MIJNHEER KAREL
RUDY GELDHOF
Vrij naar Qualtinger en Mers
Genre: monoloog
Bezetting: 1 h
Creatie: Teater De
Kelk Brugge - 22 september 1978
Speelduur: 90
minuten
Decor: de
opslagplaats van een grootwarenhuis.
KORTE INHOUD:
De oude, met zijn
gezondheid sukkelende mijnheer Karel heeft een rijk verleden, zo vindt hij van
zichzelf. Over dit verleden vertelt hij aan een jonge collega, terwijl ze
werkzaam zijn als magazijnier in een grootwarenhuis.
De rijkdom waar mijnheer Karel het over heeft, slaat vooral op de vrouwen die
hij bezeten (of ontgoocheld) heeft en op zijn politiek engagement (of opportunisme)
tijdens zijn jonge jaren.
Hij heeft het
vooral over zijn periode als collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog.
PERSONAGES:
Minheer Karel: een
magazijnier van ongeveer 60 jaar. Wanneer hij het over zichzelf heeft, doet hij
zich voor als een vlotte ontwikkelde, joviale persoonlijkheid. In feite is hij
een gluiperige, meedogenloze, meelijwekkend figuur.
PERSOONLIJK
OORDEEL:
Een pakkende
vertelling van een erg vlotte, maar tragisch figuur. Een sterkt brok theater.
Verkrijgbaar bij: Janssens
Noot van de
beheerder:
Wanneer ik de
steekkaart waar ik mee bezig ben actualiseer ga ik langs verschillende wegen op
zoek naar gegevens. Bij de ene auteur heb je veel resultaat en weinig werk. Bij
de andere ben je soms zelfs niet zeker of de naam wel juist gespeld is. Ik had
al één en ander bij elkaar gezocht over deze auteur en vond dan deze site.
Schitterende
site. Maar, niemand kan voorspellen hoelang deze site online gaat blijven.
Daarom heb ik de voornaamste onderdelen die ons als theatermakers aangaan
hieronder praktisch letterlijk vergenomen. Met dank aan Randy Geldhof.
Rudy zijn grootvader langs moeders kant, Henri Sierens,
immigreerde naar Canada in 1902. Hij liet vrouw en familie achter in het arme
Vlaanderen. Hij werkte hard, met het verdiende geld liet hij zijn vrouw
overkomen naar Canada. Na enkele jaren kocht hij onontgonnen stukken grond op.
Door hard labeur beschikte hij nadien over zijn eigen aantal hectaren
vruchtbare landbouwgrond. Graan werd geoogst en diende voor het verhongerde
Europa, dat de Eerste Wereldoorlog meemaakte. Tijdens die oorlog is Marguerite
Sierens geboren op 9 augustus 1915 te St.Alphonse in Canada. Mathilde Fransoo,
de moeder van Marguerite, kreeg heimwee naar haar familie in Europa. Eind 1919
was het Canadees avontuur voorbij en kwamen ze terug naar Knesselare.
Marguerite trouwde met Rudolf Geldhof (Knesselare
08.07.1916 – Brugge 13.03.1989) op 24 juli 1939.
Rudolf was leerlooier van beroep. Hij had de zaak van
zijn vader Karel Geldhof overgenomen aan de Hellestraat in Knesselare. Dan kwam
de mobilisatie. In het begin van de oorlog was Marguerite in verwachting, maar
zij verloor haar eerste kindje tijdens de geboorte op 1 augustus 1941, een
dochtertje. Middenin de Tweede Wereldoorlog werd hun eerste zoon Rudy Geldhof
geboren te Brugge op 13 oktober 1942.
Rudy was in 1944, net voor de Duitse aftocht bijna twee
jaar. Eind augustus hadden zijn ouders een jonge verzetsman, die een Duits
officier in de hand geschoten had, bij hen laten overnachten. Midden in de
nacht daarop werd het huis in de Hellestraat omsingeld en volledig doorzocht
door de Duitsers. Met een aanhoudingsbevel voor zijn ouders, om direct
meegenomen te worden naar Aalter voor verdere ondervraging. Rudy sliep als
2-jarige peuter op de eerste verdieping in zijn bedje. Ondanks het lawaai en
het tumult bleef hij rustig doorslapen. De Duitsers dachten dat de jonge
verzetsman zich op zijn kamer bevond. Met het geweer in aanslag boven het bed
van Rudy riep zijn moeder: "Nicht schiessen, das
ist mein Sohn, Rudy". De Duitse officier, die het bevel voerde,
was vertederd, omdat hij in de heimat ook een enige zoon van die leeftijd had
die Rudi noemde en hijzelf noemde Rudolph net als de vader van Rudy. Hun
arrestatie werd uitgesteld. Drie weken daarop, op 13 september 1944, werd
Knesselare door de Canadezen bevrijd.
