Terug naar de lijst via de -
"terug - "
toets van je browser.
Tantes
Geldhof Rudy
Genre: Drama
Bezetting: M8 V13
Creatie: Werkgroep '66 Brugge
22/11/91
Duur: Avondvullend
Decor: Simultaan
Korte Inhoud
3 nichtjes worden
geterroriseerd door 3 tantes.
Het waarom gaat aan hen
voorbij.
Eén van de nichtjes gaat ten
onder aan een "verboden" liefde. De meisjes worden op hun beurt
tantes.
Personages:
3 nichtjes
3 tantes
Vader van nichtje
Schoonzuster van nichtje
Vriend van broer van nichtje
2 jonge kerels 2 koetsiers
Oude vriend
Jonge vriend Jonker
2 dienstmeiden Pastoor
2 mannen
Figuranten
Verkrijgbaar bij: Toneelfonds
J. Janssens
Noot van de beheerder:
Wanneer ik de steekkaart waar ik
mee bezig ben actualiseer ga ik langs verschillende wegen op zoek naar
gegevens. Bij de ene auteur heb je veel resultaat en weinig werk. Bij de andere
ben je soms zelfs niet zeker of de naam wel juist gespeld is. Ik had al één en
ander bij elkaar gezocht over deze auteur en vond dan deze site.
Schitterende site. Maar, niemand
kan voorspellen hoelang deze site online gaat blijven. Daarom heb ik de
voornaamste onderdelen die ons als theatermakers aangaan hieronder praktisch
letterlijk vergenomen. Met dank aan Randy Geldhof.
Rudy zijn grootvader langs moeders kant, Henri Sierens, immigreerde naar Canada in 1902. Hij liet vrouw en
familie achter in het arme Vlaanderen. Hij werkte hard, met het verdiende geld
liet hij zijn vrouw overkomen naar Canada. Na enkele jaren kocht hij
onontgonnen stukken grond op. Door hard labeur beschikte hij nadien over zijn
eigen aantal hectaren vruchtbare landbouwgrond. Graan werd geoogst en diende
voor het verhongerde Europa, dat de Eerste Wereldoorlog meemaakte. Tijdens die
oorlog is Marguerite Sierens geboren op 9 augustus
1915 te St.Alphonse in Canada. Mathilde Fransoo, de moeder van Marguerite, kreeg heimwee naar haar
familie in Europa. Eind 1919 was het Canadees avontuur voorbij en kwamen ze
terug naar Knesselare.
Marguerite trouwde met Rudolf Geldhof (Knesselare 08.07.1916 – Brugge 13.03.1989) op 24 juli 1939.
Rudolf was leerlooier van beroep. Hij had de zaak van zijn vader Karel Geldhof overgenomen aan de Hellestraat in Knesselare. Dan kwam de mobilisatie. In het begin van de
oorlog was Marguerite in verwachting, maar zij verloor haar eerste kindje
tijdens de geboorte op 1 augustus 1941, een dochtertje. Middenin de Tweede
Wereldoorlog werd hun eerste zoon Rudy Geldhof geboren te Brugge op 13 oktober 1942.
Rudy was in 1944, net voor de Duitse aftocht bijna twee jaar.
Eind augustus hadden zijn ouders een jonge verzetsman, die een Duits officier
in de hand geschoten had, bij hen laten overnachten. Midden in de nacht daarop
werd het huis in de Hellestraat omsingeld en volledig doorzocht door de
Duitsers. Met een aanhoudingsbevel voor zijn ouders, om direct meegenomen te
worden naar Aalter voor verdere ondervraging. Rudy sliep als 2-jarige peuter op de eerste verdieping in
zijn bedje. Ondanks het lawaai en het tumult bleef hij rustig doorslapen. De
Duitsers dachten dat de jonge verzetsman zich op zijn kamer bevond. Met het
geweer in aanslag boven het bed van Rudy riep zijn moeder:
"Nicht schiessen, das ist
mein Sohn, Rudy". De Duitse officier, die het bevel voerde, was
vertederd, omdat hij in de heimat ook een enige zoon van die leeftijd had die
Rudi noemde en hijzelf noemde Rudolph net als de
vader van Rudy. Hun arrestatie werd uitgesteld. Drie
weken daarop, op 13 september 1944, werd Knesselare
door de Canadezen bevrijd.
Rudy kende een zorgeloze tijd in Knesselare
kort na de oorlog. Zijn vader leerde hem op heel jonge leeftijd voetballen.
Zelf, voor zijn tijd, was zijn vader een uitzonderlijk talentrijke voorspeler
bij V.V.Harop Knesselare.
Heel wat artikels in de krant verschenen over hem.
