|
Belangrijke nota:
Dit toneelstuk is auteursrechtelijk
beschermd. Het wordt u ter lezing
aangeboden. Niets van de inhoud mag
worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke
toestemming van de auteur. Wie dit stuk
wil opvoeren dient contact op te nemen
met de auteur.
Raymond Goovaerts Elektriciteitstraat.
31/401 2800 Mechelen 015/55.72.59
@
De grote De Groot
Van
Goovaerts Raymond
Personages:
4
dames – 5 heren - of als Hertens een
vrouw: 5dames - 4 heren
Anita
Verschueren – De Groot: rockzangeres.
Normaal is zij een elegante, charmante
vrouw van +/- 40jaar. Op en top vrouw.
Een beetje bijziend. Ze is impulsief,
spontaan en toch straalt heel haar
verschijning iets theatraal uit.
Op het podium verandert
ze in een echt beest rockbeest. Haar
kleding, grime en imago spreken dan de
ware Anita tegen.
Frank
Verschueren: Ondernemer. Haar man. Iets
ouder dan zijn vrouw. Rustig en
beheerst. Sympathieke verschijning. Een
“heer”.
Ronny:
Zoon. Puber. Student
Mimi:
Dochter. Enkele jaren ouder dan Ronny.
Studente.
Dario
Santos:
Secretaris, manager. Ongeveer 50 jaar
het type van de onmisbare secretaris.
Hij heeft de theatrale stijl van Anita
overgenomen wat hem niet goed afgaat. Je
merkt dat het fake is en het ligt er net
iets te dik bovenop.
Sonja:
Een charmante vrouw van +/- 35.
Gescheiden. Eenzaam.
Jacques:
Architect. Vriend van Mimi. Knappe
verschijning van +/- 30jaar oud. Iets te
knap, iets te verzorgd en iets te
charmant om een betrouwbare indruk te
geven.
Catrien:
Bejaarde huishoudster. Zou de moeder van
Anita kunnen zijn
Bob:
Huisknecht +/- 35 jaar. Gewezen
stellingbouwer. Eenvoudige maar oprechte
man die zich erg belangrijk voelt als
huisknecht van de grootte “Anita De
Groot”
Hertens:
Journalist. Vlotte charmante jongeman,
goed van tongriem gesneden. Kan ook een
moderne vlotte ambitieuze jonge vrouw
zijn.
Handeling:
Nu en hier. Bij het begin van de zomer.
Een zaterdagnamiddag.
Decor:
Gezien vanuit het publiek
Villa in
residentiële
wijk.
Links
vooraan:
Bel bediening en deur naar hal en
voordeur.
Achterwand links:
Tuindeuren.
Achterwand rechts:
Erkerraam met synthesizer of als de
scène groot genoeg is een vleugelpiano.
Rechts vooraan:
schoorsteen
Moderne stoelen tafels,
een bankstel. Poster van rockconcerten
aan de muur. Verschillende moderne
instrumenten beschikbaar. Partituren
verspreid over het decor. Gouden platen
aan de muur. Het geheel mag overkomen
als nogal vol. Aniata De Groot heeft
graag alles bij de hand. Haar personeel
zorgt dat alles netjes is en heeft daar
in haar aanwezigheid de handen vol aan.
Eerste
bedrijf:
(bij
het opengaan van het doek staat Catrien
bij een bloemenmand en leest een kaartje
dat aan de mand hangt)
Catrien:
“Welkom aan onze grote artieste vanwege
haar stadsgenoten”. Schoon begin van een
rustkuur moet ik zeggen…
Bob:
(Komt op met grote plant) Waar mag ik
deze plant neerzetten juffrouw Catrien?
Catrien:
God…nog zo n’ sta in de weg ding… ‘k
Weet het werkelijk niet…Wacht…ik leg
hier een doekje op en dan kun je hem
hier zetten Bob. Laat s’ zien? “Welkom
thuis” Sonja Brand. (Licht sarcastisch)
Dat s’ heel attent moet ik zeggen…
Bob:
Het toppunt als je het mij vraagt.
Catrien:
Ik vraag je niets!
Bob:
O…sorry juffrouw. Dus …hier hè?
Catrien:
Pas op hè. Op het kleedje hè. Anders
beschadig je het blad nog.
Bob:
Jawel juffrouw.