Rudy kende een zorgeloze tijd in Knesselare kort na de
oorlog. Zijn vader leerde hem op heel jonge leeftijd voetballen. Zelf, voor
zijn tijd, was zijn vader een uitzonderlijk talentrijke voorspeler bij
V.V.Harop Knesselare. Heel wat artikels in de krant
verschenen over hem. Door het winnen van voetbaltornooien, waarin hij de
uitblinker was, werd zijn naam bekend. Er kwam een moment dat afgevaardigden
van Cercle Brugge zich interesseerden in zijn talent. Maar zijn vader bleef
liever leerlooier. Ondertussen volgde Rudy de lagere gemeenteschool. Op school
was hij een haantje de voorste, zoals in het voetbal. Zonder moeite of
autoriteit maakte hij vrienden en iedereen keek naar hem op en was graag in
zijn gezelschap. Reeds dan schreef hij prachtige
opstellen en kon hij zijn leeftijdsgenoten boeien door zijn vertellingen. Zijn
opmerkzaamheid was scherp en tot in de kleinste details kon hij iets
navertellen. Thuis hadden zijn ouders stapels boeken van het Davidsfonds.
Boeken die hij allemaal verslond. Thuis was er ook vanaf de uitgave van het
eerste nummer het wekelijks stripblad "Robbedoes". Aan de hand van die
stripverhalen en die boeken creëerde hij al op jonge leeftijd een wereld vol
fantasie en werd hij overal geliefd. Ook door zijn
drie broertjes die hij erbij kreeg: Rony (Brugge 24.05.1945 – Brugge
25.07.2000), Regy (Brugge 19.05.1948 – ) en Randy (Brugge 4.01.1952 – ).
Tijdens de periode van zijn lager onderwijs wist hij al
dat hij schrijver wilde worden. Zijn zin voor realiteit, zijn ongebreidelde
fantasie kreeg hij mee van zijn vader. Van zijn moeder kreeg hij de kunst mee
om zijn medemens te boeien met zijn verteltalent, waar zij altijd zo sterk in
was. En als oudste van vier, keken zijn broertjes naar hem op. De 10 jaar die volgden na het einde van de oorlog waren gunstig voor
het kleine familiebedrijf. De leerlooierij uit de Hellestraat werd steen voor
steen afgebroken en terug opgebouwd in de Koningin Astridlaan te Assebroek. Op
5 mei 1955 verhuisde de familie Geldhof-Sierens naar de nieuwbouwvilla. Rudy
kwam van de lagere school en ging over naar de Humanioraleergangen. Toen liet
vader Geldhof hem lid worden van R.C.S.B. Cercle Brugge. Binnen het jaar werd
het voetbaltalent van Rudy beloond met de schaal van beste cadet. Na een
voorbereidend jaar aan het Sint-Lodewijkscollege in Brugge werd hij leerling
aan het nieuwe O.L.Vrouwcollege te Assebroek, dat een onderdeel van het
Sint-Lodewijkscollege was. De nieuwe school was nog in aanbouw en er werd toen
gedurende de eerste jaren heel wat geïmproviseerd: les in barakken, les in
andere kleine scholen, les in open lucht. De eerste jaren Latijns-Grieks van de
Oude Humaniora verliepen heel vlot. Het was trouwens de enige richting die men
in die school kon volgen en de leerlingen van zijn klas voelden zich echte
pioniers. Zij waren altijd de oudste klas. Een speciaal gevoel gaf het aan
Rudy, hij heeft eigenlijk nooit ervaren op die manier wat een middelbare school
was. Voor zijn broers was hij in die zes jaar Humaniora een bron voor
inspiratie. Er was toen nog geen televisietoestel in huis en zijn ouders gingen
regelmatig op cinemabezoek. Na het avondmaal ging iedereen op het groot bed van
de ouders gaan zitten. Rudy begon heel spannende verhalen te vertellen, over
cowboys en indianen, ridders, gangsters, soldaten…
Toen hij hoorde dat na enkele uren zijn ouders terugkwamen van hun
bioscoopbezoek, moesten de broers vlug in hun eigen bedje kruipen. Tijdens zijn
vertelling was zijn jongste broertje soms al in slaap gevallen omdat het te
laat werd. Maar geen probleem, Rudy kon de volgende dag precies inpikken waar
de slaap intrad en zijn boeiende verhaal verder afwerken. Ook ganzenspellen op
een stuk karton tekende hij uit en ze werden door hem met vakjes ingevuld
volgens de gebeurtenissen en ervaringen van de laatste weken. Met eigen
reglementen… Iets wat hij ook zelf bedacht had: soldaatje spelen. Met
speelgoedblokjes bouwden de broers een fort en met knikkers kon men om beurten
mikken op de tegenstander. Viel die om, dan mocht men zijn hand open spreiden
en die afstand op de grote tafel opschuiven naar de vijand. Het laatste
speelgoedsoldaatje dat bleef rechtstaan had het spel gewonnen… Eenentwintigen
met de kaarten voor geld, pietjesbak spelen voor geld, monopoly spelen,
woordjes spelen met een kaartspel van letters…voor geld… Daarmee hield hij ons
jaren in de ban en de broers kenden een vrije, onbezonnen jeugd.
