|
Inleiding tot de Commedia dell’arte
De laatste jaren stelde ik een groeiende
belangstelling vast voor de commedia dell’arte.
De producties van bekende stukken uit die
periode door beroepsgezelschappen werkt dat
zeker in de hand. Onder invloed van een steeds
betere dramatische vorming gaan beoefenaars van
amateurtoneel op zoek naar een eigenheid in vorm
en zeggingskracht, die aansluit bij hun middelen
en mogelijkheden. De Commedia dell’arte trekt
hen aan als een magneet. En dat is logisch,
omdat de basis van deze toneelvorm veel
gelijkenis vertoont met het hedendaags
amateurtoneel.
De voornaamste kenmerken van de commedia
dell’arte
1) De voorstellingen waren grotendeels
improvisaties.

Ter verduidelijking wil ik er op wijzen, dat
voor de Commedia dell' arte niet veel theater
bestond, dat toegankelijk was voor de modale
burger. Ik spreek hier over het eind van de
renaissance. De meest beoefende vorm van wat
voor toneel zou kunnen door gaan waren de
mysteriespelen, die een opvoedende rol speelden
in de geloofsverbreiding.
Voor de adel en de gegoede burgers werden
teksten voorgedragen door beroeps (spelers).
Verder probeerden allerhande jongleurs een
schamele boterham te verdienen op markten,
circussen en dergelijke. Uit dit allegaartje is
de commedia dell'arte gegroeid.
Enkele jongleurs, aan de kant gezette
beroepsspelers, bedelaars, een verdwaalde
monnik, een werkloze vrachtvoerder enzovoort
sloegen hun middelen en kunnen bij elkaar en
vormden samen een rondreizend gezelschap dat op
deze manier aan de kost probeerde te komen. Zij
trokken van dorp tot dorp en stuurden iemand
vooruit om plaatselijke verhalen en vertellingen
te sprokkelen. Als het gezelschap dan toekwam,
speelden zij een basisverhaal waarin de
plaatselijke gebeurtenissen door improvisatie
verwerkt waren. Omdat ze er hun kost mee moesten
verdienen, handelden de stukken steeds over het
gewone volk. Er werden nooit machthebbers ten
tonele gevoerd en zeker niet gehekeld.
Natuurlijk was het niet allemaal zo mooi
gestructureerd als hierboven beschreven. Ik wil
alleen duidelijk maken, dat commedia dell'arte
niet “uitgevonden” is en hoofdzakelijk gestoeld
was op improvisatie en de drang tot overleven.
Later, onder invloed van bv. Goldoni en Molière
gingen enkele gezelschappen zich vestigen en
hielden er een goed besmeerde boterham aan over.
Maar dan spreken we wel van de 17de – 18de eeuw
Improvisatie is een van de voornaamste kenmerken
van commedia dell'arte.

2)
De personages staan vast.
Om de improvisatie zo vlot mogelijk te laten
verlopen, werd gewerkt met een beperkt aantal
vaste types.
Ook nu nog zijn voor oefening en training deze
uitgewerkte personages een dankbaar gegeven.
Alle types zijn ontstaan uit het knechtentype en
ondergingen langzaam een evolutie. Pas naar het
einde toe stonden alle types vast en werd er
zeer doelbewust mee gewerkt.
Enkel voorbeelden
De geliefden: (Gli innamorati) Meestal een
ernstig type; rond wie het stuk was opgebouwd.
Zij speelden doorgaans zonder maskers.
De oude mannen: Pantalone en Il Dottore zijn de
bekendste; gewoonlijk komische figuren.
De knechten: (Gli zanni) zijn altijd komisch.
Vertegenwoordigers hiervan zijn o.a. Arlecchino,
Pedrolino, Pulcinella..
Omdat de types vast stonden, moesten de spelers
bij een improvisatie niet meer zoeken naar de
figuur, houding, beweegredenen van hun
personage. Ze konden zij à la carte een bepaald
type neerzetten, dat dienstig was voor de
improvisatie. Daarbij hielpen dan nog de
maskers.
3)
Er werd gebruik gemaakt van halfmaskers
Het gebruik van maskers vinden we terug bij de
tragedies en komedies van de Grieken. Veel is er
echter niet over geweten, omdat de maskers
vergaan zijn. Maar afbeeldingen bewijzen dat ze
gebruikt werden.
In de Romeinse tijd werden ook al maskers
gebruikt om vaste types neer te zetten. Soms
werden ze zelfs misbruikt; o.a. door een
gemaskerde speler, die op het einde van het stuk
moest vermoord worden, te vervangen door een
Christen slaaf. Bijgevolg keerde de kerk zich
tegen deze kunstvorm en beschouwde ze als
decadent en verdorven.
Toch werd toneel nooit helemaal verbannen en
werden toneelspelen nog gebruikt ter lering van
de gelovigen. In Mysteriespelen treden
bijvoorbeeld types op, die met afschuwelijke
maskers getooid de duivel moeten voorstellen.
In de renaissance werd met het masker vooral het
komische benadrukt.
Later is het gebruik langzaam verdwenen. Daartoe
waren twee belangrijke oorzaken.

