LIJST M

 

WLADIMIR MAJAKOWSKI

De Wandluis

 

Genre: Komedie

Vertaling: Charles B. Timmer

Bezetting: M12 V3 + figuranten

Duur: Avondvullend

Decor: 1

 

Korte inhoud:

De 'feeërieke komedie' De Wandluis van Wladimir Majakowski is een scherpe politieke satire, die stamt uit de Sovjet-Unie van vlak na Lenin 's dood. Maar waartegen het stuk zich kant, valt te bezien. Het bestaat uit twee gedeelten, die slechts door een dun draadje met elkaar verbonden zijn.

De eerste vier taferelen beschrijven de toebereidselen voor een bruiloft van de arbeider Prisypkin die zich tegenwoordig Violin laat noemen, met een nette juffrouw. Het bezit van een vakbondskaart, die immers allerlei privileges geeft, is essentieel bij deze verbintenis, benevens toegang tot de betere kringen. Prisypkin laat zich voor dat doel onderwijzen in fijne manieren, op een wijze die doet denken aan Molières Bourgeois Gentilhomme, en verstoot zijn vroegere verloofde Zoja, die van hem een kind verwacht. Terwijl hij zijn oude strijdmakkers de les leest, schiet Zoja zich een kogel door de borst. De bruiloft, rijkelijk besprenkeld met alcohol, loopt in een ommezien uit op een geweldige vechtpartij; een kachel valt om en het huis raakt in lichterlaaie.

In het vierde tafereel rest de brandweer niets anders dan te constateren: 'Is me dat even een illuminatie! Een theater gewoon, alleen zijn alle handelende personen verbrand'.

In het tweede deel zijn we vijftig jaar, ofwel 'tien vijfjarenplannen' verder. Dit is dus een toekomstdroom, een futuristisch visioen dat door Majakowski met uiterste consequentie is doorgedacht. Hierin is het land zo goed als uitgeorganiseerd. De techniek is tot volmaaktheid voortgeschreden en heeft de taak van hand- en hoofdkracht overgenomen. De mensen zijn tot gelijkgeschakelde machines geworden, die alleen nog collectief optreden en bij wie emoties zijn vervangen door 'rationeel over het hele leven verdeelde energie'. Deze volmaakte orde wordt verstoord door, jawel, het per ongeluk in ijs ingevroren 'fossiel' Prisypkin die met een zich in zijn pels bevindende wandluis, door verbluffende reanimatietechnieken tot leven is gewekt. Alleen Zoja, die wel met haar tijd is meegegroeid, en een professor weten nog hoe het vroeger was. Onder invloed van de 'bedwantsius normalis' en de 'burgermanius vulgaris' doet zich een explosie voor van drankzucht, romantische verliefdheid en 'epidemische gluiperigheid'. Prisypkin wordt in een glazen kooi tentoongesteld, waar hij het toegestroomde publiek een paar woordjes mag zeggen: 'Dat kun je best, als je de uitdrukking, stem en taal van de mens maar goed nabootst'.

 

Personages:

Directeur van een dierentuin

Elzevira Renessans: bruid

Oleg Bajaan: troubadour en selfmade man

Prisypkin: alias Pierre Violin, gewezen arbeider

Professor

Rozalia Pawlowna Renessans: moeder van Elzevira Renessans

Zoja Berjozkina: arbeidster

 

Veel figuranten die met hun functie aangegeven zijn.

 

Gedigitaliseerd: Lente 2012 door http://www.Adarovzw.be