EENENTWINTIGEN
RUDY GELDHOF
Genre: dramatisch spel
Bezetting: 3 h- 3 d
Creatie: De Waag – Antwerpen
25 mei 1977
Speelduur: 90 min.
Decor: 3 decors, eventueel te
verwerken tot simultaan toneel:
- een huiskamer
- een atelier voor fabricage van handschoenen
- een slaapkamertje.
KORTE INHOUD:
Een klein familiebedrijf voor
de fabricage van lederen winterhandschoenen. De zaak wordt georganiseerd door
Jeanne, die een achterlijke dochter heeft van rond de twintig. Haar oom Cyriel
werkt in het atelier.
Haar zus Jeanne, die vroeger
een café heeft uitgebaat en regelmatig financieel moet bijspringen, voert het
huishouden. Een jonge man, Jan, werkt als hulpje in het atelier.
Een reiziger, Lucien, wordt in
dienst genomen. Het blijkt dat hij vroeger veel dronk, en dat hij een tijd
geïnterneerd in geweest na het aanranden van een minderjarige. Jeanne, die hem
nog kent van in haar cafétijd probeert hem in te palmen. Als blijkt dat hij
impotent is wegens de vele geneesmiddelen die hij moet slikken, jaagt ze hem
het huis uit.
Als hij dronken terugkomt,
neemt hij een dreigende houding aan tegenover de achterlijke Griet. Deze
verdedigt zich met een schaar. Als Cyriel haar die wil afnemen, doodt hij haar
per ongeluk. Even later komt Jan binnen. Hij wordt door de familieleden
overhaalt om te getuigen dat looien de dader is. Hij doet dit, onder bepaalde
voorwaarden. Cyriel komt vrij en de familie kan weer haar geliefkoosde
ontspanning beoefenen: "eenentwintigen".
PERSONAGES:
Anna: een eind in de veertig.
Zij leidt het familiebedrijfje. Vroeger heeft ze een vluchtig amoureus contact
gehad, maar zij verzorgt zich sinds lang niet meer.
Jeanne: haar zuster, 40-50
jaar. Heeft vroeger een café gehouden en bezit nog een soort van vulgaire
charme.
Griet: de stomme dochter van Anna, ongeveer 20 jaar; achterlijk.
Cyriel: oom van Anna en
Jeanne, 50-60 jaar t drinkt regelmatig zijn druppeltje en heeft buiten dat nog
enkel belangstelling voor het kaartspelen.
Jan: 20-25 jaar hulpje in het
atelier.
Lucien: 23-35 jaar, van goede
familie, maar aan lager wal geraakt.
PERSOONLIJK OORDEEL: Een
naturalistisch stuk, met een rake en vlotte dialoog.
Het is stevig, gebouwd en voert naar een pakkende dramatische climax
.
Verkrijgbaar bij: Toneelfonds
Janssens (gedeeltelijk) en PBL
Noot van de web beheerder:
Wanneer ik de
steekkaart waar ik mee bezig ben actualiseer ga ik langs verschillende wegen op
zoek naar gegevens. Bij de ene auteur heb je veel resultaat en weinig werk. Bij
de andere ben je soms zelfs niet zeker of de naam wel juist gespeld is. Ik had
al één en ander bij elkaar gezocht over deze auteur en vond dan deze site.
Schitterende
site. Maar, niemand kan voorspellen hoelang deze site online gaat blijven.
Daarom heb ik de voornaamste onderdelen die ons als theatermakers aangaan
hieronder praktisch letterlijk overgenomen. Met dank aan Randy Geldhof.
Rudy zijn grootvader langs moeders kant, Henri Sierens,
immigreerde naar Canada in 1902. Hij liet vrouw en familie achter in het arme
Vlaanderen. Hij werkte hard, met het verdiende geld liet hij zijn vrouw
overkomen naar Canada. Na enkele jaren kocht hij onontgonnen stukken grond op.
Door hard labeur beschikte hij nadien over zijn eigen aantal hectaren
vruchtbare landbouwgrond. Graan werd geoogst en diende voor het verhongerde
Europa, dat de Eerste Wereldoorlog meemaakte. Tijdens die oorlog is Marguerite
Sierens geboren op 9 augustus 1915 te St.Alphonse in Canada. Mathilde Fransoo,
de moeder van Marguerite, kreeg heimwee naar haar familie in Europa. Eind 1919
was het Canadees avontuur voorbij en kwamen ze terug naar Knesselare.
Marguerite trouwde met Rudolf Geldhof (Knesselare 08.07.1916 – Brugge
13.03.1989) op 24 juli 1939.
Rudolf was leerlooier van beroep. Hij had de zaak van
zijn vader Karel Geldhof overgenomen aan de Hellestraat in Knesselare. Dan kwam
de mobilisatie. In het begin van de oorlog was Marguerite in verwachting, maar
zij verloor haar eerste kindje tijdens de geboorte op 1 augustus 1941, een
dochtertje. Middenin de Tweede Wereldoorlog werd hun eerste zoon Rudy Geldhof
geboren te Brugge op 13 oktober 1942.