Enerzijds dwong de “herkenbare
waarschijnlijkheid” van de personages het masker
tot een marginaal bestaan. Anderzijds was er de
drang tot er- en herkenning van de kunstenaar,
een belangrijk gegeven in het teloorgaan van de
maskers.
Als moderne variant op het maskertype kennen wij
nu vooral Deypes, Charlie Chaplin en de meer
eigentijdse Rowan Atkinson (Mr. Bean). Zij maken
gebruik van een nadrukkelijke grime en een
maskerachtige mimiek, met een komisch effect tot
gevolg. Ooit noemde men de rode clownneus wel
eens: het kleinste masker.
De voornaamste types uit de commedia dell' arte:
Het is belangrijk te weten, dat oorspronkelijk
alle commedia dell'arte types uit de
Zanni-figuur (knecht) zijn ontwikkeld. Bovendien
heeft in de commedia dell’arte de vaste
rolverdeling zijn uiteindelijke vorm min of meer
bereikt.
De commedia dell'arte groep bestond uit tien tot
vijftien spelers en kunnen in volgende
hoofdgroepen onderverdeeld worden.
- Gli Innamorati: (de geliefden) Meestal
serieuze personages waarrond het intrige van de
voorstelling draait. Zij treden doorgaans
ongemaskerd op. Over het algemeen zijn het goed
opgevoede, welgemanierde zonen en dochters van
Gli Vecchi (oude mannen). Zij hebben maar één
doel, namelijk: bij elkaar zijn. Zij maken het
belangrijkste van de intrige uit, omdat alles
rond hun perikelen draait. Zij schuwen geen
enkele list of bedrog om hun doel te bereiken,
al zijn de Gli Zanni (knechten) meestal de
uitvoerders.
- Gli Vecchi: (de oude mannen) Meestal, maar
niet altijd, komische types, waarvan Pantalone
en Il Dottore de bekendste zijn.
Zij treden vaak op als vaders van de geliefden
en dwarsbomen hun kinderen. Veelal vinden ze
zichzelf een begeerlijke partij voor jongere
vrouwen.