Catrien:
Heb je op madame haar kamer de rolluiken
laten zakken?
Bob:
Ja zeker juffrouw.
Catrien:
Madam zal wel een beetje willen rusten
als ze thuis komt, dan is het lekker
koel op haar kamer – t’ is al zo warm
voor de tijd van het jaar hè…
Staat het theewater
klaar?
Bob:
t’ Is tegen de kook juffrouw.
Catrien:
Ze kunnen nu niet lang meer wegblijven.
Bob:
Juffrouw Catrien?
Catrien:
Ja?
Bob:
Denkt u…? Zou het ernstig zijn met
mevrouw haar…?
Catrien:
Hoe moet ik dat nu weten? Ik ben geen
specialist hè. Trouwens waarom vraag je
dat? Je kent madame niet eens.
Bob:
Nee, madame zelf niet. Maar hè…ziet u ik
ben een groot muziekliefhebber als ik
dat zo zeggen mag…Ik heb een grote
stereo installatie…niet zo van dat
goedkoop spul, maar een schone toren met
alles er op en er aan waar ik lang voor
gespaard heb. En elke € die ik kan
missen leg ik op zij om CD s’ te kopen.
Ik heb al een schoon collectie en die
van madame zijn er natuurlijk bij.
Mmmmm…wat een artieste hè
Catrien:
Ja, zoals zij heb je er geen tweede.
Bob:
t’ Zou verschrikkelijk zijn als er iets
moest mis zou zijn met haar.
Catrien:
God ja…Daar moet ik niet aan denken.
Maar t’ is natuurlijk niets bijzonders.
Madam moet alleen wat rust houden. t’
Arme kind heeft veel te hard gewerkt…Die
Amerikaanse tournee moet moordend
geweest zijn. En dan alle benefiet,
gastvoorstellingen en TV shows er nog
bij. Ik weet al niet meer waar ze
allemaal is geweest.
Bob:
Gisteren was ze nog bij TF1.
Catrien:
“Hell on weels”. Schitterende show.
Bob:
Maar haar schoonste optreden was toch in
Werchter.
Catrien:
Ach Bob dat moet je niet alleen horen
dat moet je ook zien. Want ze kan niet
alleen goed zingen, ze is ook een grote
actrice…jarenlang ben ik haar kleedster
geweest, en als ze in Werchter zong
stond ik altijd in de coulissen…dat
sloeg ik voor geen geld over. ‘k Krijg
er nog koude rillingen van als ik er aan
denk.
Bob:
U kent madame zeker al lang?
Catrien:
Al bijna heel haar leven. Ik werkte
eerst voor haar ouders,…later werd ik
haar kleedster. Toen ze trouwde, zei ze;
“Catrieneke”…zo noemde ze mij altijd…”nu
kunt ge het een beetje rustiger aan
doen, maar je mag nooit bij mij weggaan
hè” en toen ze later weer ging
optreden, ben ik hier gebleven om voor
de kinderen en mijnheer te zorgen.
Bob:
Ik vind het tof dat je zo veel over
madam vertelt….
Catrien:
Ja… ja… t’ is al goed maar geen roddels
in t’ café begrepen!
Bob:
Natuurlijk niet juffrouw.
(Als
de telefoon belt; Bob haastig naar de
hoorn, en met een zeker “gewichtigheid")
Met de huisknecht van De
Groot…k’ zou het onmogelijk kunnen
zeggen mijnheer…Nee, het is niet bekend
wanneer mevrouw zal aankomen…’n
interview zegt U? Ik vrees dat daar erg
weinig kans voor is mijnheer…Nee,
mevrouw wenst absoluut niet gestoord te
worden, we hebben orders om niemand van
de pers toe te laten…Goed mijnheer
probeert U het maar. Dag mijnheer.
(voldaan hoorn neer,
en kijkt trots naar Catrien)
Catrien:
Wie was het?
Bob:
‘n Journalist van Humo.
Catrien:
Denk er om! Al wat telefoneert
afpoeieren en onder geen enkele
voorwaarde één journalist toelaten.
Bob:
Laat dat maar aan mij over juffrouw.
(Af langs links voor)
(Hertens
links op langs tuin, draagt camera en
dictafoon)
Catrien:
(hoort iets, draait zich om en merkt
Hertens op die vanuit de tuin opkomt)
Wat zullen we nu hebben?!
