HUIS
VAN VERTROUWEN
RUDY
GELDHOF
Genre:
realistisch theater
Bezetting:
2h 2d
Creatie:
Korrekelder Brugge 11 februari 1987
Duur:
avondvullend
Decor:
een woonkamer
KORTE
INHOUD:
Destijds
nam Jean Verbrugge een bloeiende familiezaak in liturgische gewaden en
liturgische voorwerpen over. Jean is er niet in geslaagd deze winkel boven
water te houden. Zelf steekt hij de schuld op het tweede Vaticaans Concilie. In
werkelijkheid ligt de fout bij Jean zelf, die alles behalve een zakenman is.
Gerda,
zijn vrouw, heeft zich altijd afgesloofd in huis. Bijna vanzelfsprekend liep
zij in de schaduw van haar man. Nu Jean failliet is, en al hun bezittingen
worden verkocht, gaat zij haar eigen weg. Zij gaat op zoek naar wat eigen werk
en naar wat persoonlijke vrijheid. Al gauw geraakt ze aan een baan bij
Liturga, de vroegere concurrent van Jean. Gerda vindt er haar draai, dit tot
groot ongenoegen van Jean. Deze laatste laat haar in de steek.
Zoon
Tony wou het proberen als auteur. Om aan een uitgever te geraken, begon hij
een verhouding met diens vrouw. Tony wordt niet uitgegeven, en de verhouding
springt af.
Nu
wil Tony een cafétheater openen. Hiervoor heeft hij het geld van oma nodig.
Gerda
ziet in dat Tony een aardje heeft naar zijn vaartje. Het geld van oma zal er
gauw zijn doorgedraaid. Daarom verzet ze zich tegen de plannen van haar zoon.
Deze verlaat woedend het huis.
Gerda
blijft alleen achter. Ook zij moet haar koffers pakken in het huis dat net is
verkocht.
PERSONAGES:
Jean
Verbrugge: 50 jaar, een mislukte zakenman. Veel woorden, maar weinig daden. Een
charmeur.
Gerda:
zijn vrouw, 50 jaar, heeft vijfentwintig jaar in de schaduw geleefd van haar
man. Nu ze ziet dat al haar inspanningen voor niets zijn geweest, gaat ze op
zoek naar zelfstandigheid.
Tony: hun zoon, 25 jaar.
Heeft een aardje naar zijn vaartje. Mislukte als auteur. Zal het in de zakenwereld
ook niet ver brengen.
Cecile
Callens: 40 jaar, de vrouw van een uitgever. Ze had een verhouding met Tony.
Uit vrees voor haar man heeft ze die uitgemaakt. Ze is nog altijd smoorverliefd
op Tony.
PERSOONLIJK
OORDEEL:
Een
realistische geschreven gebeuren met echte mensen. Tragikomedie met heel wat
humor, geschreven in een vlotte spreektaal. Een verhaal dat aan spreekt.
Verkrijgbaar
bij: Janssens
Noot van de web beheerder:
Wanneer ik de steekkaart
waar ik mee bezig ben actualiseer ga ik langs verschillende wegen op zoek naar
gegevens. Bij de ene auteur heb je veel resultaat en weinig werk. Bij de andere
ben je soms zelfs niet zeker of de naam wel juist gespeld is. Ik had al één en
ander bij elkaar gezocht over deze auteur en vond dan deze site.
Schitterende site. Maar, niemand kan voorspellen hoelang deze
site online gaat blijven. Daarom heb ik de voornaamste onderdelen die ons als
theatermakers aangaan hieronder praktisch letterlijk vergenomen. Met dank aan
Randy Geldhof.
Rudy zijn grootvader langs moeders kant, Henri Sierens, immigreerde naar
Canada in 1902. Hij liet vrouw en familie achter in het arme Vlaanderen. Hij
werkte hard, met het verdiende geld liet hij zijn vrouw overkomen naar Canada.
Na enkele jaren kocht hij onontgonnen stukken grond op. Door hard labeur
beschikte hij nadien over zijn eigen aantal hectaren vruchtbare landbouwgrond.
Graan werd geoogst en diende voor het verhongerde Europa, dat de Eerste
Wereldoorlog meemaakte. Tijdens die oorlog is Marguerite Sierens geboren op 9
augustus 1915 te St.Alphonse in Canada. Mathilde Fransoo, de moeder van
Marguerite, kreeg heimwee naar haar familie in Europa. Eind 1919 was het
Canadees avontuur voorbij en kwamen ze terug naar Knesselare. Marguerite
trouwde met Rudolf Geldhof (Knesselare 08.07.1916 – Brugge 13.03.1989) op 24
juli 1939.
Rudolf was leerlooier van beroep. Hij had de zaak van zijn vader Karel
Geldhof overgenomen aan de Hellestraat in Knesselare. Dan kwam de mobilisatie.
In het begin van de oorlog was Marguerite in verwachting, maar zij verloor haar
eerste kindje tijdens de geboorte op 1 augustus 1941, een dochtertje. Middenin
de Tweede Wereldoorlog werd hun eerste zoon Rudy Geldhof geboren te Brugge op
13 oktober 1942.