Door het winnen van voetbaltornooien, waarin hij de uitblinker was, werd zijn
naam bekend. Er kwam een moment dat afgevaardigden van Cercle
Brugge zich interesseerden in zijn talent. Maar zijn vader bleef liever
leerlooier. Ondertussen volgde Rudy de lagere
gemeenteschool. Op school was hij een haantje de voorste, zoals in het voetbal.
Zonder moeite of autoriteit maakte hij vrienden en iedereen keek naar hem op en
was graag in zijn gezelschap. Reeds dan schreef hij
prachtige opstellen en kon hij zijn leeftijdsgenoten boeien door zijn
vertellingen. Zijn opmerkzaamheid was scherp en tot in de kleinste details kon
hij iets navertellen. Thuis hadden zijn ouders stapels boeken van het Davidsfonds. Boeken die hij allemaal verslond. Thuis was er
ook vanaf de uitgave van het eerste nummer het wekelijks stripblad
"Robbedoes". Aan de hand van die stripverhalen en die boeken creëerde
hij al op jonge leeftijd een wereld vol fantasie en werd hij overal geliefd. Ook door zijn drie broertjes die hij erbij kreeg: Rony (Brugge 24.05.1945 – Brugge 25.07.2000), Regy (Brugge 19.05.1948 – ) en Randy
(Brugge 4.01.1952 – ).
Tijdens de periode van zijn lager onderwijs wist hij al dat hij schrijver
wilde worden. Zijn zin voor realiteit, zijn ongebreidelde fantasie kreeg hij
mee van zijn vader. Van zijn moeder kreeg hij de kunst mee om zijn medemens te
boeien met zijn verteltalent, waar zij altijd zo sterk in was. En als oudste
van vier, keken zijn broertjes naar hem op. De 10 jaar die
volgden na het einde van de oorlog waren gunstig voor het kleine
familiebedrijf. De leerlooierij uit de Hellestraat werd steen voor steen
afgebroken en terug opgebouwd in de Koningin Astridlaan
te Assebroek. Op 5 mei 1955 verhuisde de familie Geldhof-Sierens naar de nieuwbouwvilla. Rudy
kwam van de lagere school en ging over naar de Humanioraleergangen. Toen liet
vader Geldhof hem lid worden van R.C.S.B. Cercle Brugge. Binnen het jaar werd het voetbaltalent van Rudy beloond met de schaal van beste cadet. Na een
voorbereidend jaar aan het Sint-Lodewijkscollege in
Brugge werd hij leerling aan het nieuwe O.L.Vrouwcollege
te Assebroek, dat een onderdeel van het Sint-Lodewijkscollege was. De nieuwe school was nog in
aanbouw en er werd toen gedurende de eerste jaren heel wat geïmproviseerd: les
in barakken, les in andere kleine scholen, les in open lucht. De eerste jaren Latijns-Grieks van de Oude Humaniora verliepen heel vlot.
Het was trouwens de enige richting die men in die school kon volgen en de
leerlingen van zijn klas voelden zich echte pioniers. Zij waren altijd de
oudste klas. Een speciaal gevoel gaf het aan Rudy,
hij heeft eigenlijk nooit ervaren op die manier wat een middelbare school was.
Voor zijn broers was hij in die zes jaar Humaniora een bron voor inspiratie. Er
was toen nog geen televisietoestel in huis en zijn ouders gingen regelmatig op
cinemabezoek. Na het avondmaal ging iedereen op het groot bed van de ouders
gaan zitten. Rudy begon heel spannende verhalen te
vertellen, over cowboys en indianen, ridders, gangsters, soldaten…
Toen hij hoorde dat na enkele uren zijn ouders terugkwamen van hun
bioscoopbezoek, moesten de broers vlug in hun eigen bedje kruipen. Tijdens zijn
vertelling was zijn jongste broertje soms al in slaap gevallen omdat het te
laat werd. Maar geen probleem, Rudy kon de volgende
dag precies inpikken waar de slaap intrad en zijn boeiende verhaal verder
afwerken. Ook ganzenspellen op een stuk karton tekende hij uit en ze werden
door hem met vakjes ingevuld volgens de gebeurtenissen en ervaringen van de
laatste weken. Met eigen reglementen… Iets wat hij ook zelf bedacht had:
soldaatje spelen. Met speelgoedblokjes bouwden de broers een fort en met
knikkers kon men om beurten mikken op de tegenstander. Viel die om, dan mocht
men zijn hand open spreiden en die afstand op de grote tafel opschuiven naar de
vijand. Het laatste speelgoedsoldaatje dat bleef rechtstaan had het spel
gewonnen… Eenentwintigen met de kaarten voor geld, pietjesbak spelen voor geld,
monopoly spelen, woordjes spelen met een kaartspel van letters…voor geld…
Daarmee hield hij ons jaren in de ban en de broers kenden een vrije, onbezonnen
jeugd.