Rudy was in 1944, net voor de Duitse aftocht bijna twee
jaar. Eind augustus hadden zijn ouders een jonge verzetsman, die een Duits
officier in de hand geschoten had, bij hen laten overnachten. Midden in de
nacht daarop werd het huis in de Hellestraat omsingeld en volledig doorzocht
door de Duitsers. Met een aanhoudingsbevel voor zijn ouders, om direct
meegenomen te worden naar Aalter voor verdere ondervraging. Rudy sliep als
2-jarige peuter op de eerste verdieping in zijn bedje. Ondanks het lawaai en
het tumult bleef hij rustig doorslapen. De Duitsers dachten dat de jonge
verzetsman zich op zijn kamer bevond. Met het geweer in aanslag boven het bed
van Rudy riep zijn moeder: "Nicht schiessen, das
ist mein Sohn, Rudy". De Duitse officier, die het bevel voerde,
was vertederd, omdat hij in de heimat ook een enige zoon van die leeftijd had
die Rudi noemde en hijzelf noemde Rudolph net als de vader van Rudy. Hun
arrestatie werd uitgesteld. Drie weken daarop, op 13 september 1944, werd
Knesselare door de Canadezen bevrijd.
Rudy kende een zorgeloze tijd in Knesselare kort na de
oorlog. Zijn vader leerde hem op heel jonge leeftijd voetballen. Zelf, voor
zijn tijd, was zijn vader een uitzonderlijk talentrijke voorspeler bij
V.V.Harop Knesselare. Heel wat artikels in de krant
verschenen over hem. Door het winnen van voetbaltornooien, waarin hij de
uitblinker was, werd zijn naam bekend. Er kwam een moment dat afgevaardigden
van Cercle Brugge zich interesseerden in zijn talent. Maar zijn vader bleef
liever leerlooier. Ondertussen volgde Rudy de lagere gemeenteschool. Op school
was hij een haantje de voorste, zoals in het voetbal. Zonder moeite of
autoriteit maakte hij vrienden en iedereen keek naar hem op en was graag in
zijn gezelschap. Reeds dan schreef hij prachtige
opstellen en kon hij zijn leeftijdsgenoten boeien door zijn vertellingen. Zijn
opmerkzaamheid was scherp en tot in de kleinste details kon hij iets
navertellen. Thuis hadden zijn ouders stapels boeken van het Davidsfonds.
Boeken die hij allemaal verslond. Thuis was er ook vanaf de uitgave van het
eerste nummer het wekelijks stripblad "Robbedoes". Aan de hand van
die stripverhalen en die boeken creëerde hij al op jonge leeftijd een wereld
vol fantasie en werd hij overal geliefd. Ook door zijn
drie broertjes die hij erbij kreeg: Rony (Brugge 24.05.1945 – Brugge
25.07.2000), Regy (Brugge 19.05.1948 – ) en Randy (Brugge 4.01.1952 – ).
Tijdens de periode van zijn lager onderwijs wist hij al dat hij schrijver wilde
worden. Zijn zin voor realiteit, zijn ongebreidelde fantasie kreeg hij mee van
zijn vader. Van
zijn moeder kreeg hij de kunst mee om zijn medemens te boeien met zijn
verteltalent, waar zij altijd zo sterk in was. En als oudste van vier, keken
zijn broertjes naar hem op. De 10 jaar die volgden na
het einde van de oorlog waren gunstig voor het kleine familiebedrijf. De
leerlooierij uit de Hellestraat werd steen voor steen afgebroken en terug
opgebouwd in de Koningin Astridlaan te Assebroek. Op 5 mei 1955 verhuisde de
familie Geldhof-Sierens naar de nieuwbouwvilla. Rudy kwam van de lagere school
en ging over naar de Humanioraleergangen. Toen liet vader Geldhof hem lid
worden van R.C.S.B. Cercle Brugge. Binnen het jaar werd het voetbaltalent van
Rudy beloond met de schaal van beste cadet. Na een voorbereidend jaar aan het
Sint-Lodewijkscollege in Brugge werd hij leerling aan het nieuwe
O.L.Vrouwcollege te Assebroek, dat een onderdeel van het Sint-Lodewijkscollege
was. De nieuwe school was nog in aanbouw en er werd toen gedurende de eerste
jaren heel wat geïmproviseerd: les in barakken, les in andere kleine scholen,
les in open lucht. De eerste jaren Latijns-Grieks van de Oude Humaniora
verliepen heel vlot. Het was trouwens de enige richting die men in die school
kon volgen en de leerlingen van zijn klas voelden zich echte pioniers. Zij
waren altijd de oudste klas. Een speciaal gevoel gaf het aan Rudy, hij heeft
eigenlijk nooit ervaren op die manier wat een middelbare school was. Voor zijn
broers was hij in die zes jaar Humaniora een bron voor inspiratie. Er was toen
nog geen televisietoestel in huis en zijn ouders gingen regelmatig op
cinemabezoek. Na het avondmaal ging iedereen op het groot bed van de ouders
gaan zitten. Rudy begon heel spannende verhalen te vertellen, over cowboys en