Rudy was in 1944, net voor de Duitse aftocht bijna twee jaar. Eind augustus
hadden zijn ouders een jonge verzetsman, die een Duits officier in de hand
geschoten had, bij hen laten overnachten. Midden in de nacht daarop werd het
huis in de Hellestraat omsingeld en volledig doorzocht door de Duitsers. Met
een aanhoudingsbevel voor zijn ouders, om direct meegenomen te worden naar
Aalter voor verdere ondervraging. Rudy sliep als 2-jarige peuter op de eerste
verdieping in zijn bedje. Ondanks het lawaai en het tumult bleef hij rustig
doorslapen. De Duitsers dachten dat de jonge verzetsman zich op zijn kamer
bevond. Met het geweer in aanslag boven het bed van Rudy riep zijn moeder:
"Nicht schiessen, das ist mein Sohn, Rudy". De Duitse officier, die
het bevel voerde, was vertederd, omdat hij in de heimat ook een enige zoon van
die leeftijd had die Rudi noemde en hijzelf noemde Rudolph net als de vader van
Rudy. Hun arrestatie werd uitgesteld. Drie weken daarop, op 13 september 1944,
werd Knesselare door de Canadezen bevrijd.
Rudy kende een zorgeloze tijd in Knesselare kort na de oorlog. Zijn vader
leerde hem op heel jonge leeftijd voetballen. Zelf, voor zijn tijd, was zijn
vader een uitzonderlijk talentrijke voorspeler bij V.V.Harop Knesselare. Heel
wat artikels in de krant verschenen over hem. Door het winnen van
voetbaltornooien, waarin hij de uitblinker was, werd zijn naam bekend. Er kwam
een moment dat afgevaardigden van Cercle Brugge zich interesseerden in zijn
talent. Maar zijn vader bleef liever leerlooier. Ondertussen volgde Rudy de
lagere gemeenteschool. Op school was hij een haantje de voorste, zoals in het
voetbal. Zonder moeite of autoriteit maakte hij vrienden en iedereen keek naar
hem op en was graag in zijn gezelschap. Reeds dan schreef hij prachtige
opstellen en kon hij zijn leeftijdsgenoten boeien door zijn vertellingen. Zijn
opmerkzaamheid was scherp en tot in de kleinste details kon hij iets
navertellen. Thuis hadden zijn ouders stapels boeken van het Davidsfonds.
Boeken die hij allemaal verslond. Thuis was er ook vanaf de uitgave van het
eerste nummer het wekelijks stripblad "Robbedoes". Aan de hand van
die stripverhalen en die boeken creëerde hij al op jonge leeftijd een wereld
vol fantasie en werd hij overal geliefd. Ook door zijn drie broertjes die hij
erbij kreeg: Rony (Brugge 24.05.1945 – Brugge 25.07.2000), Regy (Brugge
19.05.1948 – ) en Randy (Brugge 4.01.1952 – ). Tijdens de periode van zijn
lager onderwijs wist hij al dat hij schrijver wilde worden. Zijn zin voor
realiteit, zijn ongebreidelde fantasie kreeg hij mee van zijn vader. Van zijn moeder kreeg hij de kunst mee om
zijn medemens te boeien met zijn verteltalent, waar zij altijd zo sterk in was.
En als oudste van vier, keken zijn broertjes naar hem op. De 10 jaar die
volgden na het einde van de oorlog waren gunstig voor het kleine
familiebedrijf. De leerlooierij uit de Hellestraat werd steen voor steen
afgebroken en terug opgebouwd in de Koningin Astridlaan te Assebroek. Op 5 mei
1955 verhuisde de familie Geldhof-Sierens naar de nieuwbouwvilla. Rudy kwam van
de lagere school en ging over naar de Humanioraleergangen. Toen liet vader
Geldhof hem lid worden van R.C.S.B. Cercle Brugge. Binnen het jaar werd het
voetbaltalent van Rudy beloond met de schaal van beste cadet. Na een
voorbereidend jaar aan het Sint-Lodewijkscollege in Brugge werd hij leerling
aan het nieuwe O.L.Vrouwcollege te Assebroek, dat een onderdeel van het
Sint-Lodewijkscollege was. De nieuwe school was nog in aanbouw en er werd toen
gedurende de eerste jaren heel wat geïmproviseerd: les in barakken, les in
andere kleine scholen, les in open lucht. De eerste jaren Latijns-Grieks van de
Oude Humaniora verliepen heel vlot. Het was trouwens de enige richting die men
in die school kon volgen en de leerlingen van zijn klas voelden zich echte
pioniers. Zij waren altijd de oudste klas. Een speciaal gevoel gaf het aan
Rudy, hij heeft eigenlijk nooit ervaren op die manier wat een middelbare school
was. Voor zijn broers was hij in die zes jaar Humaniora een bron voor
inspiratie. Er was toen nog geen televisietoestel in huis en zijn ouders gingen
regelmatig op cinemabezoek. Na het avondmaal ging iedereen op het groot bed van
de ouders gaan zitten. Rudy begon heel spannende verhalen te vertellen, over