Vader Geldhof was het leerlooien beu. Het vergde
veel fysieke arbeid en het stonk overal naar gelooide dierenvellen. Hij zocht
naar een verfijnder zelfstandig beroep. Daarom kocht Rudolf een
handschoenfabriekje op van een zelfstandige die op pensioen ging. Al vlug werd
die overgang een succes: lederen handschoenen werden gefabriceerd van heel
goede kwaliteit. Omdat de zaken goed draaiden kreeg de toen zestien jaar oude Rudy van zijn vader een klein karabijn, waar men kogeltjes
met hagelloodjes in kon stoppen. Verkleed als een echte jager, met groene
mantel, met jagersmuts en uitgerust met een verrekijker liep hij rond in de
grote tuin. In de tuin bij Rudy thuis liep er niet
veel wild rond toen. Hij liep daarom ook een paar keer in de volledig
volgroeide tuin bij de buren, als ze op reis waren natuurlijk, hopend op meer
trofeeën. Op een keer schoot hij een mus, die wilde maar niet dood, hij riep
zijn jongste broertje ter hulp. Dat 10 jaar jongere broertje van hem nam een
schop en klopte het musje morsdood in één slag. Rudy
was zijn broertje zo dankbaar! Kocht hem als beloning een album van Suske en Wiske! Slechter was het
voor hem toen hij eens de woonkamer binnenkwam met zijn geladen karabijn, de
loop naar de vloer gericht. Om welke reden dan ook ging het
karabijn af. Door de afstoot op de vloer kwam één van de loodjes terecht onder
de huid van de enkel van zijn vader. Van dan af mocht hij zijn jagerscarrière
vergeten: de karabijn verdween voorgoed op zolder achter slot en grendel!
De liefde voor poëzie en literatuur werd steeds groter. Hij volgde in
1959-1960 de Poësis in het O.L. Vrouwcollege. Hij werd opgemerkt door zijn
leraar Nederlands, die zijn opstellen vergeleek met die van andere
medestudenten. Rudy schreef toen al in verschillende
stijlen, wat uitzonderlijk was in die periode. Zijn medeleerlingen keken naar
hem op. Zelf liep hij bibliotheken en boekhandels af om nieuwe horizonten in de
literatuur te ontdekken. Zijn favoriet was Franz Kafka, hoewel hij van zijn geschriften niet veel begreep.
Maar het was "in". Vooral het lezen van boeken die op de lijst stonden
van verboden literatuur. Lijst die ze gekregen hadden van het O.L.V.College zelf! Vlug boeken
van Jean-Paul Sartre en
andere goddeloze schrijvers lezen. Meestal zonder echt te begrijpen wat daar in
stond. Hele pagina's gedichten schreef hij toen, maar hij was te verlegen om
die aan zijn leraars te tonen, laat staan aan zijn
ouders. Toch had hij genoeg lef om een paar van zijn
gedichten op te sturen naar het "Poëtisch Bericht van
West-Vlaanderen". In 1960 werden er, tot zijn verwondering en tot zijn
voldoening, twee van gepubliceerd. Met als titels "terras" en
"impressie 's avonds":
|
Terras een koud biertje kelner |
Impressie ’s avonds op het zinken dak |
Van de redactie kreeg hij 300 fr., zijn eerste geld dat hij ooit verdiende
met het schrijven. Op zijn 18 jaar! Hij toonde aan zijn klasgenoten dat zijn
gedichten in het tijdschrift verschenen waren. Die liepen dolenthousiast naar
hun leraars: "Ongelooflijk, moet u nu iets weten:
Rudy zijn gedichten zijn gepubliceerd en staan naast
gedichten van Speliers, Christine D'Haen
en Spillebeen!". Maar de leraars waren niet onder
de indruk. Rudy zijn droom, was romanschrijver te
worden. Een paar pogingen deed hij in die zin, maar al vlug ondervond hij dat
romans schrijven heel omslachtig was. Zelf was hij bitter jong en had nog geen
levenservaring. Maar de toekomst lonkte. Ondertussen blijf hij maar gedichten,
en gedichten, en gedichten schrijven.