indianen, ridders, gangsters, soldaten…
Toen hij hoorde dat na enkele uren zijn ouders terugkwamen van hun
bioscoopbezoek, moesten de broers vlug in hun eigen bedje kruipen. Tijdens zijn
vertelling was zijn jongste broertje soms al in slaap gevallen omdat het te
laat werd. Maar geen probleem, Rudy kon de volgende dag precies inpikken waar
de slaap intrad en zijn boeiende verhaal verder afwerken. Ook ganzenspellen op
een stuk karton tekende hij uit en ze werden door hem met vakjes ingevuld
volgens de gebeurtenissen en ervaringen van de laatste weken. Met eigen
reglementen… Iets wat hij ook zelf bedacht had: soldaatje spelen. Met
speelgoedblokjes bouwden de broers een fort en met knikkers kon men om beurten
mikken op de tegenstander. Viel die om, dan mocht men zijn hand open spreiden
en die afstand op de grote tafel opschuiven naar de vijand. Het laatste
speelgoedsoldaatje dat bleef rechtstaan had het spel gewonnen… Eenentwintigen
met de kaarten voor geld, pietjesbak spelen voor geld, monopoly spelen,
woordjes spelen met een kaartspel van letters…voor geld… Daarmee hield hij ons
jaren in de ban en de broers kenden een vrije, onbezonnen jeugd.
Vader Geldhof was het leerlooien beu. Het vergde veel
fysieke arbeid en het stonk overal naar gelooide dierenvellen. Hij zocht naar
een verfijnder zelfstandig beroep. Daarom kocht Rudolf een handschoenfabriekje
op van een zelfstandige die op pensioen ging. Al vlug werd die overgang een
succes: lederen handschoenen werden gefabriceerd van heel goede kwaliteit.
Omdat de zaken goed draaiden kreeg de toen zestien jaar oude Rudy van zijn
vader een klein karabijn, waar men kogeltjes met hagelloodjes in kon stoppen.
Verkleed als een echte jager, met groene mantel, met jagersmuts en uitgerust
met een verrekijker liep hij rond in de grote tuin. In de tuin bij Rudy thuis
liep er niet veel wild rond toen. Hij liep daarom ook een paar keer in de
volledig volgroeide tuin bij de buren, als ze op reis waren natuurlijk, hopend
op meer trofeeën. Op een keer schoot hij een mus, die wilde maar niet dood, hij
riep zijn jongste broertje ter hulp. Dat 10 jaar jongere broertje van hem nam
een schop en klopte het musje morsdood in één slag. Rudy was zijn broertje zo
dankbaar! Kocht hem als beloning een album van Suske
en Wiske! Slechter was het voor hem toen hij eens de
woonkamer binnenkwam met zijn geladen karabijn, de loop naar de vloer gericht.
Om welke reden dan ook ging het karabijn af. Door de
afstoot op de vloer kwam één van de loodjes terecht onder de huid van de enkel
van zijn vader. Van dan af mocht hij zijn jagerscarrière vergeten: de karabijn
verdween voorgoed op zolder achter slot en grendel!
De liefde voor poëzie en literatuur werd steeds groter.
Hij volgde in 1959-1960 de Poësis in het O.L. Vrouwcollege. Hij werd opgemerkt
door zijn leraar Nederlands, die zijn opstellen vergeleek met die van andere
medestudenten. Rudy schreef toen al in verschillende stijlen, wat uitzonderlijk
was in die periode. Zijn medeleerlingen keken naar hem op. Zelf liep hij
bibliotheken en boekhandels af om nieuwe horizonten in de literatuur te
ontdekken. Zijn favoriet was Franz Kafka, hoewel hij van zijn geschriften niet
veel begreep. Maar het was "in". Vooral het lezen van boeken die op
de lijst stonden van verboden literatuur. Lijst die ze gekregen hadden van het
O.L.V.College zelf! Vlug boeken van Jean-Paul Sartre
en andere goddeloze schrijvers lezen. Meestal zonder echt te begrijpen wat daar
in stond. Hele pagina's gedichten schreef hij toen, maar hij was te verlegen om
die aan zijn leraars te tonen, laat staan aan zijn
ouders. Toch had hij genoeg lef om een paar van zijn
gedichten op te sturen naar het "Poëtisch Bericht van
West-Vlaanderen". In 1960 werden er, tot zijn verwondering en tot zijn
voldoening, twee van gepubliceerd. Met als titels "terras" en
"impressie 's avonds":
terras
een koud biertje
kelner
kom
hier zo kalm
in knusse stoel
op terras zo koel
een sigaret aan 't bijten
klinkende cognac
klakkende lippen
nippende tongen
tikkende hakken van serveuse
tik klink cognac
meisjes trippelen voorbij
gekeurd wordt elk
de mooiste kruipt in mijn glas
ik kijk een kwartier lang
- in mijn glas -
rieten stoelen op een rij
slapende muziek
film van vrouwen
trekt voorbij
de waardin
"nog iets m'neer?"