cowboys en indianen, ridders, gangsters, soldaten…
Toen hij hoorde dat na enkele uren zijn ouders terugkwamen van hun
bioscoopbezoek, moesten de broers vlug in hun eigen bedje kruipen. Tijdens zijn
vertelling was zijn jongste broertje soms al in slaap gevallen omdat het te
laat werd. Maar geen probleem, Rudy kon de volgende dag precies inpikken waar
de slaap intrad en zijn boeiende verhaal verder afwerken. Ook ganzenspellen op
een stuk karton tekende hij uit en ze werden door hem met vakjes ingevuld
volgens de gebeurtenissen en ervaringen van de laatste weken. Met eigen
reglementen… Iets wat hij ook zelf bedacht had: soldaatje spelen. Met
speelgoedblokjes bouwden de broers een fort en met knikkers kon men om beurten
mikken op de tegenstander. Viel die om, dan mocht men zijn hand open spreiden
en die afstand op de grote tafel opschuiven naar de vijand. Het laatste
speelgoedsoldaatje dat bleef rechtstaan had het spel gewonnen… Eenentwintigen
met de kaarten voor geld, pietjesbak spelen voor geld, monopoly spelen,
woordjes spelen met een kaartspel van letters…voor geld… Daarmee hield hij ons
jaren in de ban en de broers kenden een vrije, onbezonnen jeugd.
Vader Geldhof was het leerlooien beu. Het vergde veel fysieke arbeid en het
stonk overal naar gelooide dierenvellen. Hij zocht naar een verfijnder
zelfstandig beroep. Daarom kocht Rudolf een handschoenfabriekje op van een
zelfstandige die op pensioen ging. Al vlug werd die overgang een succes:
lederen handschoenen werden gefabriceerd van heel goede kwaliteit. Omdat de
zaken goed draaiden kreeg de toen zestien jaar oude Rudy van zijn vader een
klein karabijn, waar men kogeltjes met hagelloodjes in kon stoppen. Verkleed
als een echte jager, met groene mantel, met jagersmuts en uitgerust met een
verrekijker liep hij rond in de grote tuin. In de tuin bij Rudy thuis liep er
niet veel wild rond toen. Hij liep daarom ook een paar keer in de volledig
volgroeide tuin bij de buren, als ze op reis waren natuurlijk, hopend op meer
trofeeën. Op een keer schoot hij een mus, die wilde maar niet dood, hij riep
zijn jongste broertje ter hulp. Dat 10 jaar jongere broertje van hem nam een
schop en klopte het musje morsdood in één slag. Rudy was zijn broertje zo
dankbaar! Kocht hem als beloning een album van Suske en Wiske! Slechter was het
voor hem toen hij eens de woonkamer binnenkwam met zijn geladen karabijn, de
loop naar de vloer gericht. Om welke reden dan ook ging het karabijn af. Door
de afstoot op de vloer kwam één van de loodjes terecht onder de huid van de
enkel van zijn vader. Van dan af mocht hij zijn jagerscarrière vergeten: de
karabijn verdween voorgoed op zolder achter slot en grendel!
De liefde voor poëzie en literatuur werd steeds groter. Hij volgde in
1959-1960 de Poësis in het O.L. Vrouwcollege. Hij werd opgemerkt door zijn
leraar Nederlands, die zijn opstellen vergeleek met die van andere
medestudenten. Rudy schreef toen al in verschillende stijlen, wat uitzonderlijk
was in die periode. Zijn medeleerlingen keken naar hem op. Zelf liep hij
bibliotheken en boekhandels af om nieuwe horizonten in de literatuur te
ontdekken. Zijn favoriet was Franz Kafka, hoewel hij van zijn geschriften niet
veel begreep. Maar het was "in". Vooral het lezen van boeken die op
de lijst stonden van verboden literatuur. Lijst die ze gekregen hadden van het
O.L.V.College zelf! Vlug boeken van Jean-Paul Sartre en andere goddeloze
schrijvers lezen. Meestal zonder echt te begrijpen wat daar in stond. Hele
pagina's gedichten schreef hij toen, maar hij was te verlegen om die aan zijn
leraars te tonen, laat staan aan zijn ouders. Toch had hij genoeg lef om een
paar van zijn gedichten op te sturen naar het "Poëtisch Bericht van
West-Vlaanderen". In 1960 werden er, tot zijn verwondering en tot zijn voldoening,
twee van gepubliceerd. Met als titels "terras" en "impressie 's
avonds":
terras
een koud biertje kelner
kom
hier zo kalm
in knusse stoel
op terras zo koel
een sigaret aan 't bijten
klinkende cognac
klakkende lippen
nippende tongen
tikkende hakken van serveuse
tik klink cognac
meisjes trippelen voorbij
gekeurd wordt elk
de mooiste kruipt in mijn glas
ik kijk een kwartier lang
- in mijn glas -
rieten stoelen op een rij
slapende muziek
film van vrouwen
trekt voorbij
de waardin
"nog iets m'neer?"