Hertens:
(Snel naar voren) Hallo,
journalist “Morgen”. (Slogan)
“Niet gisteren maar vandaag het laatste
nieuws door “Morgen”
Catrien:
Aangenaam. Madame De Groot is niet
hier, Wanneer ze komt weet ik niet, en
als ze er is dan is, is ze in elk geval
niet te spreken. En als je dat aan je
collega s’ zou willen doorgeven spaart
dat ons allemaal een heleboel moeite.
Hertens:
Het spijt mij verschrikkelijk dat ik
mevrouw niet persoonlijk tref, maar als
u zo vriendelijk zou willen zijn om een
interview toe te staan…?
Catrien:
Zo vriendelijk zal ik niet zijn
mijnheer.
Hertens:
(vuurt een schot in t’ wilde weg af)
Ik heb toch ‘t genoegen met de moeder
van mevrouw…?
Catrien:
Neen, haar kindermeid!
Hertens:
O, maar dat is prachtig! Dan zult u
massa s’ jeugdherinneringen kunnen
ophalen!
Catrien:
Kunnen, ja…Ik ben het alleen niet van
plan.
Hertens:
Als mijn lezers dan het genoegen van een
interview moeten missen, kunnen ze
tenminste het portret van haar trouwe
kinderjuf op de voorpagina…(heeft
camera op Catrien gericht…)
Catrien:
Godalmachtig…Wat een brutaliteit. Enfin,
je kent de knepen van het vak….
Maar…Moet ik misschien even wijzen waar
het tuinhek is?
Hertens:
Dank u. Ik had het al gevonden.
(Mimi verschijnt in de
deuropening)
Hertens:
(draait zich om en begroet Mimi die
een beetje aarzelend verwonderd
binnenkomt)
Hertens:
“Morgen”. Aangenaam. “Niet gisteren
maar vandaag het laatste nieuws door
“Morgen” Mag ik misschien…?
Catrien:
Neen dat mag u niet! Nu is het genoeg
geweest en u weet waar de uitgang is!
Hertens:
Geen interview maar stof genoeg voor een
artikel…mm
(werpt zoentje naar Mimi)
Catrien:
(denkt dat de zoen voor haar is)
En zet er vooral in dat ik zo n’
snoezige oude dame ben hè,
Hertens:
Zal niet mankeren mevrouw!
Catrien:
En kom vooral niet terug, want madame
brengt haar bloedhonden mee. Bij elke
paal van het tuinhek één.
Hertens:
Voor ons vak hebben wij alles over
mevrouw! (af tuin)
Mimi:
Goed gedaan Kaatje!
Catrien:
‘k Had mij de moeite kunnen besparen.
Vandaag of morgen staat die hier toch
terug of duikt er een ander specimen op.
En als je moeder hier is kan ze het zelf
niet over haar hart krijgen om ze weg te
sturen.
Mimi:
Ze vindt dat immer plezant.
Catrien:
t’ Pleit voor je moeder dat de roem haar
niet veranderd heeft. Ze heeft er
inderdaad nog even veel plezier in als
de eerste keer.
Mimi:
Pure ijdelheid ja…
Catrien:
Alè foei…het lijkt wel of je niet blij
bent dat ze thuis komt.
Mimi:
Och… Ik weet het zelf niet Caatje. Toen
ik nog klein was vond ik het geweldig!
“Mijn beroemde moeder De Groot” …die af
en toe kwam aanwapperen met armen vol
cadeautjes.
Later had ik liever een
echte moeder gehad…en nu?
Catrien:
Zou je een “andere” moeder willen
hebben?
Mimi:
Och…(Mimi kijkt rond) Alé… Het begint
er hier weer aardig op “huize De Groot”
te lijken. Bloemen, verslaggevers…(leest
een van de kaartjes) “Welkom
thuis”…Schattig…
Catrien:
Is Ronny al van school?
Mimi:
Ik geloof het niet. Hij zal dadelijk wel
thuis komen.
Catrien:
Ik hoop het want ze kunnen ieder moment
komen…
Mimi:
En de entree zou kunnen mislukken…(boze
blik van Catrien)
Catrien:
(bezorgd) Wat jou de laatste tijd
mankeert hè…
Mimi:
Ik wou dat ik dat zelf wist.
O, daar is Ronny.