Er verbleef in die periode bij de naaste buren een arm meisje voor één
maand. Ze kwam uit de "Bidonvilles" rond Parijs. Via een caritatieve
instelling werden zo 'n armtierige jongens of meisjes
geplaatst bij meer gegoede families in België. Rudy
was zo gebeten door het idee dat hij zijn ouders vroeg om ook zo'n meisje voor één maand in huis te nemen. Zij waren ermee
akkoord. Dit was niet voldoende voor Rudy. Hij bleef
aandringen bij zijn ouders. Waarom voor één maand? Waarom niet voor altijd? En
opnieuw gingen zijn ouders akkoord. Hijzelf had zijn oudste zus nooit gekend in
zijn leven, en na een broertje, kwam nog een broertje en dan nog eentje. Zijn
ouders hadden toch maar hun eerste dochtertje verloren!
Belgisch Kongo was net onafhankelijk geworden. Heel wat kleine kinderen uit
een huwelijk van een blanke vader en een zwarte moeder werden verstoten. De ouders
van Rudy namen contact op met het Ruandafonds.
Dit fonds zorgde voor een veilige thuis voor die kinderen in België. Na de
aanvraag, was het lang afwachten. Rudy volgde reeds de Retorica aan het O.L.Vrouwcollege,
zijn laatste jaar Oude Humaniora. Op een dag rinkelde de telefoon. Rudy stond erbij toen de vraag gesteld werd aan zijn vader
als hij een klein dochtertje erbij wilde. Zijn antwoord was natuurlijk: ja! Er
werd zijn vader ook gezegd dat het kleine meisje al op het vliegtuig zat
richting België. Op 13 september 1960 is het bijna driejarig meisje afgehaald
door de gehele familie in Zaventem. Bernadette
(Bujumbura 10.11.1957 – Brugge 25.08.1995) werd als voornaam gekozen voor haar.
Ze was een verkwikking in het leven van Rudy, zijn
ouders en zijn broers. Wat een impact had zij op iedereen! Eindelijk een zusje!
Vanaf september 1961 volgde Rudy de 1e
Kandidatuur Klassieke Filologie aan de Leuvense universiteit. Vooral uit
interesse voor de filosofie, niet zozeer voor het Latijn of het Grieks. De oude
talen vielen weg en werden omgeruild voor Germaanse talen. Rudy
moest afhaken. Zijn legerdienst moest hij nog volbrengen en in afwachting
daarvan hielp hij in de handschoenenfabriek. Hij vertikte het om zoals iedereen
ergens achter een bureautje te gaan zitten en te denken aan opslag van zijn
baas, aan carrière maken als bediende, aan een gezinnetje stichten, aan trouwen
en aan het krijgen van kinderen. Vanaf 27 maart 1964 volbrengt hij zijn
militaire dienstplicht. En dit voor twaalf maanden in St. Truiden.
Achteraf blijft hij helpen in het familiebedrijf. Rond mei 1968 bemerkt hij
in de krant een aankondiging waar men een interpreteer vraagt in een
souvenirwinkel in Lourdes. Een goed betaalde job, met
alle faciliteiten voor die tijd. Hij hapt toe, want hij wil zijn horizonten
verleggen. In "La Croix Blue" in Lourdes
wordt hij tolk in een heel grote winkel waar Mariabeeldjes
en gewijd water verkocht worden. De Vlamingen krijgen er 10% korting. Rudy ervaart zijn bazen als cynici en atheïsten, hun
personeel zijn goedgelovige vrome mensen die het goed menen. Die absurde
situatie sterkt zijn verlangen om daar iets over te creëren.
Begin september van dat jaar begon het voetbalseizoen bij V.V.Harop Knesselare. De
voorzitter van die voetbalploeg was baas van een busreizenfirma. Af en toe
deden ze ook Lourdes aan en hijzelf bracht Rudy mee
in één van zijn bussen naar België. Ze hadden hun midvoor zo van doen! Voetbal!
Thuis speelde hij met zijn jongere broer Rony een
soort tennis- of volleyvoetbal dat hij op zichzelf bedacht had. Elk een klein
stukje van een soort tennisveld, een net zoals in het tennis in het midden en
de bal mocht maar één keer het gras raken binnen je eigen stukje speelveld.
Uren en uren werd dit gespeeld. Rudy en zijn jongere
broer Rony waren dan ook fysisch en technisch heel
sterk getraind. Rudy voetbalde steeds beter en beter.
Maar zoals in de voetsporen van zijn vader opteerde hij toch om bij V.V.Harop Knesselare in derde
Provinciale Oost-Vlaanderen te spelen. Zijn speltechniek als voorspeler was
enig, hij scoorde massa's doelpunten en werd toen door elke verdediger
gevreesd. Een krant schreef in 1969: "Eén der gevaarlijkste voorspelers
die er momenteel in derde Provinciale Oost-Vlaanderen rondlopen". In het
artikel schonk men vooral aandacht aan "zijn techniek, zijn snelheid, zijn
afwerking, zijn gevaarlijk en juist schot en meer dan
behoorlijk kopspel".