impressie 's avonds
op het zinken dak
zijn waterplassen
zwaar
een grauwe kleine vogel
verloren
schoorstenen
machtig en dwaas
zinloze duisternis
warmte
regen
Van de redactie kreeg hij 300 fr., zijn eerste geld dat hij ooit verdiende
met het schrijven. Op zijn 18 jaar! Hij toonde aan zijn klasgenoten dat zijn
gedichten in het tijdschrift verschenen waren. Die liepen dolenthousiast naar
hun leraars: "Ongelooflijk, moet u nu iets weten: Rudy zijn gedichten zijn
gepubliceerd en staan naast gedichten van Speliers, Christine D'Haen en
Spillebeen!". Maar de leraars waren niet onder de indruk. Rudy zijn droom,
was romanschrijver te worden. Een paar pogingen deed hij in die zin, maar al
vlug ondervond hij dat romans schrijven heel omslachtig was. Zelf was hij bitter
jong en had nog geen levenservaring. Maar de toekomst lonkte. Ondertussen blijf
hij maar gedichten, en gedichten, en gedichten schrijven.
Er verbleef in die periode bij de naaste buren een arm meisje voor één
maand. Ze kwam uit de "Bidonvilles" rond Parijs. Via een caritatieve
instelling werden zo 'n armtierige jongens of meisjes geplaatst bij meer
gegoede families in België. Rudy was zo gebeten door het idee dat hij zijn
ouders vroeg om ook zo'n meisje voor één maand in huis te nemen. Zij waren
ermee akkoord. Dit was niet voldoende voor Rudy. Hij bleef aandringen bij zijn
ouders. Waarom voor één maand? Waarom niet voor altijd? En opnieuw gingen zijn
ouders akkoord. Hijzelf had zijn oudste zus nooit gekend in zijn leven, en na
een broertje, kwam nog een broertje en dan nog eentje. Zijn ouders hadden toch
maar hun eerste dochtertje verloren! Belgisch Kongo was net onafhankelijk
geworden. Heel wat kleine kinderen uit een huwelijk van een blanke vader en een
zwarte moeder werden verstoten. De ouders van Rudy namen contact op met het
Ruandafonds. Dit fonds zorgde voor een veilige thuis voor die kinderen in
België. Na de aanvraag, was het lang afwachten. Rudy volgde reeds de Retorica
aan het O.L.Vrouwcollege, zijn laatste jaar Oude Humaniora. Op een dag rinkelde
de telefoon. Rudy stond erbij toen de vraag gesteld werd aan zijn vader als hij
een klein dochtertje erbij wilde. Zijn antwoord was natuurlijk: ja! Er werd
zijn vader ook gezegd dat het kleine meisje al op het vliegtuig zat richting
België. Op 13 september 1960 is het bijna driejarig meisje afgehaald door de
gehele familie in Zaventem. Bernadette (Bujumbura 10.11.1957 – Brugge
25.08.1995) werd als voornaam gekozen voor haar. Ze was een verkwikking in het
leven van Rudy, zijn ouders en zijn broers. Wat een impact had zij op iedereen!
Eindelijk een zusje!
Vanaf september 1961 volgde Rudy de 1e Kandidatuur Klassieke Filologie aan
de Leuvense universiteit. Vooral uit interesse voor de filosofie, niet zozeer
voor het Latijn of het Grieks. De oude talen vielen weg en werden omgeruild
voor Germaanse talen. Rudy moest afhaken. Zijn legerdienst moest hij nog
volbrengen en in afwachting daarvan hielp hij in de handschoenenfabriek. Hij
vertikte het om zoals iedereen ergens achter een bureautje te gaan zitten en te
denken aan opslag van zijn baas, aan carrière maken als bediende, aan een
gezinnetje stichten, aan trouwen en aan het krijgen van kinderen. Vanaf 27
maart 1964 volbrengt hij zijn militaire dienstplicht. En dit voor twaalf
maanden in St. Truiden. Achteraf blijft hij helpen in het familiebedrijf. Rond
mei 1968 bemerkt hij in de krant een aankondiging waar men een interpreteer
vraagt in een souvenirwinkel in Lourdes. Een goed betaalde job, met alle
faciliteiten voor die tijd. Hij hapt toe, want hij wil zijn horizonten
verleggen. In "La Croix Blue" in Lourdes wordt hij tolk in een heel
grote winkel waar Mariabeeldjes en gewijd water verkocht worden. De Vlamingen
krijgen er 10% korting. Rudy ervaart zijn bazen als cynici en atheïsten, hun
personeel zijn goedgelovige vrome mensen die het goed menen. Die absurde
situatie sterkt zijn verlangen om daar iets over te creëren. Begin september
van dat jaar begon het voetbalseizoen bij V.V.Harop Knesselare. De voorzitter
van die voetbalploeg was baas van een busreizenfirma. Af en toe deden ze ook
Lourdes aan en hijzelf bracht Rudy mee in één van zijn bussen naar België. Ze
hadden hun midvoor zo van doen! Voetbal! Thuis speelde hij met zijn jongere
broer Rony een soort tennis- of volleyvoetbal dat hij op zichzelf bedacht had.