impressie 's avonds
op het zinken
dak
zijn waterplassen
zwaar
een grauwe kleine vogel
verloren
schoorstenen
machtig en dwaas
zinloze duisternis
warmte
regen
Van de redactie kreeg hij 300 fr., zijn eerste geld dat
hij ooit verdiende met het schrijven. Op zijn 18 jaar! Hij toonde aan zijn
klasgenoten dat zijn gedichten in het tijdschrift verschenen waren. Die liepen
dolenthousiast naar hun leraars: "Ongelooflijk,
moet u nu iets weten: Rudy zijn gedichten zijn gepubliceerd en staan naast
gedichten van Speliers, Christine D'Haen en Spillebeen!". Maar de leraars waren niet onder de indruk. Rudy zijn droom, was
romanschrijver te worden. Een paar pogingen deed hij in die zin, maar al vlug
ondervond hij dat romans schrijven heel omslachtig was. Zelf was hij bitter
jong en had nog geen levenservaring. Maar de toekomst lonkte. Ondertussen blijf
hij maar gedichten, en gedichten, en gedichten schrijven.
Er verbleef in die periode bij de naaste buren een arm
meisje voor één maand. Ze kwam uit de "Bidonvilles" rond Parijs. Via
een caritatieve instelling werden zo 'n armtierige
jongens of meisjes geplaatst bij meer gegoede families in België. Rudy was zo
gebeten door het idee dat hij zijn ouders vroeg om ook zo'n
meisje voor één maand in huis te nemen. Zij waren ermee akkoord. Dit was niet
voldoende voor Rudy. Hij bleef aandringen bij zijn ouders. Waarom voor één
maand? Waarom niet voor altijd? En opnieuw gingen zijn ouders akkoord. Hijzelf
had zijn oudste zus nooit gekend in zijn leven, en na een broertje, kwam nog
een broertje en dan nog eentje. Zijn ouders hadden toch maar hun eerste
dochtertje verloren! Belgisch Kongo was net onafhankelijk geworden. Heel wat
kleine kinderen uit een huwelijk van een blanke vader en een zwarte moeder
werden verstoten. De ouders van Rudy namen contact op met het Ruandafonds. Dit
fonds zorgde voor een veilige thuis voor die kinderen in België. Na de aanvraag,
was het lang afwachten. Rudy volgde reeds de Retorica
aan het O.L.Vrouwcollege, zijn laatste jaar Oude Humaniora. Op een dag rinkelde
de telefoon. Rudy stond erbij toen de vraag gesteld werd aan zijn vader als hij
een klein dochtertje erbij wilde. Zijn antwoord was natuurlijk: ja! Er werd
zijn vader ook gezegd dat het kleine meisje al op het vliegtuig zat richting
België. Op 13 september 1960 is het bijna driejarig meisje afgehaald door de
gehele familie in Zaventem. Bernadette (Bujumbura 10.11.1957 – Brugge
25.08.1995) werd als voornaam gekozen voor haar. Ze was een verkwikking in het
leven van Rudy, zijn ouders en zijn broers. Wat een impact had zij op iedereen!
Eindelijk een zusje!
Vanaf september 1961 volgde Rudy de 1e Kandidatuur
Klassieke Filologie aan de Leuvense universiteit. Vooral uit interesse voor de
filosofie, niet zozeer voor het Latijn of het Grieks. De oude talen vielen weg
en werden omgeruild voor Germaanse talen. Rudy moest afhaken. Zijn legerdienst
moest hij nog volbrengen en in afwachting daarvan hielp hij in de
handschoenenfabriek. Hij vertikte het om zoals iedereen ergens achter een
bureautje te gaan zitten en te denken aan opslag van zijn baas, aan carrière
maken als bediende, aan een gezinnetje stichten, aan trouwen en aan het krijgen
van kinderen. Vanaf 27 maart 1964 volbrengt hij zijn militaire dienstplicht. En
dit voor twaalf maanden in St. Truiden. Achteraf blijft hij helpen in het
familiebedrijf. Rond mei 1968 bemerkt hij in de krant een aankondiging waar men
een interpreteer vraagt in een souvenirwinkel in Lourdes. Een goed betaalde job, met alle faciliteiten voor die tijd. Hij hapt toe, want
hij wil zijn horizonten verleggen. In "La Croix
Blue" in Lourdes wordt hij tolk in een heel grote winkel waar
Mariabeeldjes en gewijd water verkocht worden. De Vlamingen krijgen er 10%
korting. Rudy ervaart zijn bazen als cynici en atheïsten, hun personeel zijn
goedgelovige vrome mensen die het goed menen. Die absurde situatie sterkt zijn
verlangen om daar iets over te creëren. Begin september van dat jaar begon het
voetbalseizoen bij V.V.Harop Knesselare. De voorzitter van die voetbalploeg was
baas van een busreizenfirma. Af en toe deden ze ook Lourdes aan en hijzelf
bracht Rudy mee in één van zijn bussen naar België. Ze hadden hun midvoor zo
van doen! Voetbal! Thuis speelde hij met zijn jongere broer Rony een soort
tennis- of volleyvoetbal dat hij op zichzelf bedacht had. Elk een klein stukje
van een soort tennisveld, een net zoals in het tennis in het midden en de bal
mocht maar één keer het gras raken binnen je eigen stukje speelveld. Uren en
uren werd dit gespeeld. Rudy en zijn jongere broer Rony waren dan ook fysisch
en technisch heel sterk getraind. Rudy voetbalde steeds beter en beter. Maar
zoals in de voetsporen van zijn vader opteerde hij toch om bij V.V.Harop
Knesselare in derde Provinciale Oost-Vlaanderen te spelen. Zijn speltechniek
als voorspeler was enig, hij scoorde massa's doelpunten en werd toen door elke
verdediger gevreesd. Een krant schreef in 1969: "Eén der gevaarlijkste voorspelers
die er momenteel in derde Provinciale Oost-Vlaanderen rondlopen". In het
artikel schonk men vooral aandacht aan "zijn techniek, zijn snelheid, zijn
afwerking, zijn gevaarlijk en juist schot en meer dan
behoorlijk kopspel".