Ronny:
(Op langs tuindeuren)
Hallo!
Catrien:
Je bent laat Ronny.
Ronny:
Nog wat staan kletsen.
Catrien:
Schoon excuus, die jonge gasten vandaag
doen niets anders meer dan op elke
straathoek staan kletsen.
Ronny:
Ja. Ook een specialiteit hè.
Catrien:
Ja lach maar met een oude vrouw. Maak
jezelf nu maar een beetje deftig,
dadelijk komen je ouders thuis.
Ronny:
Ik zal er voor zorgen. (Lacht
uitdagend) Om te beginnen met die
boeken te verbranden. (af
links voor)
Catrien:
Wacht ik ga met je mee tot in de
keuken. (af)
Mimi:
(loopt door de kamer en leest smalend
de kaartjes aan de bloemen) (Telefoon
gaat, neemt op) Mimi
Verschueren…(haar gezicht klaart op)
Hé hooi Jacques…Jij? Vanavond? Nee
onmogelijk…(teleurgesteld) Je
weet dat mama vandaag thuis komt, dus je
begrijpt…Ach nee, jongen, dat kan toch
niet…Goed bel mij morgen maar eens op,
misschien dat ‘k dan…Of het goed is dat
je zelf komt? (Koket lachje)
Och…t’ Kan natuurlijk ook…Of ik dat
prettig vind? Zeg, wat denk jij
eigenlijk wel? (Luistert en lacht een
paar maal) Goed. Je mag mij komen
halen…(Ronny terug binnen)
Wat?…Nieuwsgierig naar mijn beroemde
moeder? …Godver…, begin jij nu ook al?!
Als je eens wist hoe beu ik dat ben om
iedereen hetzelfde liedje te horen
zingen. Nee, ik ben niet het minst onder
de indruk…Goed, tot morgen…
Ronny:
Zeg jij wordt verrekt vervelend met je
zure opmerkingen over mama. Wat heeft ze
gedaan? (Mimi luistert niet)
Waarom zeg je niets? (Nadrukkelijk)
Wat heeft ze misdaan?
Mimi:
Vraag liever wat ze ons misdaan heeft!
Vader en ons laat ze in de steek omdat
ze geen afstand kan doen van haar BV
zijn. “Je BV moeder” Ik kan het niet
meer horen.
Ronny:
Maar schaap, je bent jaloers.
Mimi:
Jaloers?! Waarop in Godsnaam…?
Ronny:
Ja…Omdat jij maar een doodgewoon stom
wicht bent en mama…
Mimi:
Crazy!! (Neemt kaartje) En wat
zeg je hier van? “Welkom thuis” van
Sonja Brand.
Ronny:
Gewoon…Vriendelijk van haar.
Mimi:
En zo gemeend!
Ronny:
Niet soms?
Mimi:
Ik wist niet dat jij nog zo ‘n snotter
was dat je dat spelletje tussen haar en
vader al niet lang door hebt!
Ronny:
Wou je beweren dat papa en tante Sonja…?
Mimi:
“Tante Sonja” …Ja…Nog zo ‘n tournee en
mama kan wel voorgoed wegblijven. Dan
krijg jij een stiefmoeder.
Ronny:
Verdomme zeg ik wist niet dat jij zo n’
roddeltante bent! Eerst mama de volle
laag en dan papa ook nog eens…
Mimi:
Ik verwijt vader niets. Als het tussen
hen verkeerd loopt is het haar schuld.
Welke vrouw laat haar man nu een jaar
alleen? En “Tante Sonja” maakt daar
dankbaar gebruik van.
Ronny:
Zielig van je om dat te zeggen! Ik vind
haar tof en jij hebt geen enkel recht…
Mimi:
Ze heeft je blijkbaar al goed rond haar
vinger.
Ronny:
Omdat ze mij met mijn werk helpt…waar
papa geen tijd voor heeft…Ik heb Frans
toch maar opgehaald hè…En vind je dat nu
zo erg dat ze af en toe met ons ergens
mee gaat of blijft eten?
Mimi:
Nu en dan? Ze is meer hier dan thuis. En
als ze er eens niet is moet papa
toevallig ook weg. Voor zaken.
Ronny:
En daar moet jij kost wat kost iets
achter zoeken? Maak je niet ongerust
dear. Mama komt thuis…zeker voor drie
maanden. En ik weet dat ze Sonja net zo
graag zal mogen als papa en ik dat doen.
