Terug naar de lijst via de - "terug - " toets
van je browser.
Het Virus
Bob Mendes
Genre: thriller in vier
bedrijven afwijkend van de klassieke whodunit
Bezetting: 2 d- 5 h +PC stem
"Trigger" + figurant
Duur: ongeveer 2u
Decor: 1ste, 2de , 3de bedrijf: Dubbel kantoor - 4de Bedrijf:
Directie kantoor concurrent
Korte inhoud:
Bart Meys,
inspecteur van de Bijzondere Belastingsinspectie komt de boekhouding van Foodpack verifiëren. Hij moet het opnemen tegen de
geëmancipeerde Nora Gevers, mede-eigenaar en vrouw van afgevaardigde bestuurder
van Walter Sloten. Het onderzoek van Meys brengt aan
het licht dat in de onderneming op grote schaal wordt gefraudeerd.
Het Brein achter de misdaad
is Walter Sloten. Hij heeft een duivels plan uitgewerkt om de eigen zaak (en
die van zijn vrouw) leeg te roven en wordt daar op meer dan één manier bijgestaan
door de programmeur, zijn vriend(in) Mario. Langzamerhand blijkt dat Bart Meys te veel van informatica af weet om aan de stereotiepe
opvattingen van een belastingsambtenaar te beantwoorden. De vraag rijst of hij
wel belastingsinspecteur is? Als hij dat niet is, wie is hij dan wel en wat is
zijn doel. Trigger, de medewerker van Meys, is een geavanceerde computer met spraakfrequentie kanaal.
Hij verdient nog het meest de kwalificatie van meesterbrein, want hij slaagt
erin de beveiligde bestanden van het bedrijf te kraken en de bedrieger (Walter
Sloten) het masker af te rukken.
Maar tenslotte zal blijken
dat het ware meesterbrein Nora Gevers is. Zij heeft, zonder dat de anderen
ervan bewust zijn, iedereen voor haar karretje gespannen en weet haar lang
gekoesterde ambitie te verwezenlijken. Het bedrijf is voortaan van haar alleen.
Personages:
Walter Sloten: afgevaardigd bestuurder
van FOODPACK. Een yuppie
Nora Gevers: vrouw van Walter
Sloten, mede-eigenares van FOODPACK, nonchalant en sportief.
Bart Meys:
inspecteur van de BBI
Gert Broekmans:
Chef-planning van FOODPACK Wat onguur uiterlijk. Bv zwaargebouwde veertiger met
ruig haar en grof gezicht
Lode Kuypers: Hoofdcontroleur
van belastingen, qua kleding en gedrag het prototype van de ambtenaar zo als
in de jaren zestig.
Trigger: Een intelligente (sprekende) portable computer -
Engelse tongval. Mario: Deze rol wordt gespeeld door een vrouw die zich kleedt
als man. Werner Allmann: opvolger van de 80-jarige Dieter Allmann en toekomstige
directeur-generaal van Allplast.
Foodpack: fabriek waar plastic verpakkingsmateriaal
vervaardigd wordt
Allplast: De voornaamste concurrent van Foodpack
Figuranten: luitenant van de
politie. Manschap(pen) m/v + hostess
Uitgeverij: ALMO
Biografie en Bibliografie
Portret Bob Mendes
Door Fred Brouwer
Antwerpen - november 1998
Bob Mendes
is een succesvol thrillerschrijver. Tweemaal winnar van de Gouden Strop voor
het beste boek in dat genre, productief, internationaal gewaardeerd. Zijn
nieuwste "De Kracht van het IJS" maakte hem tot de best verkochte
Vlaming in Nederland en ook bij ons loopt het boek als een trein.
Bob Mendes
is een laatbloeier die pas begon te schrijven toen hij met pensioen ging. Een Sinjoor, al laat zijn naam dat niet vermoeden. In de l8de
eeuw vonden er in Spanje en Portugal Jodenvervolgingen plaats. Veel joodse
Portugezen zijn toen naar Antwerpen afgezakt, ook de Mendessen. Ze zijn via de
diamanthandel eerst in Amsterdam, later in Antwerpen verzeild.