Rudy ervaart meer en meer dat hij schrijver zal worden.
Hij zoekt naar een oplossing om een seizoendienst te volbrengen, die hem genoeg
geld oplevert om in de winterperiode te kunnen schrijven. Die formule vindt hij
bij de pakketboten Oostende-Dover. Als assistent-purser of ticketcollector bij
de Regie voor Maritiem Transport te Oostende werkt hij vier seizoenen lang.
Onregelmatige afvaarten en weekendpremies zorgen ervoor dat hij genoeg
financiële verdiensten overhoudt in de winter om zijn droom te verwezenlijken.
Hij experimenteert met proza en poëzie, maar het ligt hem niet zozeer. In
Londen koopt hij stapels pockets over toneel en de "angry
young men". Uit oude kranten, die gebruikt
werden in het atelier van zijn vader, knipt hij recensies over toneel uit en
legt een hele verzameling aan. Samen met heel wat vrienden en een kunstschilder
mag hij van zijn ouders een verouderd deel van het fabriekspand inrichten als
kunstatelier, waar gesproken wordt over vernieuwing in de literatuur, de
schilderkunst, de politiek, enz… Pogingen om korte
stukken te schrijven lukken niet. Hij zet door: hij beslist een volavond stuk
te schrijven…
"Vriend" is een avondvullend volwaardig
toneelstuk dat totaal nieuw is voor het huidige
theaterpubliek. Rudy had er 2 jaar aan gewerkt. Het was af in 1970, toen hij 28
jaar oud was. Zijn manuscript stuurde hij op naar alle gekende
toneelgezelschappen. De meeste gezelschappen reageerden niet eens. Van enkele
kreeg hij een beleefd antwoord met daarin lovende woorden over zijn toneelstuk.
Maar gezien de problematiek van het stuk en het vooruitstrevend onderwerp dat
het behandelde werd het toen nooit opgevoerd. "Vriend" werd bijna
opgevoerd door de Werkgemeenschap van de Brusselse Beursschouwburg. Regisseur
zou Dries Wieme worden en vanuit de KNS-Antwerpen was er een zekere interesse
voor het stuk, op voorwaarde van herwerking. Maar in die tijd waren
gezelschappen nog bang om hun subsidies kwijt te spelen die ze kregen van de
overheid. Rudy heeft dan ook het stuk aan de kant gelegd om het in betere
tijden nog eens te bekijken. Door andere activiteiten heeft hij dat nooit
kunnen doen. Nu kan dit stuk zeker door het theaterpubliek gesmaakt worden,
want allerlei taboes zijn vergeleken met 38 jaar geleden gelukkig doorbroken.
"Vriend" heeft als toneelstuk reeds alle
ingrediënten van Rudy als auteur in zich die latere jaren ook duidelijk naar
voor treden: prachtige realistische dialogen, personages met pit en een zin
voor drama en spanning naar het einde toe. Maar het mocht niet zijn,
"Vriend" is nooit opgevoerd. Niet plooien, niet opgeven, dacht
Rudy. Hij schreef "Mijn Vakantie met Blomme"
in 1971, kort na de ontgoocheling die hij opliep met het toneelstuk
"Vriend". Rudy, gebeten door de theatermicrobe, gooide het op een
andere boeg: lukt het niet in een schouwburg, dan lukt het op straat desnoods.
Het stuk "Mijn Vakantie met Blomme" is echter tot op heden nog nooit
opgevoerd. Niet in open lucht en ook niet op straat.