Rudy ervaart meer en meer dat hij schrijver zal worden. Hij
zoekt naar een oplossing om een seizoendienst te volbrengen, die hem genoeg geld
oplevert om in de winterperiode te kunnen schrijven. Die formule vindt hij bij
de pakketboten Oostende-Dover. Als assistent-purser
of ticketcollector bij de Regie voor Maritiem Transport te Oostende werkt hij
vier seizoenen lang. Onregelmatige afvaarten en weekendpremies zorgen ervoor
dat hij genoeg financiële verdiensten overhoudt in de winter om zijn droom te
verwezenlijken.
Hij experimenteert met proza en poëzie, maar het ligt hem niet zozeer. In
Londen koopt hij stapels pockets over toneel en de "angry
young men". Uit oude kranten, die gebruikt
werden in het atelier van zijn vader, knipt hij recensies over toneel uit en
legt een hele verzameling aan. Samen met heel wat vrienden en een kunstschilder
mag hij van zijn ouders een verouderd deel van het fabriekspand inrichten als
kunstatelier, waar gesproken wordt over vernieuwing in de literatuur, de
schilderkunst, de politiek, enz… Pogingen om korte
stukken te schrijven lukken niet. Hij zet door: hij beslist een volavond stuk
te schrijven…
"Vriend" is een avondvullend volwaardig toneelstuk dat totaal
nieuw is voor het huidige
theaterpubliek. Rudy had er 2 jaar aan gewerkt. Het
was af in 1970, toen hij 28 jaar oud was. Zijn manuscript stuurde hij op naar
alle gekende toneelgezelschappen. De meeste gezelschappen reageerden niet eens.
Van enkele kreeg hij een beleefd antwoord met daarin lovende woorden over zijn
toneelstuk. Maar gezien de problematiek van het stuk en het vooruitstrevend
onderwerp dat het behandelde werd het toen nooit opgevoerd. "Vriend"
werd bijna opgevoerd door de Werkgemeenschap van de Brusselse Beursschouwburg.
Regisseur zou Dries Wieme worden en vanuit de KNS-Antwerpen
was er een zekere interesse voor het stuk, op voorwaarde van herwerking. Maar in die tijd waren gezelschappen nog bang om
hun subsidies kwijt te spelen die ze kregen van de overheid. Rudy heeft dan ook het stuk aan de kant gelegd om het in
betere tijden nog eens te bekijken.
Door andere activiteiten heeft hij dat nooit kunnen doen. Nu kan dit stuk
zeker door het theaterpubliek gesmaakt worden, want allerlei taboes zijn
vergeleken met 38 jaar geleden gelukkig doorbroken. "Vriend" heeft
als toneelstuk reeds alle ingrediënten van Rudy als auteur in zich die latere jaren ook duidelijk naar
voor treden: prachtige realistische dialogen, personages met pit en een zin
voor drama en spanning naar het einde toe. Maar het mocht niet zijn,
"Vriend" is nooit opgevoerd.
Niet plooien, niet opgeven, dacht Rudy. Hij schreef "Mijn Vakantie met Blomme"
in 1971, kort na de ontgoocheling die hij opliep met het toneelstuk
"Vriend". Rudy, gebeten door de
theatermicrobe, gooide het op een andere boeg: lukt het niet in een schouwburg,
dan lukt het op straat desnoods. Het stuk "Mijn Vakantie met Blomme" is echter tot op heden nog nooit opgevoerd.
Niet in open lucht en ook niet op straat.
Maar Rudy gaf niet op: hij opende op 1 december
1973 cafétheater De Kelk in de Langestraat te Brugge,
een pand dat al een 10-tal jaar leegstond. Met de hulp van zijn vrienden en
soms met medespelers van zijn voetbalploeg uit Knesselare
deed hij wonderen. Een prachtig groot café met Jugendstilinterieur en een ruime
bovenzaal werden ingericht met smaak. Cafétafels waren zijn idee: een
combinatie van een onderstel van een oude naaimachine met een nieuw marmeren
blad. Hij schreef in hetzelfde jaar zijn eenakter "De Geit". De
bedoeling was het stuk op te voeren in de eigen caféruimte, doch acteurs,
regisseur en geldmiddelen kwamen niet vanzelf aan de deur aankloppen. Maar er
waren gastvoorstellingen van theatergezelschappen in de bovenzaal,
voorstellingen zonder podium, of met een podium gemaakt met lege bierbakken en
vezelplaten, en met weinig technische middelen. Het Westvlaams
Teaterkollektief Malpertuis
uit Tielt, speelde in De Kelk "Play Strindberg" (Dürrenmatt). Rudy kwam in contact met Jacky Tummers die dit stuk regisseerde. Via Tummers
leerde Rudy Wil Beckers
kennen van het Nieuw Vlaams Toneel De Waag van Antwerpen. Het NVT De Waag werd
opgericht om vernieuwend Nederlandstalig toneel van eigen bodem te stimuleren
en op te voeren. De heer Beckers was dolenthousiast
bij het lezen van "De Geit" en gaf Rudy de
opdracht tot het schrijven van een tweede eenakter. Rudy
gaf zijn eenakter de titel "Buurt". "De Geit" en
"Buurt" gingen in première op 16 januari 1975 in Antwerpen en die
eenakters werden ook opgevoerd in de bovenzaal van De Kelk. In die periode werd
het talent van Rudy Geldhof
als toneelschrijver geopenbaard. Verdere successen lieten niet lang op zich
wachten.