De familie is lange tijd zuiver joods gebleven, maar in de voorbije eeuw werden
ook Vlaamse vrouwen gehuwd. De naam Mendes is via de mannelijke afstammelingen verder blijven
leven. Wat de voornamen betrof, was het de gewoonte om het eerste kind naar de
vader van de man te noemen, het tweede naar die van de moeder. Zo kreeg je in
een gezin vaak een joodse naam, dan weer een christelijke en zo verder. Ik was
nummer drie en heet David.”
Het enige joodse aan de
Mendessen was dus hun naam, toch heeft Bob aan de oorlogsperiode wat wrange
bermneringen overgehouden.
"Ik meldde me aan
voor mijn eerste baan, en moest mijn pas tonen. ‘Mendes
David? Zijde gij ne jood?
Eerst naar het gemeentehuis een bewijs halen dat ge
geen jood zijt ! Anders mochten ze ons niet in dienst
nemen. Een naar gevoel! De oorlog was vreselijk. Vader werd gearresteerd door
de Duitsers, niet als jood, maar omdat hij in het verzet zat. Ik was nog geen
15 jaar, verliet de school en ging werken. In de boekhouderbranche. Vreemd,
maar vanaf het eerste middelbaar voelde ik dat boekhouden iets was uit een
vorig leven. Ik vond accountancy en boekhouding doodgemakkelijk. Ik heb elf
jaar avondonderwijs gevolgd om een universitaire titel te halen. Toen ik 25 was
en afgestudeerd, ben ik onmiddellijk als zelfstandige begonnen.”
Fysieke Ontspanning met
Raad en Daad.
Bob bouwde een bloeiend
accountancybureau op. Ik kwam zijn naam voor her eerst tegen in de jaren ‘60.
Sportfanaat zijnde, verslond ik als tiener de sportpagina ‘S en las met
sympathie over Basketclub Antwerpse en hun aparte voorzitter. Juist, Bob Mendes.
"Basketclub Antwerpse
had enkele jaren kampioen gespeeld, maar de club was arm en moest de beste
spelers verkopen om te overleven. Na de verkoop van René Aerts
en Gibbe Ibens konden ze
onmogelijk een nieuwe titel behalen. Toen werd ik voorzitter. Ik ontmoette via via een sportofficier bij het Amerikaanse bezettingsleger
in Duitsland. Die wist de goede zwarte Amerikanen zitten. Het was net ‘the long
hot summer’ in Amerika, de rassenrellen. Ik dacht: ik
vraag hen om bij ons te komen spelen tot de problemen in Amerika voorbij zijn.
Ik reed met mijn Morriske naar Duitsland, van kazerne
naar kazerne, en wist spelers als Howell, Gates en
Bryant te overtuigen. En... we werden weer kampioen.”
Zo lag Bob zonder meer aan
de basis van de professionalisering van de topsport in ons land
“Op zoek naar geld vond Ik
Ford bereid om te sponsoren: auto’s voor de verplaatsingen en 300.000 fr.
(7.500 euro) per jaar. Daar konden wij zelfs niet één Amerikaan mee betalen. We
betaalden ook niet echt. Ze kregen een vergoeding en daarbij moesten ze een halve
dag gaan werken. Wat die kerels nooit deden Er stond altijd wel een
vriendinnetje voor ze klaar.”
Bob proest het uit.
"Onvoorstelbaar. Eén van hen was vijf dagen bij ons en kwam naar de
training met een gloednieuwe Mustang décapotable.
Cadeau van een schatrijk meisje. Begrijpelijk want het waren ook prachtige
atleten! Goed, ik naar Ford, bedelen voor meer. De directeur was niet happig.
Reclame op de truitjes mocht toen reglementair alleen vóór de wedstrijden. Zij
waren enkel geïnteresseerd wanneer het ook tijdens de wedstrijd kon.