Maar Rudy gaf niet op: hij opende op 1 december 1973
cafétheater De Kelk in de Langestraat te Brugge, een pand dat al een 10-tal
jaar leegstond. Met de hulp van zijn vrienden en soms met medespelers van zijn
voetbalploeg uit Knesselare deed hij wonderen. Een prachtig groot café met
Jugendstilinterieur en een ruime bovenzaal werden ingericht met smaak. Cafétafels
waren zijn idee: een combinatie van een onderstel van een oude naaimachine met
een nieuw marmeren blad. Hij schreef in hetzelfde jaar zijn eenakter "De
Geit". De bedoeling was het stuk op te voeren in de eigen caféruimte, doch
acteurs, regisseur en geldmiddelen kwamen niet vanzelf aan de deur aankloppen.
Maar er waren gastvoorstellingen van theatergezelschappen in de bovenzaal,
voorstellingen zonder podium, of met een podium gemaakt met lege bierbakken en
vezelplaten, en met weinig technische middelen. Het Westvlaams Teaterkollektief
Malpertuis uit Tielt, speelde in De Kelk "Play Strindberg"
(Dürrenmatt). Rudy kwam in contact met Jacky Tummers die dit stuk regisseerde.
Via Tummers leerde Rudy Wil Beckers kennen van het Nieuw Vlaams Toneel De Waag
van Antwerpen. Het NVT De Waag werd opgericht om vernieuwend Nederlandstalig
toneel van eigen bodem te stimuleren en op te voeren. De heer Beckers was
dolenthousiast bij het lezen van "De Geit" en gaf Rudy de opdracht
tot het schrijven van een tweede eenakter. Rudy gaf zijn eenakter de titel
"Buurt". "De Geit" en "Buurt" gingen in première
op 16 januari 1975 in Antwerpen en die eenakters werden ook opgevoerd in de
bovenzaal van De Kelk. In die periode werd het talent van Rudy Geldhof als
toneelschrijver geopenbaard. Verdere successen lieten niet lang op zich
wachten.
Hij huwde met Marleen Vandenabeele in 1975. In 1976 werd:
"Het souper" opgevoerd in Tielt. In 1977 "Eénentwintigen"
in Antwerpen. Allebei met enorm succes. Samen met Jacky Tummers en een
plastisch kunstenaar stichtte hij in 1977 de vzw Teater De Kelk. Er werd een
nieuwe gezellige theaterruimte gebouwd achter de gelagzaal met een 80-tal
zitplaatsen. De bovenzaal bleef dienst doen als danszaal voor jongeren, party's
met discomuziek waren schering en inslag. Het was voor de jeugd "the place
to be". Rudy werd intussen vader. Op 14 november
1977 werd zijn oudste zoon Alexander Geldhof geboren (Brugge 14.11.1977 ). Maar voor
theaterliefhebbers was Teater
De Kelk "the place to be". In 1978
gingen drie stukken in première: "Twee Vrouwen" in Teater de Kelk,
"Mijnheer Karel" in Malpertuis Tielt en "Katanga Diane" in
Teater De Kelk. In 1979 werd: "Winnaars en Verliezers" gecreëerd in
het nieuwe Ankerruitheater van het NVT in Antwerpen. Het was een coproductie
tussen het NVT, Teater De Kelk en Teater Vertikaal (Gentbrugge).
Teater De Kelk overleefde de eerste twee jaar zonder
subsidies. Twee jaar was de gebruikelijke termijn toen. De eerste betoelaging
kwam vanaf het seizoen 1979-1980, maar stond niet direct op de bankrekening
daarvoor. Van zodra de eerste subsidiëring er was, liet Rudy de dagelijkse
leiding van Teater De Kelk over aan een afgestudeerde van het HRITCS in
Brussel. Rudy wilde nu eindelijk eens tijd maken voor zichzelf en de
beslommeringen die het theatergezelschap met zich meebracht een beetje achter
zich laten. Voor een tweede keer werd Rudy papa. Als voornaam gaf hij zijn zoon
de naam van zijn vader: Rudolf (Brugge 13.2.1981 – ) Toneel schrijven bleef de
passie van Rudy. Hij schreef in 1980 "De Vrije Madam". De eerste
werktitel was: "Noch Vis, Noch Vlees". Het was een monoloog
geschreven met in zijn achterhoofd Yvonne Lex als actrice. Maar die vond
zichzelf te eerbaar om die monoloog te spelen. Er werd uitgekeken naar Ann
Petersen, een betere keuze zelfs. Die kon zich echter niet vrij maken. "De
Vrije Madam" werd in hetzelfde jaar bekroond met de
Visser-Neerlandiaprijs. Later zou het stuk geschiedenis maken! "Bob en
Liesbeth" ging in première in november 1981 in Teater De Kelk. Een intimistisch
stuk, door het publiek van Rudy iets minder geliefd.