Vader Geldhof was het leerlooien beu. Het vergde veel
fysieke arbeid en het stonk overal naar gelooide dierenvellen. Hij zocht naar
een verfijnder zelfstandig beroep. Daarom kocht Rudolf een handschoenfabriekje
op van een zelfstandige die op pensioen ging. Al vlug werd die overgang een
succes: lederen handschoenen werden gefabriceerd van heel goede kwaliteit.
Omdat de zaken goed draaiden kreeg de toen zestien jaar oude Rudy van zijn
vader een klein karabijn, waar men kogeltjes met hagelloodjes in kon stoppen.
Verkleed als een echte jager, met groene mantel, met jagersmuts en uitgerust
met een verrekijker liep hij rond in de grote tuin. In de tuin bij Rudy thuis
liep er niet veel wild rond toen. Hij liep daarom ook een paar keer in de
volledig volgroeide tuin bij de buren, als ze op reis waren natuurlijk, hopend
op meer trofeeën. Op een keer schoot hij een mus, die wilde maar niet dood, hij
riep zijn jongste broertje ter hulp. Dat 10 jaar jongere broertje van hem nam
een schop en klopte het musje morsdood in één slag. Rudy was zijn broertje zo
dankbaar! Kocht hem als beloning een album van Suske
en Wiske! Slechter was het voor hem toen hij eens de
woonkamer binnenkwam met zijn geladen karabijn, de loop naar de vloer gericht.
Om welke reden dan ook ging het karabijn af. Door de
afstoot op de vloer kwam één van de loodjes terecht onder de huid van de enkel
van zijn vader. Van dan af mocht hij zijn jagerscarrière vergeten: de karabijn
verdween voorgoed op zolder achter slot en grendel!
De liefde voor poëzie en literatuur werd steeds groter.
Hij volgde in 1959-1960 de Poësis in het O.L. Vrouwcollege. Hij werd opgemerkt
door zijn leraar Nederlands, die zijn opstellen vergeleek met die van andere
medestudenten. Rudy schreef toen al in verschillende stijlen, wat uitzonderlijk
was in die periode. Zijn medeleerlingen keken naar hem op. Zelf liep hij
bibliotheken en boekhandels af om nieuwe horizonten in de literatuur te
ontdekken. Zijn favoriet was Franz Kafka, hoewel hij van zijn geschriften niet
veel begreep. Maar het was "in". Vooral het lezen van boeken die op
de lijst stonden van verboden literatuur. Lijst die ze gekregen hadden van het
O.L.V.College zelf! Vlug boeken van Jean-Paul Sartre
en andere goddeloze schrijvers lezen. Meestal zonder echt te begrijpen wat daar
in stond. Hele pagina's gedichten schreef hij toen, maar hij was te verlegen om
die aan zijn leraars te tonen, laat staan aan zijn
ouders. Toch had hij genoeg lef om een paar van zijn
gedichten op te sturen naar het "Poëtisch Bericht van
West-Vlaanderen". In 1960 werden er, tot zijn verwondering en tot zijn
voldoening, twee van gepubliceerd. Met als titels "terras" en
"impressie 's avonds":
|
Terras een koud biertje kelner |
Impressie ’s avonds op het zinken dak |
Van de redactie kreeg hij 300 fr., zijn eerste geld dat
hij ooit verdiende met het schrijven. Op zijn 18 jaar! Hij toonde aan zijn
klasgenoten dat zijn gedichten in het tijdschrift verschenen waren. Die liepen
dolenthousiast naar hun leraars: "Ongelooflijk,
moet u nu iets weten: Rudy zijn gedichten zijn gepubliceerd en staan naast
gedichten van Speliers, Christine D'Haen en Spillebeen!". Maar de leraars waren niet onder de indruk. Rudy zijn droom, was
romanschrijver te worden. Een paar pogingen deed hij in die zin, maar al vlug
ondervond hij dat romans schrijven heel omslachtig was. Zelf was hij bitter
jong en had nog geen levenservaring. Maar de toekomst lonkte. Ondertussen blijf
hij maar gedichten, en gedichten, en gedichten schrijven.