Mimi:
Mensenkenner…pff...
Catrien:
(druk van links op) Daar zijn ze!
De auto is net het hek doorgereden. Toe
dan! Gauw!
Ronny:
(Tot Mimi die aarzelt) Doe niet
zo idioot…Kom mee!
Catrien:
(Blijft wachten zoals een bediende
past)
Anita:
(Verschijnt in de deuropening van de
tuin, gevolgd door Frank en de kinderen.
Daarachter volgt Dario.) (Ze is
gekleed volgens haar imago van rockster)
( ze vliegt met
uitgebreide armen op Catrien af, maar
vergeet niet om onderweg de ruiker
bloemen die ze vast had neer te leggen)
Caterina, mijn beste
oudje…Mijn beste…Wat is dat … Tranen?
Catrien:
Madam…Mijn lieve kindje!
Anita:
Laat mij jou eens goed bekijken…Nee,
maar… Je wordt jonger elke keer dat ik
je zie. Vind je ook niet Frank?
Frank:
(Een beetje afwezig en ongemakkelijk)
Ja, ons Kaatje schijnt het geheim van de
eeuwige jeugd te bezitten.
Anita:
O afschuwelijk. Waarom geven jullie haar
toch die afschuwelijke bijnaam?
Frank:
Ach…Het klinkt gezellig.
Anita:
Maar ze verdient toch beter! De schat
die zo goed voor jullie zorgt. Want
zoals jullie er allemaal uitzien…! Ik
ben bang dat ik opnieuw verliefd op je
word Frankje…En de kinderen Jullie zijn
echt groot geworden…
Mimi:
Ik wist niet dat je na je twintigste nog
groeit.
Anita:
Nu ja, bij wijze van spreken dan. (Gaat
naast Rolf staan) Maar mijn grote
zoon is wel degelijk nog gegroeid. Toen
ik de laatste keer hier was kwam je nog
zo hoog. En nu…
Mimi:
Dat is ook meer dan een jaar geleden.
Anita:
Ja ik heb jullie schandelijk
verwaarloosd. God het was of die tournee
eeuwig duurde!… Och Dario wat blijf je
daar staan. Ik ben je helemaal vergeten.
Toe, wees een engel en regel jij even de
koffers. En neem mijn juwelen onder je
hoede wil je?
Dario:
Waar wil je ze hebben Anita?
Frank:
Breng ze maar hier als je wil dan bergen
we ze straks samen op.
Dario:
Prachtig. (Af naar tuin)
Anita:
Wacht…Laat mij eerst mijn bloemen
verwennen (Tot Catrien) Zijn ze
niet prachtig. Die werden mij op het
vliegveld in Parijs aangeboden…Van een
aanbidder.
(Ziet Frank lachend aan)
Frank:
(Glimlachend) Nee! En heb je die
aanvaard?
Anita:
En weet je van wie? (Bij Frank met
een knipoogje van hartelijke
verstandhouding) Van hem!…(
Deponeert bloemen ergens neer.) Bel
eens Trientje. Hij moet een vaas
brengen…Ik wil ze zelf schikken. (Catrien
belt bij de deur links)
Frank:
Als ik zo eens rondkijk ben ik niet de
enige aanbidder Nita. ‘Lijkt wel een
bloemenwinkel.
Anita:
Ja…schitterend…Even kijken (schouwt
enige exemplaren van de bloemenhulde.)
(Neemt het kaartje van Sonja)
Sonja…
Frank:
(Kennelijk niet op zijn gemak)
Zo…Heeft zij ook…Attent.
Mimi:
Allerliefst!…
Frank:
Ja…Jij kent haar nog niet. Sinds een
maand of acht is ze onze
overbuur…Trouwens, dat heu…Heb ik je
toch geschreven, nietwaar?
Anita:
(Net iets te Onbevangen) Jaja…De
kinderen enne…Caterina niet te vergeten
in haar brieven (Legt het kaartje
terug) Een gescheiden vrouwtje,
niet?
Frank:
Eh…Ja, ja…Gescheiden. Ze heeft de “de
wilgenhoek” recht over ons gekocht.
Anita:
A, ja dat stond inderdaad leeg…Aardige
vrouw?
Ronny:
Een schat.