Hij huwde met Marleen Vandenabeele in 1975. In
1976 werd: "Het souper" opgevoerd in Tielt.
In 1977 "Eénentwintigen" in Antwerpen.
Allebei met enorm succes. Samen met Jacky Tummers en een plastisch kunstenaar stichtte hij in 1977 de
vzw Teater De Kelk. Er werd een nieuwe gezellige
theaterruimte gebouwd achter de gelagzaal met een 80-tal zitplaatsen. De
bovenzaal bleef dienst doen als danszaal voor jongeren, party's met discomuziek
waren schering en inslag. Het was voor de jeugd "the place to be". Rudy werd intussen
vader. Op 14 november 1977 werd zijn oudste zoon Alexander Geldhof
geboren (Brugge 14.11.1977 ). Maar voor theaterliefhebbers was Teater De Kelk "the place to
be". In
1978 gingen drie stukken in première: "Twee Vrouwen" in Teater de Kelk, "Mijnheer Karel" in Malpertuis Tielt en "Katanga Diane" in Teater De Kelk. In 1979 werd: "Winnaars en
Verliezers" gecreëerd in het nieuwe Ankerruitheater
van het NVT in Antwerpen. Het was een coproductie tussen het NVT, Teater De Kelk en Teater
Vertikaal (Gentbrugge).
Teater De Kelk overleefde de eerste twee jaar zonder subsidies.
Twee jaar was de gebruikelijke termijn toen. De eerste betoelaging kwam vanaf
het seizoen 1979-1980, maar stond niet direct op de bankrekening daarvoor. Van
zodra de eerste subsidiëring er was, liet Rudy de
dagelijkse leiding van Teater De Kelk over aan een
afgestudeerde van het HRITCS in Brussel.
Rudy wilde nu eindelijk eens tijd maken voor zichzelf en de
beslommeringen die het theatergezelschap met zich meebracht een beetje achter
zich laten. Voor een tweede keer werd Rudy papa. Als
voornaam gaf hij zijn zoon de naam van zijn vader: Rudolf (Brugge 13.2.1981 – )
Toneel schrijven bleef de passie van Rudy. Hij
schreef in 1980 "De Vrije Madam". De eerste werktitel was: "Noch
Vis, Noch Vlees". Het was een monoloog geschreven met in zijn achterhoofd
Yvonne Lex als actrice. Maar die vond zichzelf te eerbaar om die monoloog te
spelen. Er werd uitgekeken naar Ann Petersen, een betere keuze zelfs. Die kon
zich echter niet vrij maken. "De Vrije Madam" werd in hetzelfde jaar
bekroond met de Visser-Neerlandiaprijs. Later zou het
stuk geschiedenis maken! "Bob en Liesbeth" ging in première in
november 1981 in Teater De Kelk. Een intimistisch
stuk, door het publiek van Rudy iets minder geliefd.
Rond die periode, werd Rudy bevriend met Chris Lomme, die de rol van Liesbeth speelde. Zij was verbonden
met de KVS. Via haar kreeg Rudy de opdracht een volavondstuk te schrijven voor de KVS. Zou zijn oude droom
verwezenlijkt worden? Het liep echter op een sisser uit: slechts 3 van de 11
scènes zijn door hem uitgewerkt en het project bloedde dood.
Voor televisie werd op 25 november 1981 zijn bewerking van "De
Pornofilm" (H.Walbert) uitgezonden. Hij begon nu
steeds meer voor televisie te schrijven. Op 24 oktober 1982 werd zijn bewerking
van "Cello en Contrabas" (M.Dekker)
uitgezonden op de BRT. En op 16 januari 1983 kwam zijn bewerking van
"Lente" (C.Buysse) op het scherm en op 13
maart zijn televisiebewerking van zijn eigen toneelstuk "Het Souper".