Er verbleef in die periode bij de naaste buren een arm
meisje voor één maand. Ze kwam uit de "Bidonvilles" rond Parijs. Via
een caritatieve instelling werden zo 'n armtierige
jongens of meisjes geplaatst bij meer gegoede families in België. Rudy was zo
gebeten door het idee dat hij zijn ouders vroeg om ook zo'n
meisje voor één maand in huis te nemen. Zij waren ermee akkoord. Dit was niet
voldoende voor Rudy. Hij bleef aandringen bij zijn ouders. Waarom voor één
maand? Waarom niet voor altijd? En opnieuw gingen zijn ouders akkoord. Hijzelf
had zijn oudste zus nooit gekend in zijn leven, en na een broertje, kwam nog
een broertje en dan nog eentje. Zijn ouders hadden toch maar hun eerste
dochtertje verloren!
Belgisch Kongo was net onafhankelijk geworden. Heel wat
kleine kinderen uit een huwelijk van een blanke vader en een zwarte moeder
werden verstoten. De ouders van Rudy namen contact op met het Ruandafonds. Dit
fonds zorgde voor een veilige thuis voor die kinderen in België. Na de
aanvraag, was het lang afwachten. Rudy volgde reeds de
Retorica aan het O.L.Vrouwcollege, zijn laatste jaar Oude Humaniora. Op een dag
rinkelde de telefoon. Rudy stond erbij toen de vraag gesteld werd aan zijn
vader als hij een klein dochtertje erbij wilde. Zijn antwoord was natuurlijk:
ja! Er werd zijn vader ook gezegd dat het kleine meisje al op het vliegtuig zat
richting België. Op 13 september 1960 is het bijna driejarig meisje afgehaald
door de gehele familie in Zaventem. Bernadette (Bujumbura 10.11.1957 – Brugge
25.08.1995) werd als voornaam gekozen voor haar. Ze was een verkwikking in het
leven van Rudy, zijn ouders en zijn broers. Wat een impact had zij op iedereen!
Eindelijk een zusje!
Vanaf september 1961 volgde Rudy de 1e Kandidatuur
Klassieke Filologie aan de Leuvense universiteit. Vooral uit interesse voor de
filosofie, niet zozeer voor het Latijn of het Grieks. De oude talen vielen weg
en werden omgeruild voor Germaanse talen. Rudy moest afhaken. Zijn legerdienst
moest hij nog volbrengen en in afwachting daarvan hielp hij in de
handschoenenfabriek. Hij vertikte het om zoals iedereen ergens achter een
bureautje te gaan zitten en te denken aan opslag van zijn baas, aan carrière
maken als bediende, aan een gezinnetje stichten, aan trouwen en aan het krijgen
van kinderen. Vanaf 27 maart 1964 volbrengt hij zijn militaire dienstplicht. En
dit voor twaalf maanden in St. Truiden.
Achteraf blijft hij helpen in het familiebedrijf. Rond
mei 1968 bemerkt hij in de krant een aankondiging waar men een interpreteer
vraagt in een souvenirwinkel in Lourdes. Een goed betaalde job,
met alle faciliteiten voor die tijd. Hij hapt toe, want hij wil zijn horizonten
verleggen. In "La Croix Blue" in Lourdes
wordt hij tolk in een heel grote winkel waar Mariabeeldjes en gewijd water
verkocht worden. De Vlamingen krijgen er 10% korting. Rudy ervaart zijn bazen
als cynici en atheïsten, hun personeel zijn goedgelovige vrome mensen die het
goed menen. Die absurde situatie sterkt zijn verlangen om daar iets over te
creëren.
Begin september van dat jaar begon het voetbalseizoen bij
V.V.Harop Knesselare. De voorzitter van die voetbalploeg was baas van een
busreizenfirma. Af en toe deden ze ook Lourdes aan en hijzelf bracht Rudy mee
in één van zijn bussen naar België. Ze hadden hun midvoor zo van doen! Voetbal!
Thuis speelde hij met zijn jongere broer Rony een soort tennis- of
volleyvoetbal dat hij op zichzelf bedacht had. Elk een klein stukje van een
soort tennisveld, een net zoals in het tennis in het midden en de bal mocht
maar één keer het gras raken binnen je eigen stukje speelveld. Uren en uren
werd dit gespeeld. Rudy en zijn jongere broer Rony waren dan ook fysisch en
technisch heel sterk getraind. Rudy voetbalde steeds beter en beter. Maar zoals
in de voetsporen van zijn vader opteerde hij toch om bij V.V.Harop Knesselare
in derde Provinciale Oost-Vlaanderen te spelen. Zijn speltechniek als
voorspeler was enig, hij scoorde massa's doelpunten en werd toen door elke
verdediger gevreesd. Een krant schreef in 1969: "Eén der gevaarlijkste
voorspelers die er momenteel in derde Provinciale Oost-Vlaanderen rondlopen".