Ik heb urenlang wakker
gelegen, maar plots had ik het idee: de clubnaam wijzigen! Ik maakte er Fysieke
Ontspanning met Raad en Daad van. Dat haalde de frontpagina
’s!
Ik moest voor het Centraal
Comité verschijnen - bijna volledig Franssprekend - en ik was een con, mijn actie was impossible!
Maar ik kon bewijzen dat de nieuwe naam juridisch geen reclame was. Ze moesten
het goedkeuren. Twee weken later werd ik geschorst: tussen de letters FORD
stonden geen puntjes. Dat was hun wraak! Ik heb nooit cadeaus gekregen.
Antwerpen is op dat vlak een slechte stad. Reken er maar niet op dat
Antwerpenaars hun club steunen. Kijk maar naar het voetbal! Een Antwerpenaar is
niet chauvinistisch genoeg.”
Hallo? Zeg dat nog eens
Bob!
"Een Antwerpenaar zou
een dikkenek zijn, wordt beweerd. Het is net
omgekeerd! Wij werden elk jaar kampioen. Waar we kwamen, was het altijd full
house, behalve in eigen house. Ze kenden me van de Europacup en als de man die
de koning van Marokko de hand schudde. Maar, als ik vroeg of ze zelf al één
wedstrijd hadden gezien? "Goe gij"
Dat is een Antwerpenaar! Van succes wil hij meegenieten van op een afstand. Tot
er financieel moet gesteund worden. Clubtrouw kent hij niet."
Met het verdwijnen van Bob
verzeilde ook Antwerpse in een diep dal. Het basket hoofdstuk werd afgesloten,
maar hij bleef sportief bezig.
"Ik tenniste. Ik heb
10 jaar geleden in Nederland het schrijverstoernooi gewonnen. Ik was er de
enige Vlaming. Ik ben nog vaak teruggegaan, maar stilaan werd het de enige dag
van het jaar dat ik mijn racket nog vast nam. Vijfjaar geleden heb ik het golf
ontdekt. Dat speel ik elke namiddag. Enorm! Als je 18 holes speelt, heb je een
wandeling van 10 kilometer gedaan!”
Een Verzetje
De overstap van geslaagd
accountant naar even geslaagd schrijver van thrillers is niet wat je
vanzelfsprekend noemt.
"Ik heb nooit
gedacht: ik word schrijver. Toen ik 50 werd, had ik het gevoel: ik ben jong
begonnen, ik heb mijn deel gedaan. Er was de sport, het reizen, maar ik voelde dat
ik een intellectuele bezigheid nodig had voor die mooie oude dag. Eén van mijn
idolen, toen ik als jonge kerel veel las, was Jan de Hartog. Hij had het
helemaal gemaakt, ook in Amerika. Op een dag kon ik mee met een journalist die
hem ging interviewen in Amsterdam. Misschien beeft die ervaring me enigszins
tot schrijven aangezet. Maar toen twaalf jaar geleden mijn eersteling
verscheen, stond mijn kennissenkring raar te kijken. Een economisch of fiscaal
boek, dat zouden ze nog normaal hebben gevonden, maar een thriller! Mijn
beroepswereld en die thrillers gaan nochtans goed samen. Ik schrijf nooit
klassieke misdaadromans met een lijk op pagina 1 en een inspecteur die
redekavelend door het boek loopt en per ongeluk de oplossing ziet. Mijn figuren
bewegen zich in de politieke en economische wereld van vandaag. Die
achtergronden heb ik leren kennen via mijn werk.
Ik was geen boekhouder met
stofmouwen, ik moest voor grote bedrijven in het buitenland allerlei straffe
zaken bestuderen en oplossen. Iran, Irak, Israël. Zo maakte ik dingen mee die
de normale burger niet ziet en ontmoette ik mensen die je normaal niet ontmoet.
Die lichtten soms dekseltjes van potjes op. Daar put ik nu nog inspiratie uit.