Elk een klein stukje van een soort tennisveld, een net zoals in het tennis in
het midden en de bal mocht maar één keer het gras raken binnen je eigen stukje
speelveld. Uren en uren werd dit gespeeld. Rudy en zijn jongere broer Rony
waren dan ook fysisch en technisch heel sterk getraind. Rudy voetbalde steeds
beter en beter. Maar zoals in de voetsporen van zijn vader opteerde hij toch om
bij V.V.Harop Knesselare in derde Provinciale Oost-Vlaanderen te spelen. Zijn
speltechniek als voorspeler was enig, hij scoorde massa's doelpunten en werd
toen door elke verdediger gevreesd. Een krant schreef in 1969: "Eén der
gevaarlijkste voorspelers die er momenteel in derde Provinciale Oost-Vlaanderen
rondlopen". In het artikel schonk men vooral aandacht aan "zijn
techniek, zijn snelheid, zijn afwerking, zijn gevaarlijk en juist schot en meer
dan behoorlijk kopspel".
Rudy ervaart meer en meer dat hij schrijver zal worden. Hij zoekt naar een
oplossing om een seizoendienst te volbrengen, die hem genoeg geld oplevert om
in de winterperiode te kunnen schrijven. Die formule vindt hij bij de
pakketboten Oostende-Dover. Als assistent-purser of ticketcollector bij de
Regie voor Maritiem Transport te Oostende werkt hij vier seizoenen lang.
Onregelmatige afvaarten en weekendpremies zorgen ervoor dat hij genoeg
financiële verdiensten overhoudt in de winter om zijn droom te verwezenlijken.
Hij experimenteert met proza en poëzie, maar het ligt hem niet zozeer. In
Londen koopt hij stapels pockets over toneel en de "angry young men".
Uit oude kranten, die gebruikt werden in het atelier van zijn vader, knipt hij
recensies over toneel uit en legt een hele verzameling aan. Samen met heel wat
vrienden en een kunstschilder mag hij van zijn ouders een verouderd deel van
het fabriekspand inrichten als kunstatelier, waar gesproken wordt over
vernieuwing in de literatuur, de schilderkunst, de politiek, enz… Pogingen om
korte stukken te schrijven lukken niet. Hij zet door: hij beslist een volavond
stuk te schrijven…
"Vriend" is een avondvullend volwaardig toneelstuk dat totaal
nieuw is voor het huidige
theaterpubliek. Rudy had er 2 jaar aan gewerkt. Het was af in 1970, toen hij 28
jaar oud was. Zijn manuscript stuurde hij op naar alle gekende
toneelgezelschappen. De meeste gezelschappen reageerden niet eens. Van enkele
kreeg hij een beleefd antwoord met daarin lovende woorden over zijn toneelstuk.
Maar gezien de problematiek van het stuk en het vooruitstrevend onderwerp dat
het behandelde werd het toen nooit opgevoerd. "Vriend" werd bijna
opgevoerd door de Werkgemeenschap van de Brusselse Beursschouwburg. Regisseur
zou Dries Wieme worden en vanuit de KNS-Antwerpen was er een zekere interesse
voor het stuk, op voorwaarde van herwerking. Maar in die tijd waren
gezelschappen nog bang om hun subsidies kwijt te spelen die ze kregen van de
overheid. Rudy heeft dan ook het stuk aan de kant gelegd om het in betere
tijden nog eens te bekijken. Door andere activiteiten heeft hij dat nooit
kunnen doen. Nu kan dit stuk zeker door het theaterpubliek gesmaakt worden,
want allerlei taboes zijn vergeleken met 38 jaar geleden gelukkig doorbroken.
"Vriend" heeft als toneelstuk reeds alle ingrediënten van Rudy als
auteur in zich die latere jaren ook duidelijk naar voor treden: prachtige
realistische dialogen, personages met pit en een zin voor drama en spanning
naar het einde toe. Maar het mocht niet zijn, "Vriend" is nooit
opgevoerd. Niet plooien, niet opgeven, dacht Rudy. Hij schreef "Mijn
Vakantie met Blomme" in 1971, kort na de ontgoocheling die hij opliep met
het toneelstuk "Vriend". Rudy, gebeten door de theatermicrobe, gooide
het op een andere boeg: lukt het niet in een schouwburg, dan lukt het op straat
desnoods. Het stuk "Mijn Vakantie met Blomme" is echter tot op heden
nog nooit opgevoerd. Niet in open lucht en ook niet op straat.
