|
Basisstructuur van een dramatisch werk.
De basisstructuur van een dramatisch
werk is steeds eenvoudig.
Juist omdat het zo eenvoudig is zal de
maker van een dramatisch werk zijn
werkstuk steeds omringen met veel
bijkomende versierselen.
Wij (regisseurs) als vormgevers van een
dramatisch werk dienen ons heel werk te
kaderen binnen de basisstructuur van de
schrijver.
Daarom is het zo belangrijk dat wij weet
hebben van het bestaan van die structuur
en dat wij over een elementaire
basiskennis beschikken om ons niet te
laten afleiden door de versierselen.
Een schrijver zal er geen bezwaar tegen
hebben dat we zijn werk interpreteren en
in eender welke vorm gieten, zolang we
maar niet raken aan zijn basisstructuur.
Eens de basisstructuur gekend zal je
merken dat een dramatisch werk een bron
van inspiratie is voor ons, vormgevers,
waarbij wij onze creativiteit binnen
ruime grenzen de vrije loop kunnen
laten, zonder afbreuk te doen aan de
doelstellingen van de schrijver.
Om de basisstructuur te vinden moeten
wij eerst de protagonist en de
antagonist vinden en het elementair
conflict bepalen
1) Protagonist: de
protagonist = hoofdrolspeler -
voorvechter (hij is "pro"- voor, hij
wil iets) is een personage dat meestal
(dus niet altijd) aanwezig is op de
scène tijdens het begin van het stuk.
(de inleiding)
Op het ogenblik dat alle basiselementen
van het stuk duidelijk zijn voor het
publiek (de toon is gezet, de
voornaamste W's Waar, Wanneer, Wie
bekend) zal de protagonist een doel
(streven) bekend maken.
De protagonist is het enige personage
dat door het verloop van het stuk een
duidelijke verandering zal ondergaan.
2) Antagonist: de
antagonist = iemand die een
tegenovergesteld standpunt inneemt, de
tegenstander van de protagonist (hij is
"anti"- tegen - tegengestelde van de
protagonist)
Op het ogenblik dat de Protagonist zijn
doel bekend maakt zal er een tegenkracht
opduiken.
Deze tegenspeler (antagonist)zal het
doel (streven) van de protagonist
trachten te belemmeren en daar al dan
niet in slagen.
De antagonist zal door het verloop van
het stuk geen verandering ondergaan.
De antagonist en protagonist hebben dus
een tegengesteld doel.
Het conflict (Waar gaat het stuk over,
Waarover wil de schrijver met ons in
dialoog treden) kan duidelijk zijn voor
het publiek Dit moment noemen we het
motorisch moment. De voornaamste spelers
(Wie) en het doel (Waarom)zijn gekend
Het stuk (conflict) kan van start gaan.
Tijdens de ontwikkeling van het stuk
(crisis) krijgt de protagonist met
allerlei invloeden (scènes) te maken die
zijn doel(streven) positief of negatief
zullen beïnvloeden.
Om een onderscheid te maken tussen het
stuk en de invloeden die de protagonist
meemaakt spreken we van scènes.
Elke invloed (scène) kunnen we
beschouwen als een afzonderlijk stuk en
is dus ook onderworpen aan het hier
beschreven schema.
Bovengenoemde scènes moeten steeds van
invloed zijn op de afloop van het stuk.
Dus de afloop van elke scène zal steeds
de afloop van het stuk in positieve of
negatieve zin beïnvloeden.
Bovenstaande opmerking is gevaarlijk,
zij opent de weg om schijnbaar naar
believen in een stuk te gaan schrappen.
(bijschrijven zal al wat moeilijker
zijn)
Ga er echter steeds van uit dat een
schrijver geen idioot is, en dat hij bij
het schrijven van zijn stuk uitgaat van
dezelfde basisregels.
U zal dikwijls merken dat schijnbaar
zinloze scènes, geplaatst binnen de
juiste context, juist de belangrijkste
scènes uit een stuk zijn.
