|
Vlaanderen. Een
middelgrote provinciestad. Vrijdagavond.
Tien november 2006. Zeventien uur. Een
rode Renauld Scenic RXE 1.6 16V AUT
verlaat de ondergrondse parking aan de
Elektriciteitstraat. Achterin een grote
grijze reistas Trans Ocean. In de
bagageruimte een Pioneer
Stereo-cd-casettendeck-reciever XR-A6800
en een notebook Toshiba Satelite
A100-534. Aan het stuur een vijftiger.
Eén van de 2.500.000 grijze muizen. Eén
van zijn armen heeft hij thuis gelaten.
Op de passagierszetel een
wegbeschrijving gemaakt met Route 66.
Bestemming. Dommelhof Neerpelt.
Verspreid over heel
Vlaanderen starten een 20 tal creaturen
van beider kunnen met dezelfde
bestemming, hetzelfde doel. De inhoud
van de bagageruimte varieert. Maar één
zaak hebben ze gemeen: de bloederigste
taferelen beheersen hun denken. Ze
hebben slechts één doel, de gruwelijkste
scenario’s die hun breinen kunnen
bedenken om te zetten in beelden.
Slechts één woord beheerst hun denken:
horror.
Bovenstaande zou het begin kunnen zijn
van een nieuwe bestseller van de Vlaamse
“meester van de suspens”. Maar laat het
ons houden op de aanzet naar een
beschrijving van het regieweekend met als
thema “Horror”
Sinds begin 2006
verzamelt de groep regiecursisten, onder
impuls van “Opendoek-vzw”, om het vak
regie onder de knie te krijgen. Elke
deelnemer heeft een eigen verhaal en
motivatie om deel te nemen. Maar
allemaal worden ze gefascineerd door
toneel. En allemaal willen ze weten hoe
dat werkt. Wat doet een regisseur met
wie, waar, wanneer en waarom. Paul
Debruyne is de man die alle antwoorden
uit zijn mouw schudt. Of beter
geformuleerd: hij zet hen aan het
denken, bakent een weg af, laat hen zelf
de antwoorden vinden en stimuleert om
grenzen te verleggen.
Paul en
zijn gastdocenten belichtten al
verschillende disciplines. Het thema
komedie leverde meerdere hilarische
scènes op? Tegelijk werd er op een
ontspannen manier een fijne groep
gesmeed. Via drama en klucht belandde de
groep dan bij het meest
onwaarschijnlijke dat je op de scène
kunt brengen. Horror.
Vorig weekend werd reeds
een smalle basis gelegd door een bezoek
te brengen aan
Akindo, waar kennis gemaakt werd met de
ruimte en de onmiddellijke omgeving. Er
werd een tekst van
Maeterlinck
(Belgische Nobelprijswinnaar) naar voor
geschoven waarvan de slotmonoloog moest
gebruikt worden om ter plekke een
horrorproductie te brengen. Er werd ook
gevraagd om ruimte en materialen te
onderzoeken en te gebruiken.
Na de
vakantieperiode krijgen we een partner
in crime toegewezen waarmee we samen een
concept op papier zetten. E-mail is
daarbij een prachtige aanvulling van
telefoon en/of de gezamenlijke pint.
Langzaam maar zeker kregen ook de
docenten zicht op wat er te gebeuren
stond en waar nodig werd bijgestuurd.
En daar
kwamen ze dan. Eén al wat meer beladen
dan de andere. Sommige met een
camionette vol belichtingsmateriaal,
andere met een potlood en bic.
“Opendoek” had ook een duit in het zakje
gedaan waardoor een gigantische berg
licht, boosters, woofers, kabels,
verdeelkasten, stekkers, kleurfilters
enzovoort de centrale ruimte in beslag
nam.
Een
laatste verkenning van de gekozen
ruimte. Toch nog even het concept in
vraag stellen en dan kon begonnen worden
met de gruwel waar maanden aan
voorbereid was om te zetten in spel.
Bedden en kasten werden weggeschoven,
kabels slingerden als slangen door het
gebouw, muziekinstallaties werden
geïnstalleerd. Akindo transformeerde van
een vroeg 19de eeuwse
rijkeluiswoning in een hypermodern
theaterhuis waar de
elektriciteitinstallatie danig op de
proef werd gesteld. Niet alleen het huis
werd onder handen genomen. Op drie
verschillende locaties werd ook de
natuur in dienst van de horror gesteld.