Het Ensemble BENT (Belgisch-Nederlandse
Teaterprodukties), toen gehuisvest in de Benterij in Kasterlee wilde de
productie van het bekroonde stuk "De Vrije Madam" op zich nemen. De
leider van dit gezelschap, Jaak Vissenaken zou de
regie voeren, maar men vond geen geschikte actrice. Rudy
vroeg toen aan Jaak: waarom speel jij niet zelf
"De Vrije Madam". Jaak liet zich
overtuigen, liet zich regisseren door Annelies Vaes
en kende honderden opvoeringen in het Vlaamse land en in Nederland. Een
succesreeks, zelfs tot in de stadshallen van Brugge. Samen hadden Rudy en Jaak nog een
internationaal spektakelstuk gepland: "De Zwarte Kant van 't Belfort". Men wilde markante feiten uit de
middeleeuwse geschiedenis van de stad naar voor brengen op een ludieke manier.
Ook op te voeren in de stadshallen van Brugge, maar financiële problemen bij
het stadsbestuur waren de oorzaak dat het nooit opgevoerd werd. Na het succes
van de verfilming van "Lente" (C.Buysse)
kreeg Rudy de opdracht van de BRT om
"Tantes" (C.Buysse) in scenariovorm om te
zetten. De tv-film werd uitgezonden op 28 oktober 1984.
In de reeks "Made in Vlaanderen" werd ook zijn adaptatie van
"De Surprise" (Belcampo) uitgezonden op 4
november 1984. De verfilming van "De Vrije Madam" kwam op 19 oktober
1986 op het scherm. Maar ondertussen bleef hij toneel schrijven. In opdracht
van de Korrekelder te Brugge schreef hij "Huis
van Vertrouwen", dat op 11 februari 1987 in première ging. Het succes van
zijn bewerkingen voor de televisie kenden een zodanig succes dat de BRT hem de
opdracht gaf een televisieserie van 7 afleveringen te schrijven over de
ervaringen van de Vlamingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van het
productieteam kreeg Rudy carte
blanche nadat hij hen enkele pittige anekdotes
verteld had over de oorlog, die hijzelf had horen vertellen van zijn ouders. Rudy gaf de serie de titel: "Klein Londen, Klein
Berlijn". Een serie met een enorme kijkdichtheid, een prachtige cast en
een diversiteit aan prachtige hoofdpersonages en bijrollen. Maar zoals Rudy zei in één van zijn interviews later: voor de witten
zal ik te wit zijn en voor de zwarten te zwart! Ondertussen is de serie al een
klassieker geworden, zelfs van opvoedkundige historische waarde.
Rudy stond niet stil: op 10 februari 1991 werd
"Madame Freundlich" uitgezonden op de BRT,
in opdracht geschreven voor de televisiereeks "Oog in oog", waarin
ook de Nederlandse oproep IKON deelnam. Rudy had
bijzondere waardering voor Ann Petersen en zij was het dan ook die deze
monoloog op een heel professionele manier bracht.
Intussen was hij gescheiden van zijn echtgenote met onderlinge toestemming.
Om de twee weken ontfermde hij zich over zijn twee zonen Alexander en Rudolf.
Hij trok zich terug op een landelijke boerderij in Oedelem.
Hij ontving in de loop der jaren heel wat literaire prijzen. Verschillende
toneelstukken werden in het Frans opgevoerd. De BRT bleef enthousiast over Rudy. Hij kreeg de opdracht om een nieuw 6-delig
televisiefeuilleton te schrijven over "De Moorden van Beernem".
Het kreeg de titel "De Bossen van Vlaanderen". Honderden
krantenartikels verschenen vooraleer de eerste aflevering uitgezonden werd over
die bizarre geschiedenis in Beernem. Heel Vlaanderen
keek geboeid naar die uitzonderlijke personages, die intrigerende geschiedenis
die zo spannend was, zo dicht bij huis. Heden zijn er
nog steeds taboes die levendig zijn en onuitgesproken blijven bij de huidige
bevolking in de bewuste streek. Na het enorme succes van Rudy
zijn televisiefeuilletons "Klein Londen, Klein Berlijn" en "De
Bossen van Vlaanderen" stelde Rudy aan de BRTN
voor om een nieuw televisiefeuilleton te schrijven, volledig gebaseerd op
meestal autobiografische elementen. En dit over de naoorlogse periode: De Jaren
50. Zijn outline, die een beknopt overzicht van de
personages en het verhaal weergeeft werd door de BRTN enthousiast onthaald en
goedgekeurd. Op 1 juli 1990 kreeg Rudy de opdracht
van de BRTN tot het schrijven van de uitzonderlijk uitgebreide scenische synopsis over zijn nieuw 7-delig televisiefeuilleton
"De Jaren 50". Enkel de dialogen ontbraken nog. Aangezien de
verfilming van "De Jaren 50" in het gedrang kwam wegens een te kort
aan financiële middelen bij de BRTN, heeft Rudy zijn
feuilleton nooit in definitieve versie verder afgewerkt.