In het artikel schonk men vooral aandacht aan "zijn techniek, zijn
snelheid, zijn afwerking, zijn gevaarlijk en juist
schot en meer dan behoorlijk kopspel".
Rudy ervaart meer en meer dat hij schrijver zal worden.
Hij zoekt naar een oplossing om een seizoendienst te volbrengen, die hem genoeg
geld oplevert om in de winterperiode te kunnen schrijven. Die formule vindt hij
bij de pakketboten Oostende-Dover. Als assistent-purser of ticketcollector bij
de Regie voor Maritiem Transport te Oostende werkt hij vier seizoenen lang.
Onregelmatige afvaarten en weekendpremies zorgen ervoor dat hij genoeg
financiële verdiensten overhoudt in de winter om zijn droom te verwezenlijken.
Hij experimenteert met proza en poëzie, maar het ligt hem
niet zozeer. In Londen koopt hij stapels pockets over toneel en de "angry young men". Uit oude
kranten, die gebruikt werden in het atelier van zijn vader, knipt hij recensies
over toneel uit en legt een hele verzameling aan. Samen met heel wat vrienden
en een kunstschilder mag hij van zijn ouders een verouderd deel van het
fabriekspand inrichten als kunstatelier, waar gesproken wordt over vernieuwing
in de literatuur, de schilderkunst, de politiek, enz…
Pogingen om korte stukken te schrijven lukken niet. Hij zet door: hij beslist
een volavond stuk te schrijven…
"Vriend" is een avondvullend volwaardig
toneelstuk dat totaal nieuw is voor het huidige
theaterpubliek. Rudy had er 2 jaar aan gewerkt. Het was af in 1970, toen hij 28
jaar oud was. Zijn manuscript stuurde hij op naar alle gekende toneelgezelschappen.
De meeste gezelschappen reageerden niet eens. Van enkele kreeg hij een beleefd
antwoord met daarin lovende woorden over zijn toneelstuk. Maar gezien de
problematiek van het stuk en het vooruitstrevend onderwerp dat het behandelde
werd het toen nooit opgevoerd. "Vriend" werd bijna opgevoerd door de
Werkgemeenschap van de Brusselse Beursschouwburg. Regisseur zou Dries Wieme
worden en vanuit de KNS-Antwerpen was er een zekere interesse voor het stuk, op
voorwaarde van herwerking. Maar in die tijd waren gezelschappen nog bang om hun
subsidies kwijt te spelen die ze kregen van de overheid. Rudy heeft dan ook het
stuk aan de kant gelegd om het in betere tijden nog eens te bekijken.
Door andere activiteiten heeft hij dat nooit kunnen doen.
Nu kan dit stuk zeker door het theaterpubliek gesmaakt worden, want allerlei
taboes zijn vergeleken met 38 jaar geleden gelukkig doorbroken.
"Vriend" heeft als toneelstuk reeds alle
ingrediënten van Rudy als auteur in zich die latere jaren ook duidelijk naar
voor treden: prachtige realistische dialogen, personages met pit en een zin
voor drama en spanning naar het einde toe. Maar het mocht niet zijn,
"Vriend" is nooit opgevoerd.
Niet plooien, niet opgeven, dacht Rudy. Hij schreef "Mijn Vakantie met Blomme" in 1971, kort
na de ontgoocheling die hij opliep met het toneelstuk "Vriend". Rudy,
gebeten door de theatermicrobe, gooide het op een andere boeg: lukt het niet in
een schouwburg, dan lukt het op straat desnoods. Het stuk "Mijn Vakantie
met Blomme" is echter tot op heden nog nooit opgevoerd. Niet in open lucht
en ook niet op straat.
Maar Rudy gaf niet op: hij opende op 1 december 1973
cafétheater De Kelk in de Langestraat te Brugge, een pand dat al een 10-tal
jaar leegstond. Met de hulp van zijn vrienden en soms met medespelers van zijn
voetbalploeg uit Knesselare deed hij wonderen. Een prachtig groot café met
Jugendstilinterieur en een ruime bovenzaal werden ingericht met smaak.