Zaterdag
werd heel de dag verder voorbereid. De
ene groep kwam al snel tot repeteren, de
andere moest nog meer sleuren en
sjouwen. Kostuums werden op het laatste
moment aangehaald. Veel materiaal werd
terug aan de kant gezet. Eindelijk
kregen de begeleiders de eerste versies
te zien van wat er uit de concepten was
voortgevloeid. Er werd doorgepraat,
bijgestuurd, veranderd. De eerste
frustraties doken op en door het
docententeam vakkundig geminimaliseerd.
Een vrijwillige docent kwam er bij,
gewoon voor het plezier, vanwege de
fijne groep en omdat hij na vorig
weekend gefascineerd was geraakt door
wat de groep allemaal bereikte.
Muziek
schalde door het gebouw, ijselijke
kreten werden vakkundig opgenomen,
verandert, aangepast en nog maar eens
met de nodige decibel door het gebouw
gestuurd. Stilaan kreeg de chaos vorm.
Terwijl
dit allemaal gebeurde, praatte Paul met
elke cursist apart. Hij nam zijn
functioneren als regisseur door,
beschouwde zijn plaats in de groep,
peilde naar de toekomstige verwachtingen
en deed een persoonlijke bevraging naar
een mogelijk concept voor volgend jaar.
De avond
naderde. Gelegenheidstoeschouwers
dienden zich aan. Wat kon werd nog uit
de weg geruimd en verdween weer in de
centrale ruimte. De toeschouwerruimtes
werden klaar gemaakt. Een laatste zucht.
De laatste repetities. Nog enkele
aanwijzingen. En dan even bijkomen in de
keuken. Even bevragen of de
voorstellingen misschien vroeger konden
beginnen. Blijkbaar kon dat. Goed zo. En
dan! De suspens waar iedereen voor
gevreesd had, de ultieme horror voor de
groepjes buiten. De alarmkreet die
iedereen gevreesd had. Regen!!!!
Vliegensvlug komen de regenjassen,
paraplu’s, en afdekzeilen voor de
apparatuur boven. Klaar of niet. Het
horroruur was geslagen.
Wat er te
zien was, is moeilijk te beschrijven.
Hierna toch een kleine impressie van de
zeven fragmenten.
- Een
schijnbaar eenvoudig kampvuur waar een
zoekgeraakte niet gevonden wordt, maar
waar een met bloed besmeurd bijl voor
zichzelf spreekt. Angst, frustratie.
- De
koning van het bos waar de kreupele zijn
Tintagiles achter moet laten. Prachtig
uitgelicht. Ontroerend.
- Een
spookachtig verdwijnen van Tintagiles
tussen de geesten van het bos. Wanhoop,
woede, verdriet.
- Een
heerser wiens schaduw prachtig word
uitgelicht doet zich tegoed aan
Tintagiles. Gruwelijk.
- Een
vrouw gaat in het kleinste kamertje op
zoek naar verloren Tintagiles in
zichzelf. Beklijvend.
- De
traphal als centraal punt voor de
zoektocht naar Tintagile. Ook hier een
schitterend beeld dat de actrice dient
en ondersteunt. Kippenvel.
- Twee
onwezenlijke creaturen willen alleen
maar horror zien. Schitterende muziek
stapelt hun gevoelens naar een bloederig
hoogtepunt.
En zo was
het hoogtepunt van het weekend bereikt.
Nog een welverdiend laatste pintje, even
nakaarten op Dommelhof en enkele uurtjes
bedrust. Het
ontbijt onverbiddelijk om 8.30. Na
enkele uurtjes opruimen ligt Akindo er
weer normaal bij. Middag. De
vogelnestjes smaakten.
Een
laatste bespreking. Wat is er gebeurd?
Waar was het moeilijk? Wat hebben we
beleefd, ervaren, geleerd?
Een
algemene bespreking die iedere deelnemer
de komende weken en maanden ook voor
zichzelf zal maken, of alleszins moet
maken om de lessen naar volgend weekend
door te trekken.
Er
werden toekomstplannen voor volgend jaar
voorgelegd, bevraagd, bekritiseerd. En
dan volgde het afscheid, voor sommigen
een vaarwel. Maar de meeste zwaaiden
“tot ziens!”
Vlaanderen.
Een middelgrote provinciestad.
Zondagavond . Dertien november 2006.
Zeventien uur. Een rode Renauld Scenic
RXE 1.6 16V AUT rijdt de ondergrondse
parking aan de Elektriciteitstraat
binnen. Net op tijd om te genieten van
de overwinning van Henin. De horror is
voorbij.
Uw
dienaar, Oberon I van Mechelen
|