Ga terug naar de lijst.

LUCIEN EN MARTINE

 

PAUL BERKENMAN

 

Genre: volks spel

Bezetting: 9 h - 5 d

Creatie: Gents Amusement Teater - 24 november 1979

Speelduur: avondvullend

Decor: de gelagzaal en het salonnetje van "Frituur Lucien

 

KORTE INHOUD:

 

"Frituur Lucien" doet goede zaken. Toch gaat Martine, de vrouw van Lucien nog opdienen in restaurant Ducal, dit om een frank bij te verdienen om hogerop te geraken. Martine droomt ervan om, binnen afzienbare tijd, de Ducal over te nemen.

Freddy, de zoon van Lucien en Martine, komt als eerste roet in het eten strooien. Hij studeert voor advocaat, heeft Yvette leren kennen, en moet nu trouwen. Van het gespaarde geld van Martine moet er dus al een deel dienen voor de trouw.

Martine vindt dat ze - om hun standing op te houden - een nieuwe wagen moeten kopen. De nieuwe wagen komt er, maar Lucien rijdt hem al onmiddellijk in de prak. Tot overmaat van ramp gebeurde dit in de vroege uurtjes en zat er een vrouw met een alles behalve goede reputatie naast hem. Hijzelf bleef onge­deerd, maar de vrouw ligt in het hospitaal.

Freddy trouwt met Yvette en geeft zijn studies op, dit tot ergernis van Martine.

Als nu ook de Ducal nog aan haar neus voorbijgaat, eindigt zij als een gebroken vrouw. Zij zal met Lucien verder de frituur uitbaten. Zijn de gemaakte stukken nog te lijmen?

 

PERSONAGES:

 

Lucien: middelbare leeftijd, frituuruitbater. Een gemoedelijk man die wel eens met pech heeft af te rekenen.

 

Martine: zijn vrouw. Wil hogerop in het leven. Heeft hier alles voor over.

 

Freddy: hun zoon, studeert voor advocaat.

 

Yvette: de verloofde van Freddy.

 

Roland: een arbeider, klant van de frituur

 

Nadine: de vrouw van Roland.

 

Handelsreiziger: iemand die kan praten.

 

Abdel: een gastarbeider.

 

Linda: een danseres.

 

Danny: de vriend van Linda.

 

Jo: een student.

 

Herwig: een student

 

De wijkagent:

 

Mirielle: een schoonheidsspecialiste.

 

PERSOONLIJK OORDEEL:

Een volks spel van erg goede kwaliteit. Thema en personages zijn goed herkenbaar en interessant. Echte spreektaal. Een volgehouden dramatische spanning.

 

Verkrijgbaar bij: ALMO

 

Paul Berkenman: (Gent, 13.05.1926 -17.08.2002)

pseudoniem van Roger Camiel Marie Thienpont

 

Gents dichter, toneelschrijver, essayist, vertaler en cineast.

Hij werd geboren in de Korianderstraat. In oktober 1951, enkele jaren na zijn huwelijk, nam Berkenman zijn intrek in Gentbrugge, in de Bernheimlaan.

In november 1964 keerde hij definitief naar Gent

Na zijn middelbare studies aan de handelsafdeling van de Nijverheidsschool in Gent werd hij in 1946 opsteller bij de Nationale Bank van België.

In 1965 kwam hij in dienst van het Nederlands Toneel Gent (NTG), eerst als secretaris, in 1967 als chef administratie en in 1973 als verantwoordelijke voor de public relations.

In 1979 werd hij dramaturg bij Theater Arena en in 1985 werkte hij bij de musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Vanaf 1986 was hij freelance dramaturg en vertaler.

 

De dichter

 

Berkenman debuteerde in 1945 als dichter in het Gentse poëzietijdschrift Klaverdrie.

Van 1945 tot 1950 was hij redacteur van het tijdschrift Arsenaal.

Zijn eerste dichtbundel, Hors d’oeuvre, verscheen in 1947.

Voor zijn volgende bundel, Orfeus achterna (1949), werd hem in 1950 de Letterkundige Prijs van de Stad Gent toegekend.

In de jaren ’50 publiceerde hij nog drie bundels: Opgang (1951), Blues (1953) en 7 chansons (1955). Daarna duurde het tot 1992 voor hij een nieuwe bundel publiceerde: Een kinkhoorn gelijk, een verzameling haiku’s en senriu’s.

 

De toneelschrijver

 

Vanaf het begin van de jaren ‘50 schreef Berkenman tal van theaterteksten, waarvan er heel wat werden opgevoerd, o.m. door Arca

Papavers in de poppenkast (1957)

Bloemen op beton(1960)

Het lied van de andere mensen.(1968), door het NTG

De musical Bie in-bie in, geschreven in samenwerking met Romain Deconinck. (1971)

De wals van kwart na middernacht(1972) door Teater Taptoe

Tijl, een vuist in het hart: (1979)

Karel en Elegast(1987) alle drie geschreven in samenwerking met Freek Neirynck) en door het Gents Amusement Teater

Lucien en Martine (1979)

En nu aan ’t werk.(1982)

In 1967 werd hij met zijn stuk 50.000.000 laureaat van de door de provincie Oost-Vlaanderen uitgereikte Paul de Montprijs voor toneel.

Lucien en Martine werd in 1981 verfilmd door de BRT in een regie van Dré Poppe.

Voor het Gents Amusement Teater (GAT) schreef Berkenman ook tal van liedjesteksten.

Voor het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, in samenwerking met Frank van Laecke, het libretto voor de musical Sacco en Vanzetti (1996).

 

Vertaler, essayist en cineast

 

Berkenman was ook actief als vertaler: naast stukken van o.m. Bertolt Brecht, Pedro Calderón de la Barca, Moličre en Neil Simon vertaalde hij musicals als Cabaret, Chicago, Jesus Christ Superstar, Grease en Evita.

 

In de reeks Oost-Vlaamse literaire monografieën, uitgegeven door het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, verscheen in 1980 een bijdrage van zijn hand over de Gentse dichter Maurits de Doncker (1903-1966).

 

Samen met Raymond Cogen realiseerde hij aan het einde van de jaren ’50 en in de eerste helft van de jaren ’60 bovendien een vijftal – thans vergeten – speelfilms.

 

In 1990 werd hem voor zijn oeuvre als dichter en toneelauteur en voor de belangrijke rol die hij speelde in de promotie van het theater de Frans Roggenprijs toegekend.

 

L.P. Uit de reeks steekkaarten van VVT(S) - Vta juli 1983

Digitalisering en actualisatie door R.G 01-04-2009

Ga terug naar de lijst.