Cafétafels waren zijn idee: een combinatie van een onderstel van een oude
naaimachine met een nieuw marmeren blad. Hij schreef in hetzelfde jaar zijn
eenakter "De Geit". De bedoeling was het stuk op te voeren in de
eigen caféruimte, doch acteurs, regisseur en geldmiddelen kwamen niet vanzelf
aan de deur aankloppen. Maar er waren gastvoorstellingen van
theatergezelschappen in de bovenzaal, voorstellingen zonder podium, of met een
podium gemaakt met lege bierbakken en vezelplaten, en met weinig technische
middelen. Het Westvlaams Teaterkollektief Malpertuis uit Tielt, speelde in De
Kelk "Play Strindberg" (Dürrenmatt). Rudy kwam in contact met Jacky
Tummers die dit stuk regisseerde. Via Tummers leerde Rudy Wil Beckers kennen
van het Nieuw Vlaams Toneel De Waag van Antwerpen. Het NVT De Waag werd
opgericht om vernieuwend Nederlandstalig toneel van eigen bodem te stimuleren
en op te voeren. De heer Beckers was dolenthousiast bij het lezen van "De
Geit" en gaf Rudy de opdracht tot het schrijven van een tweede eenakter.
Rudy gaf zijn eenakter de titel "Buurt". "De Geit" en
"Buurt" gingen in première op 16 januari 1975 in Antwerpen en die
eenakters werden ook opgevoerd in de bovenzaal van De Kelk. In die periode werd
het talent van Rudy Geldhof als toneelschrijver geopenbaard. Verdere successen
lieten niet lang op zich wachten.
Hij huwde met Marleen Vandenabeele in 1975. In 1976 werd:
"Het souper" opgevoerd in Tielt. In 1977 "Eénentwintigen"
in Antwerpen. Allebei met enorm succes. Samen met Jacky Tummers en een
plastisch kunstenaar stichtte hij in 1977 de vzw Teater De Kelk. Er werd een
nieuwe gezellige theaterruimte gebouwd achter de gelagzaal met een 80-tal
zitplaatsen. De bovenzaal bleef dienst doen als danszaal voor jongeren, party's
met discomuziek waren schering en inslag. Het was voor de jeugd "the place
to be". Rudy werd intussen vader. Op 14 november
1977 werd zijn oudste zoon Alexander Geldhof geboren (Brugge 14.11.1977 ). Maar voor
theaterliefhebbers was Teater De Kelk
"the place to be". In 1978 gingen drie stukken in première:
"Twee Vrouwen" in Teater de Kelk, "Mijnheer Karel" in
Malpertuis Tielt en "Katanga Diane" in Teater De Kelk. In 1979 werd:
"Winnaars en Verliezers" gecreëerd in het nieuwe Ankerruitheater van
het NVT in Antwerpen. Het was een coproductie tussen het NVT, Teater De Kelk en
Teater Vertikaal (Gentbrugge).
Teater De Kelk overleefde de eerste twee jaar zonder
subsidies. Twee jaar was de gebruikelijke termijn toen. De eerste betoelaging
kwam vanaf het seizoen 1979-1980, maar stond niet direct op de bankrekening
daarvoor. Van zodra de eerste subsidiëring er was, liet Rudy de dagelijkse
leiding van Teater De Kelk over aan een afgestudeerde van het HRITCS in
Brussel.
Rudy wilde nu eindelijk eens tijd maken voor zichzelf en
de beslommeringen die het theatergezelschap met zich meebracht een beetje
achter zich laten. Voor een tweede keer werd Rudy papa. Als voornaam gaf hij
zijn zoon de naam van zijn vader: Rudolf (Brugge 13.2.1981 – ) Toneel schrijven
bleef de passie van Rudy. Hij schreef in 1980 "De Vrije Madam". De
eerste werktitel was: "Noch Vis, Noch Vlees". Het was een monoloog
geschreven met in zijn achterhoofd Yvonne Lex als actrice. Maar die vond
zichzelf te eerbaar om die monoloog te spelen. Er werd uitgekeken naar Ann
Petersen, een betere keuze zelfs. Die kon zich echter niet vrij maken. "De
Vrije Madam" werd in hetzelfde jaar bekroond met de
Visser-Neerlandiaprijs. Later zou het stuk geschiedenis maken! "Bob en
Liesbeth" ging in première in november 1981 in Teater De Kelk. Een
intimistisch stuk, door het publiek van Rudy iets minder geliefd.
Rond die periode, werd Rudy bevriend met Chris Lomme, die
de rol van Liesbeth speelde. Zij was verbonden met de KVS. Via haar kreeg Rudy
de opdracht een volavondstuk te schrijven voor de KVS. Zou zijn oude droom
verwezenlijkt worden? Het liep echter op een sisser uit: slechts 3 van de 11
scènes zijn door hem uitgewerkt en het project bloedde dood.
Voor televisie werd op 25 november 1981 zijn bewerking
van "De Pornofilm" (H.Walbert) uitgezonden. Hij begon nu steeds meer
voor televisie te schrijven. Op 24 oktober 1982 werd zijn bewerking van
"Cello en Contrabas" (M.Dekker) uitgezonden op de BRT. En op 16
januari 1983 kwam zijn bewerking van "Lente" (C.Buysse) op het scherm
en op 13 maart zijn televisiebewerking van zijn eigen toneelstuk "Het
Souper".