Maar Rudy gaf niet op: hij opende op 1 december 1973 cafétheater De Kelk in
de Langestraat te Brugge, een pand dat al een 10-tal jaar leegstond. Met de
hulp van zijn vrienden en soms met medespelers van zijn voetbalploeg uit
Knesselare deed hij wonderen. Een prachtig groot café met Jugendstilinterieur
en een ruime bovenzaal werden ingericht met smaak. Cafétafels waren zijn idee:
een combinatie van een onderstel van een oude naaimachine met een nieuw
marmeren blad. Hij schreef in hetzelfde jaar zijn eenakter "De Geit".
De bedoeling was het stuk op te voeren in de eigen caféruimte, doch acteurs,
regisseur en geldmiddelen kwamen niet vanzelf aan de deur aankloppen. Maar er
waren gastvoorstellingen van theatergezelschappen in de bovenzaal, voorstellingen
zonder podium, of met een podium gemaakt met lege bierbakken en vezelplaten, en
met weinig technische middelen. Het Westvlaams Teaterkollektief Malpertuis uit
Tielt, speelde in De Kelk "Play Strindberg" (Dürrenmatt). Rudy kwam
in contact met Jacky Tummers die dit stuk regisseerde. Via Tummers leerde Rudy
Wil Beckers kennen van het Nieuw Vlaams Toneel De Waag van Antwerpen. Het NVT
De Waag werd opgericht om vernieuwend Nederlandstalig toneel van eigen bodem te
stimuleren en op te voeren. De heer Beckers was dolenthousiast bij het lezen
van "De Geit" en gaf Rudy de opdracht tot het schrijven van een
tweede eenakter. Rudy gaf zijn eenakter de titel "Buurt". "De
Geit" en "Buurt" gingen in première op 16 januari 1975 in
Antwerpen en die eenakters werden ook opgevoerd in de bovenzaal van De Kelk. In
die periode werd het talent van Rudy Geldhof als toneelschrijver geopenbaard.
Verdere successen lieten niet lang op zich wachten.
Hij huwde met Marleen Vandenabeele in 1975. In 1976 werd: "Het
souper" opgevoerd in Tielt. In 1977 "Eénentwintigen" in
Antwerpen. Allebei met enorm succes. Samen met Jacky Tummers en een plastisch
kunstenaar stichtte hij in 1977 de vzw Teater De Kelk. Er werd een nieuwe
gezellige theaterruimte gebouwd achter de gelagzaal met een 80-tal zitplaatsen.
De bovenzaal bleef dienst doen als danszaal voor jongeren, party's met
discomuziek waren schering en inslag. Het was voor de jeugd "the place to
be". Rudy werd intussen vader. Op 14 november 1977 werd zijn oudste zoon
Alexander Geldhof geboren (Brugge 14.11.1977 ). Maar voor
theaterliefhebbers was Teater De Kelk "the place to be". In 1978 gingen drie
stukken in première: "Twee Vrouwen" in Teater de Kelk, "Mijnheer
Karel" in Malpertuis Tielt en "Katanga Diane" in Teater De Kelk.
In 1979 werd: "Winnaars en Verliezers" gecreëerd in het nieuwe
Ankerruitheater van het NVT in Antwerpen. Het was een coproductie tussen het
NVT, Teater De Kelk en Teater Vertikaal (Gentbrugge).
Teater De Kelk overleefde de eerste twee jaar zonder subsidies. Twee jaar
was de gebruikelijke termijn toen. De eerste betoelaging kwam vanaf het seizoen
1979-1980, maar stond niet direct op de bankrekening daarvoor. Van zodra de
eerste subsidiëring er was, liet Rudy de dagelijkse leiding van Teater De Kelk
over aan een afgestudeerde van het HRITCS in Brussel. Rudy wilde nu eindelijk
eens tijd maken voor zichzelf en de beslommeringen die het theatergezelschap
met zich meebracht een beetje achter zich laten. Voor een tweede keer werd Rudy
papa. Als voornaam gaf hij zijn zoon de naam van zijn vader: Rudolf (Brugge
13.2.1981 – ) Toneel schrijven bleef de passie van Rudy. Hij schreef in 1980
"De Vrije Madam". De eerste werktitel was: "Noch Vis, Noch
Vlees". Het was een monoloog geschreven met in zijn achterhoofd Yvonne Lex
als actrice. Maar die vond zichzelf te eerbaar om die monoloog te spelen. Er
werd uitgekeken naar Ann Petersen, een betere keuze zelfs. Die kon zich echter
niet vrij maken. "De Vrije Madam" werd in hetzelfde jaar bekroond met
de Visser-Neerlandiaprijs. Later zou het stuk geschiedenis maken! "Bob en
Liesbeth" ging in première in november 1981 in Teater De Kelk. Een
intimistisch stuk, door het publiek van Rudy iets minder geliefd. Rond die
periode, werd Rudy bevriend met Chris Lomme, die de rol van Liesbeth speelde.