Pantalone is het vrekkige type, met huwbare zoon
en dochter. Voor zijn dochter probeert hij op
alle mogelijke manieren een bruidsschat te
voorkomen. Van dat type geeft Louis de Funès een
prachtige vertolking in de film “de vrek” van
Molière.
Naast de hypernerveuze Pantalone is Il Dotore
een statische figuur. Hij geeft zich graag uit
voor een intelligente man, maar is in feite een
blaaskaak. Hij wil constant het woord hebben en
iedereen moet aan zijn lippen hangen.
- Il Capitano: Een opvallende eenzaat met
meestal een komische inslag. Een echte snoever.
Heeft de meest fantastische gevechten geleverd.
Alle vrouwen liggen aan zijn voeten. Hij is als
het ware te voet naar de hemel en de hel
geweest. Maar als puntje bij paaltje komt, is
hij een angsthaas. Als hij verliefd is wordt hij
de dupe van zijn eigen opschepperij.
- Gli Zanni: (De knechten) Zij zijn altijd
komisch en dragen maskers. De belangrijkste
vertegenwoordigers zijn, Arlechinno, Brighella,
Pedrolino en Pulcinella.
Tot de laatste groep behoren ook Colombine, “de
meid”, die echter pas in de zeventiende eeuw is
ontwikkeld, toen vrouwen vaker begonnen op te
treden. Elke groep kent minstens twee Zanni,
doorgaans meer. Zij zorgen voor de vooruitgang
van het plot, de komische intermezzo’s en de
nevenintriges.
Arlechinno is de meest bekende. Hij is de
toegewijde knecht, wiens wel en wee gepaard gaat
met dat van zijn meester. Hij is onberekenbaar
en wispelturig, maar altijd te goeder trouw.
Zijn “briljante oplossingen” zorgen steeds voor
nieuwe problemen.
Brighella is zowat het tegengestelde van
Arlechinno, vandaar dat ze vaak samen aantreden.
Hij schuwt nooit een gevecht, heeft lef en is
niet vies van diefstal. In latere perioden
ontwikkelt hij zich tot “kleine zelfstandige”.
Pedrolino fungeert als tegenhanger voor de
levenslustige Arlechinno en is altijd een blok
aan diens been. Eerder introvert, stil, een
beetje dom en bruikbaar als knecht van de
knecht. Molière verfranste hem tot Pierrot en in
Vlaanderen kennen we hem als Paljas.
Pulcinella is oorspronkelijk een kwaadaardig
knechtentype. Hij is wreed, grof en lomp. Vaak
is hij getrouwd. In Vlaanderen ontwikkelde hij
zich tot de sympathieke Poeschenelle. Nederland
houdt het bij Jan Klaasen. En Duitsland kent de
Hanswurst.
Columbine ontwikkelde zich tot de intelligente,
gevatte dienstbode, die een sleutelrol heeft bij
de goede afloop van het intrige. Zij heeft over
het algemeen een vertrouwensfunctie bij haar
meesteres. Soms zien we haar ook als kletskous
of koppelaarster.

Bij het ontstaan van de commedia dell'arte
bestond de voorstelling uit een zeer hoog
percentage improvisatie. Later ontwikkelde de
commedia dell'arte zich en werd het
improvisatievermogen sterk beperkt.
Maar die beperkingen deden zich vooral voor in
het “officiële” theater, waar de medewerkers
grotendeels konden lezen en schrijven. Hoe het
er aan toe ging in het meer informele theater
kunnen we alleen maar gissen.
Persoonlijk denk ik, dat er net als nu een soort
“beroepsgezelschappen” bestonden, die de toon
aangaven, en een soort “amateurgezelschappen”,
die hoofdzakelijk de trends volgden. De stukken
waren haast altijd komedies, het onderwerp een
gedwarsboomde liefde en de oplossing werd door
de knechten en meiden aangebracht.
De voorstellingen hadden een vaste klassieke
structuur. Drie bedrijven van 20 minuten tot een
half uur.
Heel anders dan het hedendaagse theater waren de
“intermezzi”. Zij hadden niets te maken met het
handelingsverloop en de circusacts kwamen hier
goed tot hun recht.
Alle spelers waren bedreven in een of andere
variétéachtige techniek, die naargelang de
behoeften in de pauze werd gebruikt om - net als
nu - de beurs te spekken van de omstaande
handelaars.
Daardoor verwierven de groepen zich stilaan een
vaste stek op markten en waren zij graag geziene
gasten.
Laat het ons beschouwen als een voorloper van
“sponsoring” en "reclameblokken".
De “intermezzi” worden nu nog steeds gebruikt,
maar ze worden anders ingevuld.
Een andere techniek die ook nu nog in variaties
gebruikt wordt is de “lazzi”.
Een lazzi diende om de aandacht van het publiek
gevangen te houden terwijl er zich ergens anders
op de scène iets afspeelde dat weliswaar moest
gebeuren maar waar liefst de aandacht niet op
gevestigd werd. De schielijke opkomst van een
personage,
of het snel omkleden van een acteur….