Het Ensemble BENT
(Belgisch-Nederlandse Teaterprodukties), toen gehuisvest in de Benterij in
Kasterlee wilde de productie van het bekroonde stuk "De Vrije Madam"
op zich nemen. De leider van dit gezelschap, Jaak Vissenaken zou de regie
voeren, maar men vond geen geschikte actrice. Rudy vroeg toen aan Jaak: waarom
speel jij niet zelf "De Vrije Madam". Jaak liet zich overtuigen, liet
zich regisseren door Annelies Vaes en kende honderden opvoeringen in het
Vlaamse land en in Nederland. Een succesreeks, zelfs tot in de stadshallen van
Brugge. Samen hadden Rudy en Jaak nog een internationaal spektakelstuk gepland:
"De Zwarte Kant van 't Belfort". Men wilde
markante feiten uit de middeleeuwse geschiedenis van de stad naar voor brengen
op een ludieke manier. Ook op te voeren in de stadshallen van Brugge, maar
financiële problemen bij het stadsbestuur waren de oorzaak dat het nooit
opgevoerd werd. Na het succes van de verfilming van "Lente"
(C.Buysse) kreeg Rudy de opdracht van de BRT om "Tantes" (C.Buysse)
in scenariovorm om te zetten. De tv-film werd uitgezonden op 28 oktober 1984.
In de reeks "Made in Vlaanderen" werd ook zijn
adaptatie van "De Surprise" (Belcampo) uitgezonden op 4 november
1984. De verfilming van "De Vrije Madam" kwam op 19 oktober 1986 op
het scherm. Maar ondertussen bleef hij toneel schrijven. In opdracht van de
Korrekelder te Brugge schreef hij "Huis van Vertrouwen", dat op 11
februari 1987 in première ging. Het succes van zijn bewerkingen voor de
televisie kenden een zodanig succes dat de BRT hem de opdracht gaf een televisieserie
van 7 afleveringen te schrijven over de ervaringen van de Vlamingen tijdens de
Tweede Wereldoorlog. Van het productieteam kreeg Rudy carte blanche nadat hij
hen enkele pittige anekdotes verteld had over de oorlog, die hijzelf had horen
vertellen van zijn ouders. Rudy gaf de serie de titel: "Klein Londen,
Klein Berlijn". Een serie met een enorme kijkdichtheid, een prachtige cast
en een diversiteit aan prachtige hoofdpersonages en bijrollen. Maar zoals Rudy
zei in één van zijn interviews later: voor de witten zal ik te wit zijn en voor
de zwarten te zwart! Ondertussen is de serie al een klassieker geworden, zelfs
van opvoedkundige historische waarde.
Rudy stond niet stil: op 10 februari 1991 werd "Madame Freundlich" uitgezonden op de BRT, in
opdracht geschreven voor de televisiereeks "Oog in oog", waarin ook
de Nederlandse oproep IKON deelnam. Rudy had bijzondere waardering voor Ann
Petersen en zij was het dan ook die deze monoloog op een heel professionele
manier bracht.
Intussen was hij gescheiden van zijn echtgenote met
onderlinge toestemming. Om de twee weken ontfermde hij zich over zijn twee
zonen Alexander en Rudolf. Hij trok zich terug op een landelijke boerderij in
Oedelem. Hij ontving in de loop der jaren heel wat literaire prijzen. Verschillende
toneelstukken werden in het Frans opgevoerd. De BRT bleef enthousiast over
Rudy. Hij kreeg de opdracht om een nieuw 6-delig televisiefeuilleton te
schrijven over "De Moorden van Beernem". Het kreeg de titel "De
Bossen van Vlaanderen". Honderden krantenartikels verschenen vooraleer de
eerste aflevering uitgezonden werd over die bizarre geschiedenis in Beernem.
Heel Vlaanderen keek geboeid naar die uitzonderlijke personages, die
intrigerende geschiedenis die zo spannend was, zo dicht bij huis. Heden zijn er nog steeds taboes die levendig zijn en
onuitgesproken blijven bij de huidige bevolking in de bewuste streek. Na het
enorme succes van Rudy zijn televisiefeuilletons "Klein Londen, Klein
Berlijn" en "De Bossen van Vlaanderen" stelde Rudy aan de BRTN
voor om een nieuw televisiefeuilleton te schrijven, volledig gebaseerd op
meestal autobiografische elementen. En dit over de naoorlogse periode: De Jaren
50. Zijn outline, die een beknopt overzicht van de personages en het verhaal
weergeeft werd door de BRTN enthousiast onthaald en goedgekeurd. Op 1 juli 1990
kreeg Rudy de opdracht van de BRTN tot het schrijven van de uitzonderlijk
uitgebreide scenische synopsis over zijn nieuw 7-delig
televisiefeuilleton "De Jaren 50". Enkel de dialogen ontbraken nog.