Zij was verbonden met de KVS. Via haar kreeg Rudy de opdracht een volavondstuk
te schrijven voor de KVS. Zou zijn oude droom verwezenlijkt worden? Het liep
echter op een sisser uit: slechts 3 van de 11 scènes zijn door hem uitgewerkt
en het project bloedde dood. Voor televisie werd op 25 november 1981 zijn
bewerking van "De Pornofilm" (H.Walbert) uitgezonden. Hij begon nu
steeds meer voor televisie te schrijven. Op 24 oktober 1982 werd zijn bewerking
van "Cello en Contrabas" (M.Dekker) uitgezonden op de BRT. En op 16
januari 1983 kwam zijn bewerking van "Lente" (C.Buysse) op het scherm
en op 13 maart zijn televisiebewerking van zijn eigen toneelstuk "Het
Souper".
Het Ensemble BENT (Belgisch-Nederlandse Teaterprodukties), toen gehuisvest
in de Benterij in Kasterlee wilde de productie van het bekroonde stuk "De
Vrije Madam" op zich nemen. De leider van dit gezelschap, Jaak Vissenaken
zou de regie voeren, maar men vond geen geschikte actrice. Rudy vroeg toen aan
Jaak: waarom speel jij niet zelf "De Vrije Madam". Jaak liet zich
overtuigen, liet zich regisseren door Annelies Vaes en kende honderden
opvoeringen in het Vlaamse land en in Nederland. Een succesreeks, zelfs tot in
de stadshallen van Brugge. Samen hadden Rudy en Jaak nog een internationaal
spektakelstuk gepland: "De Zwarte Kant van 't Belfort". Men wilde
markante feiten uit de middeleeuwse geschiedenis van de stad naar voor brengen
op een ludieke manier. Ook op te voeren in de stadshallen van Brugge, maar
financiële problemen bij het stadsbestuur waren de oorzaak dat het nooit
opgevoerd werd. Na het succes van de verfilming van "Lente"
(C.Buysse) kreeg Rudy de opdracht van de BRT om "Tantes" (C.Buysse)
in scenariovorm om te zetten. De tv-film werd uitgezonden op 28 oktober 1984.
In de reeks "Made in Vlaanderen" werd ook zijn adaptatie van "De
Surprise" (Belcampo) uitgezonden op 4 november 1984. De verfilming van
"De Vrije Madam" kwam op 19 oktober 1986 op het scherm. Maar
ondertussen bleef hij toneel schrijven. In opdracht van de Korrekelder te
Brugge schreef hij "Huis van Vertrouwen", dat op 11 februari 1987 in
première ging. Het succes van zijn bewerkingen voor de televisie kenden een
zodanig succes dat de BRT hem de opdracht gaf een televisieserie van 7
afleveringen te schrijven over de ervaringen van de Vlamingen tijdens de Tweede
Wereldoorlog. Van het productieteam kreeg Rudy carte blanche nadat hij hen
enkele pittige anekdotes verteld had over de oorlog, die hijzelf had horen
vertellen van zijn ouders. Rudy gaf de serie de titel: "Klein Londen,
Klein Berlijn". Een serie met een enorme kijkdichtheid, een prachtige cast
en een diversiteit aan prachtige hoofdpersonages en bijrollen. Maar zoals Rudy
zei in één van zijn interviews later: voor de witten zal ik te wit zijn en voor
de zwarten te zwart! Ondertussen is de serie al een klassieker geworden, zelfs
van opvoedkundige historische waarde.
Rudy stond niet stil: op 10 februari 1991 werd "Madame
Freundlich" uitgezonden op de BRT, in opdracht geschreven voor de
televisiereeks "Oog in oog", waarin ook de Nederlandse oproep IKON
deelnam. Rudy had bijzondere waardering voor Ann Petersen en zij was het dan
ook die deze monoloog op een heel professionele manier bracht. Intussen was hij
gescheiden van zijn echtgenote met onderlinge toestemming. Om de twee weken
ontfermde hij zich over zijn twee zonen Alexander en Rudolf. Hij trok zich
terug op een landelijke boerderij in Oedelem. Hij ontving in de loop der jaren
heel wat literaire prijzen. Verschillende toneelstukken werden in het Frans
opgevoerd. De BRT bleef enthousiast over Rudy. Hij kreeg de opdracht om een
nieuw 6-delig televisiefeuilleton te schrijven over "De Moorden van
Beernem". Het kreeg de titel "De Bossen van Vlaanderen".
Honderden krantenartikels verschenen vooraleer de eerste aflevering uitgezonden
werd over die bizarre geschiedenis in Beernem. Heel Vlaanderen keek geboeid
naar die uitzonderlijke personages, die intrigerende geschiedenis die zo
spannend was, zo dicht bij huis. Heden zijn er nog steeds taboes die levendig
zijn en onuitgesproken blijven bij de huidige bevolking in de bewuste streek.