Bob:
Heeft u naar mij gevraagd mevrouw?
Anita:
Zou je even een bloemenvaas willen
brengen…eh…(vriendelijk) Hoe heet
jij eigenlijk?
Bob:
Bob madam.
Anita:
Ik hoop dat het hier prettig werken voor
je wordt Bob. Ik ben soms erg lastig.
Bob:
(Verlegen) Voor u zal niets mij
te veel zijn mevrouw.
Anita:
Kom eens wat dichterbij (Steekt hand
uit) Wat denk je Bob zullen we het
samen kunnen redden?
Bob:
O madam…Ik vind het een grote eer om
voor u te kunnen werken.
Catrien:
Bob is een echte fan van u.
Anita:
Heb je mij dan al eens bezig gezien Bob?
Wel een heel verschil met mijn
werkelijke ik hè.
Bob:
Ik heb u nooit life gezien madam. Alleen
uw CD s’.
Catrien:
Hij heeft er verschillende.
Anita:
Bob. Ik zal je wat beloven. Als ik terug
mag zingen zal ik eens speciaal voor jou
zingen…En nu mijn vaas graag.
Bob:
Direct madam.
Frank:
Die heb je ook weeral tot slaaf gemaakt.
Anita:
Als hij het maar blijft zolang ik hier
ben is mij dat voldoende. Een muzikale
huisknecht…groevi…(kijkt in een
spiegel) God, wat zie ik er uit. Ik
moet mij hoognodig een beetje opfrissen.
Excuseren jullie mij even?…Kaatje,
snoes…ga je even met mij mee?
Catrien:
Moet je niet een uurtje rusten? Je zal
wel moe zijn van de reis.
Anita:
Van dat stukje, onzin…
Catrien:
Mijnheer Santos, Zegt u nu eens dat
madam zichzelf meer moet ontzien.
Anita:
Dario vertel jij dat mens eens dat ik
gisterenavond Wiels off hell gezongen
heb.
Dario:
Schitterend. Fantastisch zoals altijd.
Catrien:
Maar u schreef toch…?
Anita:
Jaja, ik moet rust hebben. Oververmoeid
denk ik. Maar als je gisterenavond het
slot had gehoord, Kaatje, dan zou je
niet zo zeuren. Ik was echt in vorm.
Nietwaar, Dario?
Dario:
Ze heeft heel het nummer nog eens als
toegift opgevoerd.
Anita:
Als dat geen bewijs is?
Catrien:
Ik heb me anders wel ongerust gemaakt.
Anita:
Overigens heb ik wel een dokter gezien
en die schreef mij een paar maanden
absolute rust voor.
Catrien:
Dus moet ik er op letten dat je daar aan
houdt.
Anita:
Laat dat maar aan mij over. Wees lief en
ga boven mijn kleine blauwe koffer
uitpakken, ik kom direct. (Bob komt op
met vaas) Dank u Bob. Help jij Caterina
even verder als je wilt.
(Caterien en Bob af)
Anita:
(Zet de vaas op tafel en begint
bloemen te schikken) Dario? Werk jij
even een paar telefoontjes af wil je?
Dario:
Natuurlijk.
Anita:
Ten eerste: de pers. Je weet, geen
sensatieberichten in de krant over een
zieke rockster. De Amerikaanse tournee
is erg vermoeiend geweest en ik neem
drie maanden volkomen rust. Geen
interviews.
Dario:
Geen interviews.
Anita:
Ten tweede maak voor mij een afspraak
met professor Boeks. Zoek hem maar in
het telefoonboek.
Dario:
Boeks! Dé specialist!
Anita:
Lieve schat hoe dikwijls moet ik jou nog
verkondigen dat er werkelijk niets aan
de hand is. Maar ik kan niet voorzichtig
genoeg met mijzelf omspringen. Dokter
Bonheur heeft mij met een attest
doorverwezen naar Boeks. Dat is alles.
Genoteerd?
Dario:
Ja zeker…Hier. (Wijst op zijn voorhoofd)
Mag ik even in jouw kantoor Frank?
Frank:
Jazeker. Ik kom ook straks dan kunnen we
meteen de juwelen opbergen.
Dario:
Ok (af)
Anita:
(Bewonderd de bloemen) Zijn ze
niet schitterend Frank?
Frank:
Jaja…Heel mooi.