Al reis ik veel minder. Als je ouder wordt, verlang je meer comfort...
Mijn boeken hebben ook een
hoog werkelijkheidsgehalte. Ik vind dat ze maatschappelijk iets moeten
vertellen. Het Heizel drama zit verwerkt in “Een dag
van schaamte”, inclusief de politieoorlog en de politieke verantwoordelijken,
die vier jaar later voor de rechtbank verschenen en... niet werden veroordeeld.
De VDB -affaire zit in De fraudejagers. Link handelt over de zaak Cools en Agusta, vóór iemand wist
hoe het in elkaar zat. Ik ben de eerste die gezegd heeft dat het eigenlijk een
maffia -oorlog was.
Een harde wereld
Bob is uit de zakenwereld
gestapt, maar zit nu als schrijver weer in de stress van een arbeidssituatie.
Of niet?
"Het is bijna een
fulltime job. Hoewel. Ik ga elke dag golf spelen. Ik
werk slechts een halve dag. Dat is ook weer niet helemaal zo, want als je
schrijft werkje altijd. Maar ik doe het doodgraag. Alleen als men mij
lastigvalt, of een hatelijk artikel schrijft waarvan je duidelijk voelt dat het
niets met het boek te maken heeft, maar met persoonlijke haatgevoelens, dan heb
ik het moeilijk. Dan denk ik: nu schrijf je als hobby, en moet je nog laten
beledigen ook! ‘t Is een harde wereld!”
Momenteel wordt De Kracht
Van Het Vuur in Amerika vertaald. Nu ben je helemaal binnen, lach ik.
"Je moet daar geen té geweldig idee van hebben! Wij zijn in Vlaanderen
ongelukkig omdat in dit kleine taalgebied de meeste boeken slechts op 2.000
exemplaren verschijnen. Of minder! In Amerika haalt de doorsnee schrijver -
niet die 10 supertalenten- ook maar 5.000 stuks. Straffer nog: als die doorsnee
schrijver er een boek wil uitgeven, moet hij zelf de kosten dragen.
Vergelding is in Amerika
uitgegeven: 25.000 exemplaren, mooie paperback, 320 frank. Daar verdien ik den
halve dollar op. Geloof me, je moet het vooral doen voor de eer. Als thrillerschrijver
word je in Vlaanderen niet bij de echte literatuur gerekend. Ik heb in
Nederland twee belangrijke prijzen gekregen, hier moet mijn eerste erkenning
als schrijver nog komen. In Amerika ben ik door The Library
of Congress, het hoogste literaire orgaan, officieel ontvangen.
Een lezing in het bijzijn van geleerde professoren, schitterend diner, den
artikel in het bulletin, grote foto, alles erop en eraan. Bij ons stand dat
niet eens in de krant! Daar is, behalve ik, slechts één Vlaamse schrijver
ontvangen: Hugo Claus! Bij ons kan ik niet in één adem genoemd worden met
Claus. Hier vindt men thrillers geen kunst. In de USA wel.”
Gelukkig zijn
"Soms mis ik de
drukte van vroeger. Als ik toevallig nog eens vroeg de deur uit moet, zie ik de
buurman in zijn auto stappen, den paar huizen verder nog één… Dan denk ik: dat
is het! Maar lang duren die gedachten niet. Ik geniet volop van mijn oude dag.
Ik heb een fijne vrouw, toffe kinderen, kleinkinderen... al zijn wij niet het
slag dat leeft om elke dag op die gasten te passen. We wonen heerlijk tussen de
bossen en hebben tijd en geld om van alles te doen! Ik zeg vaak: ik heb geen
jeugd gehad, maar daarna ben ik door het lot verwend! Dit is zonder twijfel de gelukkigste
tijd van mijn leven!”
Leesbrochure bij PBL
Uit de reeks steekkaarten van VVT(S) - Vta 1992
Digitalisering en actualisatie door R.G - februari 2011