vichy. (Incident at Vichy).

 

Genre: Drama

Vertaling: Anty Westerling.

Bezetting: M16

Duur: Avondvullend

Decor: 1

 

Korte inhoud:

Het stuk speelt in 1942 in Vichy, toen nog de vrije zone na de Duitse bezetting van Frankrijk.

In een wachtlokaal van een politiehulppost zit een aantal arrestanten op een bank: zes mannen en een jongen van vijftien jaar.

Eén van de mannen is een zigeuner en één is een Mexicaan. Ze weten niet waarvoor ze gearresteerd zijn; ze zijn zo maar op straat opgepikt.

Van sommigen is de neus gemeten en het kan dus een razzia zijn op joden en andere 'inferieure rassen'. Maar het zou ook wel een eenvoudige controle op persoonsbewijzen kunnen betekenen. Vichy zit natuurlijk vol mensen met valse papieren. Ze zijn allemaal bang, al toont de één het meer dan de ander. Marchand, de zakenman, doet nog gewichtig: hij vraagt aan een passerende
bewaker of hij even mag telefoneren omdat hij een belangrijke afspraak heeft, maar hij wordt straal genegeerd.

Lebeau, de schilder, denkt dat het om Arbeitseinsatz te doen is; ze zijn misschien al op weg naar een Duitse kolenmijn.

Bayard, de elektricien, heeft een trein gezien op weg naar Polen en hij heeft gehoord over de kampen daar.

Monceau, de acteur, heeft spijt dat hij niet in Parijs is gebleven, waar hij Cyrano speelde. Hij is naar Vichy gevlucht omdat hij dacht dat het daar nog veilig was.

Leduc, arts en ex-officier, wendt zich tot een majoor, die het lokaal betreedt met een inspecteur en een paar rechercheurs. Leduc zegt dat hij, als kapitein in het Franse leger niet op Frans grondgebied gearresteerd mag worden. Maar één van de rechercheurs smijt hem ruw terug naar zijn plaats.

Er is een kelner van het aangrenzende restaurant onder de arrestanten en hij zegt dat die majoor echt een aardige man is.

Von Berg, een Oostenrijkse edelman en zeker geen jood, is toch ook bang. Hij is uit zijn land weggegaan omdat hij de Nazi's haat en ze tot alles in staat acht.

De zigeuner en de jongen spreken geen mening uit, ze zijn alleen maar bang. Leduc wil een poging wagen om de bewaker aan de deur te overmeesteren en te vluchten. Maar de majoor die even weg is geweest om zichzelf moed in te drinken, overtuigt hem dat ze geen schijn van kans hebben. Als Leduc hem vraagt zijn best te doen om ze hieruit te krijgen, zegt hij dat hij wel gek zou zijn om zijn eigen leven te riskeren voor een ander.

Marchand is de eerste die onder­vraagd wordt. Als hij uit de kamer terug komt heeft hij een witte pas in zijn hand waarmee hij de bewaker passeert. De anderen komen geen van allen terug.

Leduc en Von Berg zijn de laatste. Tot het einde toe kruisen ze de degens over de stelling dat geen mens vrij is van rassen­haat.

Als het dan de beurt is van Von Berg, moet hij toegeven dat hij er ook niet vrij van is en hij gruwt van zichzelf. Hij komt terug met een witte pas en in een plotselinge opwelling geeft hij die aan Leduc

 

Personages:

Bayard: de idealist met open oog voor de realiteit.

Lebeau: een verbitterd mens.
Leduc: de intellectueel.

Marchand: de sluwe zakenman.

Monceau: de romanticus.

Von Berg: de aristocraat.

Geen enkel personage is zwart-wit en alle karaktereigenschappen worden overheerst door de angst.

 

Gedigitaliseerd: Zomer 2012 door http://www.Adarovzw.be