Rond die periode, werd Rudy bevriend met Chris Lomme, die de rol van Liesbeth
speelde. Zij was verbonden met de KVS. Via haar kreeg Rudy de opdracht een
volavondstuk te schrijven voor de KVS. Zou zijn oude droom verwezenlijkt
worden? Het liep echter op een sisser uit: slechts 3 van de 11 scènes zijn door
hem uitgewerkt en het project bloedde dood. Voor televisie werd op 25 november
1981 zijn bewerking van "De Pornofilm" (H.Walbert) uitgezonden. Hij
begon nu steeds meer voor televisie te schrijven. Op 24 oktober 1982 werd zijn
bewerking van "Cello en Contrabas" (M.Dekker) uitgezonden op de BRT.
En op 16 januari 1983 kwam zijn bewerking van "Lente" (C.Buysse) op
het scherm en op 13 maart zijn televisiebewerking van zijn eigen toneelstuk
"Het Souper".
Het Ensemble BENT
(Belgisch-Nederlandse Teaterprodukties), toen gehuisvest in de Benterij in
Kasterlee wilde de productie van het bekroonde stuk "De Vrije Madam"
op zich nemen. De leider van dit gezelschap, Jaak Vissenaken zou de regie
voeren, maar men vond geen geschikte actrice. Rudy vroeg toen aan Jaak: waarom
speel jij niet zelf "De Vrije Madam". Jaak liet zich overtuigen, liet
zich regisseren door Annelies Vaes en kende honderden opvoeringen in het
Vlaamse land en in Nederland. Een succesreeks, zelfs tot in de stadshallen van
Brugge. Samen hadden Rudy en Jaak nog een internationaal spektakelstuk gepland:
"De Zwarte Kant van 't Belfort". Men wilde
markante feiten uit de middeleeuwse geschiedenis van de stad naar voor brengen
op een ludieke manier. Ook op te voeren in de stadshallen van Brugge, maar
financiële problemen bij het stadsbestuur waren de oorzaak dat het nooit
opgevoerd werd. Na het succes van de verfilming van "Lente"
(C.Buysse) kreeg Rudy de opdracht van de BRT om "Tantes" (C.Buysse)
in scenariovorm om te zetten. De tv-film werd uitgezonden op 28 oktober 1984.
In de reeks "Made in Vlaanderen" werd ook zijn adaptatie van "De
Surprise" (Belcampo) uitgezonden op 4 november 1984. De verfilming van
"De Vrije Madam" kwam op 19 oktober 1986 op het scherm. Maar
ondertussen bleef hij toneel schrijven. In opdracht van de Korrekelder te
Brugge schreef hij "Huis van Vertrouwen", dat op 11 februari 1987 in
première ging. Het succes van zijn bewerkingen voor de televisie kenden een
zodanig succes dat de BRT hem de opdracht gaf een televisieserie van 7
afleveringen te schrijven over de ervaringen van de Vlamingen tijdens de Tweede
Wereldoorlog. Van het productieteam kreeg Rudy carte blanche nadat hij hen
enkele pittige anekdotes verteld had over de oorlog, die hijzelf had horen
vertellen van zijn ouders. Rudy gaf de serie de titel: "Klein Londen,
Klein Berlijn". Een serie met een enorme kijkdichtheid, een prachtige cast
en een diversiteit aan prachtige hoofdpersonages en bijrollen. Maar zoals Rudy
zei in één van zijn interviews later: voor de witten zal ik te wit zijn en voor
de zwarten te zwart! Ondertussen is de serie al een klassieker geworden, zelfs
van opvoedkundige historische waarde.
Rudy stond niet stil: op 10 februari 1991 werd "Madame Freundlich" uitgezonden op de BRT, in
opdracht geschreven voor de televisiereeks "Oog in oog", waarin ook
de Nederlandse oproep IKON deelnam. Rudy had bijzondere waardering voor Ann
Petersen en zij was het dan ook die deze monoloog op een heel professionele
manier bracht. Intussen was hij gescheiden van zijn echtgenote met onderlinge
toestemming. Om de twee weken ontfermde hij zich over zijn twee zonen Alexander
en Rudolf. Hij trok zich terug op een landelijke boerderij in Oedelem. Hij ontving
in de loop der jaren heel wat literaire prijzen. Verschillende toneelstukken
werden in het Frans opgevoerd. De BRT bleef enthousiast over Rudy. Hij kreeg de
opdracht om een nieuw 6-delig televisiefeuilleton te schrijven over "De
Moorden van Beernem". Het kreeg de titel "De Bossen van
Vlaanderen". Honderden krantenartikels verschenen vooraleer de eerste
aflevering uitgezonden werd over die bizarre geschiedenis in Beernem. Heel
Vlaanderen keek geboeid naar die uitzonderlijke personages, die intrigerende geschiedenis
die zo spannend was, zo dicht bij huis. Heden zijn er
nog steeds taboes die levendig zijn en onuitgesproken blijven bij de huidige
bevolking in de bewuste streek. Na het enorme succes van Rudy zijn
televisiefeuilletons "Klein Londen, Klein Berlijn" en "De Bossen
van Vlaanderen" stelde Rudy aan de BRTN voor om een nieuw
televisiefeuilleton te schrijven, volledig gebaseerd op meestal
autobiografische elementen. En dit over de naoorlogse periode: De Jaren 50.