Hij heeft zich dan maar op zijn eerste grote liefde geconcentreerd: toneel
schrijven. In opdracht van Arca heeft hij eind 1991
"Prins Karel, Graaf van Vlaanderen" geschreven, een gedurfd stuk dat
enig in zijn soort was en een enorme belangstelling gekend heeft. Rudy heeft spijtig genoeg zijn nieuwe creatie nooit
opgevoerd gezien, aangezien hij enkele dagen voor de première overleed. Hij had
nochtans heel wat projecten voorzien: een stuk schrijven over Guido Gezelle,
een stuk schrijven over gravin d' Hespel, een stuk
schrijven over Achille Van Acker...
Na zijn overlijden is er opnieuw interesse vanwege de BRTN naar "De
Jaren 50". Heel wat namen defileren hier de komende jaren: Cas Goossens,
Marc Lybaert, Marga Neirinck,
Frans Puttemans, Piet Balfoort,
Paul Koeck, Carla Puttemans,
Myriam De Lille, Winnie Enghien,
Hugo Meert, Jan Ceuleers, Jef Mellemans…
allemaal mensen die graag "De Jaren 50" op de televisie uitgezonden
wensten te zien. Maar het heeft niet mogen baten, het project is in de loop van
het jaar 1997 een stille dood gestorven. Misschien is er ergens een talentvolle
auteur die deze scenische synopsis in dialoogvorm kan
uitschrijven? Want verhaal, intrige, personages en locaties zijn weer subliem!
Typerend voor het talent van Rudy.
Rudy was een unicum, een broer die tof omging met zijn
jongere broers en zusje, een vader die tof omging met zijn zonen, een
toneelschrijver die tof omging met zijn medewerkers. Vandaag zou hij in leven
66 jaar geworden zijn. Helaas verliet hij ons allemaal veel te vroeg. Maar hij
heeft zich toch op zijn eigen manier onsterfelijk gemaakt. Het was voor mij een
revelatie om hem als broer te hebben gehad.
Maar Rudy leeft!
Want: mijn oprechte bewondering gaat naar Ruth Roesbeke,
die met haar thesis in het Academiejaar 2007 – 2008 slaagde als Master in de Geschiedenis. Thesis, die te raadplegen is in
de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Gent, met als titel: GESCHIEDENIS en
VERBEELDING: Een bijdrage tot het onderzoek naar de visualisering van de Tweede
Wereldoorlog in Vlaanderen aan de hand van de fictieserie ‘Klein Londen, Klein Berlijn’
(1988) Mijn oprechte
bewondering gaat ook naar Hugo Meert, voorzitter van VZW Initiatief Jeugd en
Theater te Tienen, die besliste het jaar 2009 uit te roepen als een Rudy-Geldhof-jaar. Dit omdat het 25 jaar geleden zal zijn
dat Rudy beslist heeft om van zijn pen te leven. Heel
wat instanties zijn aangesproken en willen deelnemen aan deze herwaardering van
Rudy als uniek toneelauteur en scenarioschrijver.
Randy Geldhof
Beernem, 13 oktober 2008
Bibliografie:
De Geit - 16 januari 1975 - manuscript - persartikels
Buurt - 16 januari 1975 - manuscript - persartikels
Carmen, de Vamp van Sevilla - 18 februari 1976 - manuscript - persartikels
Het Souper - 8 mei 1976 - manuscript - persartikels
Eenentwintigen - 25 mei 1977 - manuscript - persartikels
Twee Vrouwen - 5 maart 1978 - manuscript - persartikels
Mijnheer Karel - 5 februari 1978 - manuscript - persartikels
Katanga Diane - 1 oktober 1978 -
manuscript - persartikels
Winnaars en Verliezers - 2 oktober 1979 - manuscript - persartikels
Bob en Liesbeth - 13 november 1981 - manuscript - persartikels
De Vrije Madam - 1 juli 1983 - manuscript - persartikels
Huis van Vertrouwen - 11 februari 1987 - manuscript - persartikels
Tantes - 21 november 1991 - manuscript
Prins Karel, Graaf van Vlaanderen - 23 april 1992 - manuscript –
persartikels

Leesbrochure bij PBL
Uit de reeks steekkaarten van VVT(S) - Vta 1992
Digitalisering en actualisatie door R.G - januari 2011