Aangezien de verfilming van "De Jaren 50" in het gedrang kwam wegens
een te kort aan financiële middelen bij de BRTN, heeft Rudy zijn feuilleton
nooit in definitieve versie verder afgewerkt.
Hij heeft zich dan maar op zijn eerste grote liefde
geconcentreerd: toneel schrijven. In opdracht van Arca heeft hij eind 1991
"Prins Karel, Graaf van Vlaanderen" geschreven, een gedurfd stuk dat
enig in zijn soort was en een enorme belangstelling gekend heeft. Rudy heeft
spijtig genoeg zijn nieuwe creatie nooit opgevoerd gezien, aangezien hij enkele
dagen voor de première overleed. Hij had nochtans heel wat projecten voorzien:
een stuk schrijven over Guido Gezelle, een stuk schrijven over gravin d'
Hespel, een stuk schrijven over Achille Van Acker...
Na zijn overlijden is er opnieuw interesse vanwege de
BRTN naar "De Jaren 50". Heel wat namen defileren hier de komende
jaren: Cas Goossens, Marc Lybaert, Marga Neirinck, Frans Puttemans, Piet
Balfoort, Paul Koeck, Carla Puttemans, Myriam De Lille, Winnie Enghien, Hugo
Meert, Jan Ceuleers, Jef Mellemans… allemaal mensen die graag "De Jaren
50" op de televisie uitgezonden wensten te zien. Maar het heeft niet mogen
baten, het project is in de loop van het jaar 1997 een stille dood gestorven.
Misschien is er ergens een talentvolle auteur die deze scenische synopsis in dialoogvorm kan uitschrijven? Want verhaal,
intrige, personages en locaties zijn weer subliem! Typerend voor het talent van
Rudy.
Rudy was een unicum, een broer die tof omging met zijn
jongere broers en zusje, een vader die tof omging met zijn zonen, een
toneelschrijver die tof omging met zijn medewerkers. Vandaag zou hij in leven
66 jaar geworden zijn. Helaas verliet hij ons allemaal veel te vroeg. Maar hij
heeft zich toch op zijn eigen manier onsterfelijk gemaakt. Het was voor mij een
revelatie om hem als broer te hebben gehad.
Maar Rudy leeft!
Want: mijn oprechte bewondering gaat naar Ruth Roesbeke, die met haar thesis in het Academiejaar 2007 –
2008 slaagde als Master in de Geschiedenis. Thesis,
die te raadplegen is in de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Gent, met
als titel: GESCHIEDENIS en VERBEELDING: Een bijdrage tot het onderzoek naar de
visualisering van de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen aan de hand van de
fictieserie ‘Klein Londen, Klein Berlijn’ (1988) Mijn oprechte bewondering gaat ook naar Hugo Meert,
voorzitter van VZW Initiatief Jeugd en Theater te Tienen, die besliste het jaar
2009 uit te roepen als een Rudy-Geldhof-jaar. Dit omdat het 25 jaar geleden zal
zijn dat Rudy beslist heeft om van zijn pen te leven. Heel wat instanties zijn
aangesproken en willen deelnemen aan deze herwaardering van Rudy als uniek
toneelauteur en scenarioschrijver.
Randy Geldhof
Beernem, 13 oktober 2008
Bibliografie:
De Geit - 16 januari 1975 - manuscript - persartikels
Buurt - 16 januari 1975 - manuscript - persartikels
Carmen, de Vamp van Sevilla - 18 februari 1976 -
manuscript - persartikels
Het Souper - 8 mei 1976 - manuscript - persartikels
Eenentwintigen - 25 mei 1977 - manuscript - persartikels
Twee Vrouwen - 5 maart 1978 - manuscript - persartikels
Mijnheer Karel - 5 februari 1978 - manuscript -
persartikels
Katanga Diane - 1 oktober 1978 - manuscript -
persartikels
Winnaars en Verliezers - 2 oktober 1979 - manuscript -
persartikels
Bob en Liesbeth - 13 november 1981 - manuscript -
persartikels
De Vrije Madam - 1 juli 1983 - manuscript - persartikels
Huis van Vertrouwen - 11 februari 1987 - manuscript -
persartikels
Tantes - 21 november 1991 - manuscript
Prins Karel, Graaf van Vlaanderen - 23 april 1992 - manuscript
– persartikels

L.P. Uit de reeks steekkaarten
van VVT(S) - Vta januari 1982
Digitalisering door R.G 01-08-2009
Actualisering: Randy Geldhof 13-10 2008