Na het enorme succes van Rudy zijn televisiefeuilletons "Klein Londen,
Klein Berlijn" en "De Bossen van Vlaanderen" stelde Rudy aan de
BRTN voor om een nieuw televisiefeuilleton te schrijven, volledig gebaseerd op
meestal autobiografische elementen. En dit over de naoorlogse periode: De Jaren
50. Zijn outline, die een beknopt overzicht van de personages en het verhaal
weergeeft werd door de BRTN enthousiast onthaald en goedgekeurd. Op 1 juli 1990
kreeg Rudy de opdracht van de BRTN tot het schrijven van de uitzonderlijk
uitgebreide scenische synopsis over zijn nieuw 7-delig televisiefeuilleton
"De Jaren 50". Enkel de dialogen ontbraken nog. Aangezien de
verfilming van "De Jaren 50" in het gedrang kwam wegens een te kort
aan financiële middelen bij de BRTN, heeft Rudy zijn feuilleton nooit in
definitieve versie verder afgewerkt. Hij heeft zich dan maar op zijn eerste
grote liefde geconcentreerd: toneel schrijven. In opdracht van Arca heeft hij
eind 1991 "Prins Karel, Graaf van Vlaanderen" geschreven, een gedurfd
stuk dat enig in zijn soort was en een enorme belangstelling gekend heeft. Rudy
heeft spijtig genoeg zijn nieuwe creatie nooit opgevoerd gezien, aangezien hij
enkele dagen voor de première overleed. Hij had nochtans heel wat projecten
voorzien: een stuk schrijven over Guido Gezelle, een stuk schrijven over gravin
d' Hespel, een stuk schrijven over Achille Van Acker...
Na zijn overlijden is er opnieuw interesse vanwege de BRTN naar "De
Jaren 50". Heel wat namen defileren hier de komende jaren: Cas Goossens,
Marc Lybaert, Marga Neirinck, Frans Puttemans, Piet Balfoort, Paul Koeck, Carla
Puttemans, Myriam De Lille, Winnie Enghien, Hugo Meert, Jan Ceuleers, Jef
Mellemans… allemaal mensen die graag "De Jaren 50" op de televisie
uitgezonden wensten te zien. Maar het heeft niet mogen baten, het project is in
de loop van het jaar 1997 een stille dood gestorven. Misschien is er ergens een
talentvolle auteur die deze scenische synopsis in dialoogvorm kan uitschrijven?
Want verhaal, intrige, personages en locaties zijn weer subliem! Typerend voor
het talent van Rudy.
Rudy was een unicum, een broer die tof omging met zijn jongere broers en
zusje, een vader die tof omging met zijn zonen, een toneelschrijver die tof
omging met zijn medewerkers. Vandaag zou hij in leven 66 jaar geworden zijn.
Helaas verliet hij ons allemaal veel te vroeg. Maar hij heeft zich toch op zijn
eigen manier onsterfelijk gemaakt. Het was voor mij een revelatie om hem als
broer te hebben gehad. Maar Rudy leeft!
Want: mijn oprechte bewondering gaat naar Ruth Roesbeke, die met haar
thesis in het Academiejaar 2007 – 2008 slaagde als Master in de Geschiedenis.
Thesis, die te raadplegen is in de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te
Gent, met als titel: GESCHIEDENIS en VERBEELDING: Een bijdrage tot het
onderzoek naar de visualisering van de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen aan de
hand van de fictieserie ‘Klein Londen, Klein Berlijn’ (1988) Mijn oprechte bewondering gaat ook naar Hugo Meert,
voorzitter van VZW Initiatief Jeugd en Theater te Tienen, die besliste het jaar
2009 uit te roepen als een Rudy-Geldhof-jaar. Dit omdat het 25 jaar geleden zal
zijn dat Rudy beslist heeft om van zijn pen te leven. Heel wat instanties zijn
aangesproken en willen deelnemen aan deze herwaardering van Rudy als uniek
toneelauteur en scenarioschrijver.
Randy Geldhof
Beernem, 13 oktober 2008
Bibliography:
De Geit - 16 januari 1975 - manuscript - persartikels
Buurt - 16 januari 1975 - manuscript - persartikels
Carmen, de Vamp van Sevilla - 18 februari 1976 - manuscript - persartikels
Het Souper - 8 mei 1976 - manuscript - persartikels
Eenentwintigen - 25 mei 1977 - manuscript - persartikels
Twee Vrouwen - 5 maart 1978 - manuscript - persartikels
Mijnheer Karel - 5 februari 1978 - manuscript - persartikels
Katanga Diane - 1 oktober 1978 - manuscript - persartikels
Winnaars en Verliezers - 2 oktober 1979 - manuscript - persartikels
Bob en Liesbeth - 13 november 1981 - manuscript - persartikels
De Vrije Madam - 1 juli 1983 - manuscript - persartikels
Huis van Vertrouwen - 11 februari 1987 - manuscript - persartikels
Tantes - 21 november 1991 - manuscript
Prins Karel, Graaf van Vlaanderen - 23 april 1992 - manuscript –
persartikels

L.P. Uit de reeks steekkaarten van VVT(S) - Vta
september 1987
Digitalisering door R.G 01-04-2009
Actualisering: Randy
Geldhof 13-10 2008