Zijn outline, die een beknopt overzicht van de personages en het verhaal
weergeeft werd door de BRTN enthousiast onthaald en goedgekeurd. Op 1 juli 1990
kreeg Rudy de opdracht van de BRTN tot het schrijven van de uitzonderlijk
uitgebreide scenische synopsis over zijn nieuw 7-delig
televisiefeuilleton "De Jaren 50". Enkel de dialogen ontbraken nog.
Aangezien de verfilming van "De Jaren 50" in het gedrang kwam wegens
een te kort aan financiële middelen bij de BRTN, heeft Rudy zijn feuilleton
nooit in definitieve versie verder afgewerkt. Hij heeft zich dan maar op zijn
eerste grote liefde geconcentreerd: toneel schrijven. In opdracht van Arca
heeft hij eind 1991 "Prins Karel, Graaf van Vlaanderen" geschreven,
een gedurfd stuk dat enig in zijn soort was en een enorme belangstelling gekend
heeft. Rudy heeft spijtig genoeg zijn nieuwe creatie nooit opgevoerd gezien,
aangezien hij enkele dagen voor de première overleed. Hij had nochtans heel wat
projecten voorzien: een stuk schrijven over Guido Gezelle, een stuk schrijven
over gravin d' Hespel, een stuk schrijven over Achille Van Acker...
Na zijn overlijden is er opnieuw interesse vanwege de
BRTN naar "De Jaren 50". Heel wat namen defileren hier de komende
jaren: Cas Goossens, Marc Lybaert, Marga Neirinck, Frans Puttemans, Piet
Balfoort, Paul Koeck, Carla Puttemans, Myriam De Lille, Winnie Enghien, Hugo
Meert, Jan Ceuleers, Jef Mellemans… allemaal mensen die graag "De Jaren
50" op de televisie uitgezonden wensten te zien. Maar het heeft niet mogen
baten, het project is in de loop van het jaar 1997 een stille dood gestorven.
Misschien is er ergens een talentvolle auteur die deze scenische synopsis in dialoogvorm kan uitschrijven? Want verhaal,
intrige, personages en locaties zijn weer subliem! Typerend voor het talent van
Rudy.
Rudy was een unicum, een broer die tof omging met zijn
jongere broers en zusje, een vader die tof omging met zijn zonen, een
toneelschrijver die tof omging met zijn medewerkers. Vandaag zou hij in leven
66 jaar geworden zijn. Helaas verliet hij ons allemaal veel te vroeg. Maar hij
heeft zich toch op zijn eigen manier onsterfelijk gemaakt. Het was voor mij een
revelatie om hem als broer te hebben gehad. Maar Rudy leeft!
Want: mijn oprechte bewondering gaat naar Ruth Roesbeke, die met haar thesis in het Academiejaar 2007 –
2008 slaagde als Master in de Geschiedenis. Thesis,
die te raadplegen is in de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Gent, met
als titel: GESCHIEDENIS en VERBEELDING: Een bijdrage tot het onderzoek naar de
visualisering van de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen aan de hand van de
fictieserie ‘Klein Londen, Klein Berlijn’ (1988) Mijn oprechte bewondering gaat ook naar Hugo Meert,
voorzitter van VZW Initiatief Jeugd en Theater te Tienen, die besliste het jaar
2009 uit te roepen als een Rudy-Geldhof-jaar. Dit omdat het 25 jaar geleden zal
zijn dat Rudy beslist heeft om van zijn pen te leven. Heel wat instanties zijn
aangesproken en willen deelnemen aan deze herwaardering van Rudy als uniek
toneelauteur en scenarioschrijver.
Randy Geldhof
Beernem, 13 oktober 2008
Bibliography:
De Geit - 16 januari 1975 - manuscript - persartikels
Buurt - 16 januari 1975 - manuscript - persartikels
Carmen, de Vamp van Sevilla - 18 februari 1976 -
manuscript - persartikels
Het Souper - 8 mei 1976 - manuscript - persartikels
Eenentwintigen - 25 mei 1977 - manuscript - persartikels
Twee Vrouwen - 5 maart 1978 - manuscript - persartikels
Mijnheer Karel - 5 februari 1978 - manuscript -
persartikels
Katanga Diane - 1 oktober 1978 - manuscript -
persartikels
Winnaars en Verliezers - 2 oktober 1979 - manuscript -
persartikels
Bob en Liesbeth - 13 november 1981 - manuscript -
persartikels
De Vrije Madam - 1 juli 1983 - manuscript - persartikels
Huis van Vertrouwen - 11 februari 1987 - manuscript -
persartikels
Tantes - 21 november 1991 - manuscript
Prins Karel, Graaf van Vlaanderen - 23 april 1992 -
manuscript – persartikels

T.B. Uit de reeks steekkaarten
van VVT(S) - Vta januari 1979
Digitalisering en actualisatie
door R.G 01-04-2009