Een oeroud voorbeeld van een lazzi is “het
vangen van een vlieg”.
Een personage ziet een (denkbeeldige) vlieg,
volgt haar, probeert haar te vangen, vangt haar,
laat haar terug ontsnappen, enz. Het orkest
bewees hierbij natuurlijk ook goede diensten.
Alles werd in grote lijnen vastgelegd in een
draaiboek.
In dat draaiboek werden een aantal elementen
opgenomen die we nu nog steeds terug vinden in
de hedendaagse scenario's.
Het eerste punt in “de voorgeschiedenis” bij de
commedia dell'arte wordt het “argomento”
genoemd. Hierbij wordt een fictieve
voorgeschiedenis bedacht die het
handelingsverloop in het stuk mogelijk maakt.
Het is prettig om weten voor de acteurs en ze
kunnen er ook op terug vallen als er problemen
zijn met hun personage of handelingen.
Op mijn website vindt u een hulpmiddel bij het
maken van een “argomento” in de vorm van “Tips
bij het maken van een rolbiografie”.
Tweede punt is het “scèneverloop”. Hierbij wordt
een korte beschrijving gegeven van elke scène
afzonderlijk. Dit is een erg nuttig instrument
om acteurs een houvast te geven. Een
onderliggend weefsel dat hen help met tekstleren
en inleven op de scène. Per scène wordt ook
vastgelegd wat de personages zeker moeten
zeggen/spelen om het handelingsverloop zonder
problemen te laten doorgaan.
Derde punt: een rekwisietenlijst. Vooral de
toneelmeester heeft hier baat bij.
Vierde punt: per scène een aantal
plaatsaanduidingen.
Vijfde punt: een lijst met de mogelijke plaatsen
waar een lazzi moet plaatsvinden. Aangezien het
gebruik van lazzi een beetje in onbruik is
geraakt, is deze lijst niet meer belangrijk als
we hedendaags toneel brengen. Maar als
theatermakers moeten wij wel bewust zijn van het
bestaan en gebruik ervan.
Men gebruikte dus geen uitgeschreven teksten,
maar de acteurs moesten zich toch goed
voorbereiden door het scenario goed in te
prenten. Zij werden natuurlijk flink geholpen
door het steeds weerkerende intrige.
Besluit:

In het hedendaagse amateurtoneel kunnen we twee
stromingen onderscheiden.
Enerzijds diegene die commedia dell'arte in zijn
zuiverste vorm willen brengen en naar een zo
getrouw mogelijke benadering van deze speelstijl
streven. Daarbij staat de acteur centraal in de
productie. Maar! Die acteur moet dan wel een
langdurige intensieve training willen ondergaan
om zich deze stijl eigen te maken. Improvisatie
lijkt makkelijker dan het is.
De ander stroming maakt eerder gebruik van de
ingrediënten van deze stijl om eigentijds
theater vorm te geven. Hierbij is vooral de
dramaturgische vorming van de regisseur van
groot belang. De regisseur moet zeer goed kunnen
inschatten welk effect bepaalde elementen op het
publiek kunnen hebben.
Wat u hier gelezen hebt is zeker niet volledig.
Het is enkel een inleiding met een korte
beschrijving van de voornaamste elementen.
Laat het een aanleiding zijn om zelf dieper te
gaan graven in de wondere wereld van de commedia
dell' arte.
Vanzelfsprekend zou ik deze bladzijden niet
kunnen geschreven hebben zonder de noodzakelijk
documentatie.
Grote leidraad voor mij waren:
“De geschiedenis van de commedia del' arte” door
R.L. Erenstein.
“Handboek voor amateurtoneel” van Hein Ceelen |