Het einde van de crisis en dus ook het
einde van het conflict noemen we de
Peripetie. Uit de Peripetie zal blijken
of de protagonist uiteindelijk zijn
doel(streven) bereikt heeft. (positief
of negatief)
Uit deze afloop blijkt ook met welk
soort stuk we te maken hebben. (alhoewel
dat meestal reeds door de schrijver
vermeld word)
Bovenstaande structuur van een
toneelstuk kunnen we omzetten in een
simpel voorbeeld.
Inleiding:
Een jongen en een meisje zijn verliefd
op elkaar.
Protagonist en motorisch moment:
De jongen wil trouwen.
Antagonist:
De jongen vraagt de vader toestemming.
Crisis en Peripetie:
De vader twijfelt, zegt ja, en ze
trouwen met happy end. Of, de vader
twijfelt, zegt neen en dan is het einde
een trieste mislukking.
Dit simpel voorbeeld is natuurlijk te
weinig om een heel stuk mee te vullen.
Vandaar dat we de crisis gaan
uitbreiden.
Als de jongen een negatief antwoord
verwacht, gaat hij niet zomaar de hand
van het meisje vragen, maar zoekt hij
eerst hulp bij de moeder. Hij gaat geld
verdienen om een goede indruk te maken,
de buurman chanteren om hem te helpen
enz..
Let wel op in bovengenoemd voorbeeld wil
de jongen alleen maar trouwen,
vanzelfsprekend zal hij dat
oorspronkelijk willen met het meisje
waarop hij verliefd is, maar, dat is
niet noodzakelijk om zijn doel te
bereiken.
Als het antwoord negatief is formuleert
de jongen een nieuw doel,(dat wel
ondergeschikt is aan zijn eerste doel)
hij gaat het meisje schaken, als dat
mislukt gaat hij de vader uit de weg
ruimen, een ander meisje zoeken
enzovoort.... Uiteindelijk zal hij al
dan niet slagen in zijn streven,
namelijk, "trouwen".
Meestal volgt na de Peripetie (de jongen
trouwt al dan niet) nog een lering (de
moraal van het verhaal) in ons voorbeeld
zou dat kunnen zijn" trouw binnen uw
eigen stand".
De laatste decennia werd er veel
geëxperimenteerd met het bovengenoemd
schema. Vooral de Peripetie kwam onder
vuur te liggen en schrijver schrappen
die nogal gemakkelijk omdat zij hun
eigen stelling niet willen opdringen aan
't publiek.
De ervaring leert dat het publiek dit
niet apprecieert, zij krijgen geen
duidelijk antwoord op de problemen die
er gesteld zijn in het stuk, en zij gaan
naar huis met een gevoel van onvrede.
De hierboven beschreven structuur is
elementair, er zijn door de eeuwen enorm
veel varianten op gemaakt, maar deze
varianten gaan allemaal uit van dezelfde
elementaire structuur.
Als U met deze structuur in het
achterhoofd naar toneel, film en
televisie gaat kijken, gaat U steeds
meer respect krijgen voor de
creativiteit van auteurs en acteurs.
Naargelang U steeds bedrevener wordt in
het gebruik van deze elementaire
structuur zal ook Uw eigen creativiteit
zich steeds verder ontwikkelen en zal er
een nieuwe wereld voor U opengaan.
Deze theorie is slechts een basis en
behandelt zeker niet alle aspecten.
Bovendien werd zij geschreven door een
goed menende amateur die zelf ook niet
alle antwoorden kent.
Zij wordt echter wel bevestigd door
dertig jaar praktische ervaring en een
onderdeel van mijn eigen opleiding.
Laat deze theorie een aanzet zijn om
zelf te gaan nadenken en steeds meer te
leren.
Een goed boek waarin meer uitleg staat
over boven beschreven structuur is
"Handboek amateurtheater" dat
samengesteld werd door "Nederlands
centrum voor amateurtheater". Het wordt
verspreid door "Distributiecentrum voor
uitgevers" Santvoortbeeklaan 21-23 2100
Deurne/Antwerpen 03/360.02.11
Elke keer dat een tekst wordt
gepresenteerd, toont de regisseur, als
product van tijd en omstandigheden, zijn
lezing van de tekst en geeft daarmee een
beeld van de samenleving zoals die op
dat moment gezien kan worden.
Hebt U opmerkingen, ideeën of vragen?
Aarzel niet!!! Ik leer graag bij. |