LIJST M

 

ARTHUR MILLER

De vuurproef (The crucible)

 

Genre: Toneelspel

Vertaald: Alfred Pleiter

Bezetting: M10 V10 + figuratie

Duur: Avondvullend

Decor: 4

 

Korte inhoud:

1692. Salem, Massachusets. Een dorpje op de rand van angst: kinderen die sterven, moordpartijen door Indianen, een ge­brekkig rechtssysteem dat leidt tot eindeloze processen. Dominee Parris preekt meer over de hel dan over Gods genade. Sommigen vol­gen hem daarin. Anderen zijn felle tegenstanders.

Een stel meisjes van zestien, zeventien jaar heeft 's nachts gedanst in het bos, naakt, om een pot met een toverdrank, gebrouwen door de zwarte slavin Tituba. Wat is er precies gebeurd? Hebben ze de geesten van de dode kindertjes opgeroepen? Of was het alleen een onschuldig spel? Parris heeft het ontdekt. Nu staat hij aan het bed van zijn doch­tertje, Betty, die er ook bij was, en verlamd is van schrik. Of is ze behekst? Dominee bidt. Hij heeft zijn collega Hale laten komen om hem raad te geven. De meisjes liegen er op los, spreken elkaar tegen. Langzamerhand sluipt het gerucht binnen dat er hekserij in het spel is. Tituba is de eerste die uit angst bekent een verbond met de duivel te hebben gesloten. De meisjes bekennen nu ook. In wilde weg be­schuldigen ze mannen en vrouwen uit het dorp van hekserij.

Er komt een rechtbank die zal moeten oordelen. De meisjes getuigen, worden hysterisch, zien duivels. De een na de ander in het dorp wordt veroordeeld tot de strop. John Proctor, een boer, probeert het tij te keren. Hij overtuigt een van de meisjes, Mary Warren, van de waar­heid. Voor de rechters geeft zij toe gelogen te hebben. Proctor bekent overspel te hebben gepleegd met Abigail, een van de andere meisjes, die om die reden zijn vrouw Elisabeth heeft beschuldigd. De meisjes worden geconfronteerd. Opnieuw spelen Abigail en haar vriendinnen, in hun doodsangst ontmaskert te zullen worden, dat zij de duivel zien, nu in de persoon van Mary Warren. Die opnieuw omgaat. Ze beschul­digt Proctor.

In de cel staat Proctor voor de beslissing of hij zal blijven ontkennen en naar de galg gaan of een leugenverklaring ondertekenen dat hij Satan gediend heeft. Hij twijfelt. Wie is hij dat hij zich zou beroemen op zijn goedheid? Maar uiteindelijk kiest hij voor de galg om daarmee de rechters en allen die hem beschuldigd hebben over te geven aan het Oordeel.

 

Personages:

Abigail: 17, heel mooi, heel sexy, heel venijnig.

Betty Paris: 10, een doodsbenauwd kind.

Cheever: de schrijver van het hof, eigenlijk kleermaker, hij doet alleen maar wat hem gezegd wordt.

Damforth: de ondergouverneur, 60, ernstig, hij heeft een zekere beschaving en een gevoel voor humor, hij is nauwgezet en gewetensvol, er gaat rust van hem uit.

Ds. Hale: de goedmenende intellectueel die te laat merkt in wat voor wespennest hij zich heeft gestoken.

Ds. Parris: fanatiek, achterdochtig, onzeker.

Hathorne: 60, de rechter van Salem, bitter, zonder scrupules.

Herriek: de schout, 30, een aardige man, maar hij moet zijn plicht nu eenmaal doen.

Tituba: 45, negerslavin, bang en dom.

Putnam: een stevige boer.

Vrouw Putnam: radeloos na de dood van bijna al haar kinderen en daardoor weerloos tegen het bij­geloof.

Proctor: een eerlijke boer, emotioneel, trouw. Een grote per­soonlijkheid. Vrouw Proctor: een goede vrouw en moeder.

Giles Corey: 83, een bonk van een kerel, geslepen, nieuwsgierig, standvastig. Fran­cis Nurse: 73, een verstandige oude man.

Mary Warren: 17, onderdanig, naïef, eenzaam, bangelijk.

Mercy Lewis: 18, dik, meedogenloos.

Rebecca Nurse: 72, de oude vroedvrouw. Kalm, waardig, met groot overwicht.

Sarah Good: een oude vrouw, waanzinnig van angst.

Suzanne Walcott: 16, een angstig meisje.

 

Meisjes en figuratie.

 

Gedigitaliseerd: Zomer 2012 door http://www.Adarovzw.be