Anita:
Wat is er toch Frank?
Frank:
Maar schat wat zou er zijn?
Anita:
Je bent zo afwezig…Zo stil?
Frank:
Stil?
Anita:
Is er iets?
Frank:
Wel neen.
Anita:
Mmm…Enfin, dat vis ik wel uit. Eerst ga
ik mij eens normaal maken voor jullie.
Misschien is het dat wat je dwars zit.
Tot zo, schatten van me! (Af)
Frank:
(na een stilte) Zo…Mama is terug
thuis.
Mimi:
Ja.
Frank:
Tof hè?
Ronny:
Groevi! (Tegen Mimi) En doe jij niet zo
vervelend stuk ongeluk!
Mimi:
Moet ik soms gaan dansen en op mijn
hoofd gaan staan van plezier?
Frank:
Ronny heeft gelijk, je neemt wel een
uitzonderlijke houding aan Mimi. Wat
bezielt je?
Mimi:
Kan ik het helpen dat ik niet blij
ben?…Het steekt mij allemaal zo tegen…De
sfeer die mama meebrengt…Dat theatrale
gedoe…De manier waarop ze met Kaatje
omgaat, dat bespelen van die arme
Bob…Altijd maar spelen.
Frank:
Als jij je moeder beter kende zou je dat
niet zeggen Mimi. Er zijn maar weinig
mensen zo spontaan als zij.
Mimi:
“Als jij je moeder beter kende!?” Hoe
moet ik haar leren kennen als ze
driekwart van haar leven van ons weg is.
Van mij, van jou en van jouw papa. Hoe
goed ken jij haar? Jij bent ook niet
echt blij. Je zit er ook mee in de
knoop! En dat is haar schuld. (af)
Frank:
Mimi!…Mimi!!
Ronny:
Laten gaan papa…(wijst op zijn hoofd)
Zwaar geschift.
Frank:
Jij bent wel echt blij hè Rolf?
Ronny:
Natuurlijk vind ik het ook maar
vervelend. Als ik bij mijn vrienden
thuis kom en ik zie hoe hun moeder voor
alles zorgt, terwijl wij het met het
oude Caatje moeten stellen. Tja…dan
kanker ik ook wel eens…Maar als mama
vijf minuten thuis is vergeet ik het
direct. (Lacht) “De Groot is een
berewijf” denk ik dan maar.
Frank:
mm…Niet erg diplomatisch gezegd jonge
man…en dat over je moeder. (Lacht)
Maar het is wel een schot in de roos
Ronny:
Jij vindt het dus ook goed dat ze terug
is?
Frank:
Natuurlijk. Ronny doe mij een plezier?
Ga eens met Mimi praten, probeer haar om
te praten zodat ze tenminste vriendelijk
is voor mama.
Ronny:
Of mij dat zal lukken?…Met die trees kun
je tegenwoordig niet meer redeneren…l’amour
denk ik.
Frank:
Amour?!
Ronny:
O…Niks …Ik weet het niet…
Frank:
Kom…zoiets zeg je niet zo maar.
Ronny:
Och…Ik ben niet zeker natuurlijk. Maar
ik heb de indruk dat ze zot staat van
die kwal van Baks.
Frank:
Zozo…Bakske?
Ronny:
Jij ziet hem ook niet direct zitten
precies?
Frank:
Och…daar ken ik hem te weinig voor.
Ronny:
En had jij echt niets in de gaten? Dat
hij en Mimi al een tijdje…?
Frank:
Eerlijk gezegd vertel je mij groot
nieuws.
Ronny:
Jezus…wat kunnen ouders toch kiekens
zonder kop zijn…
Frank:
Jaja…t’ is al goed ga jij nu maar je
“diplomatie” op je zuster oefenen.
Ronny:
Schoon job…Enfin, zij die gaan sterven
groeten u… (af)
Frank:
(blijft even in gedachten achter) Tja…
Sonja:
Frank?
Frank:
(Draait zich om) Sonja!
Sonja:
Alleen?
Frank:
Anita is boven. Ze kan elke minuut hier
zijn…
Sonja:
O, maak je maar niet
ongerust. Is het zo gek als ik dat als
goede buur…en vriendin, de vrouw des
huizes kom verwelkomen om kennis met
haar te maken.
Frank:
(beetje wantrouwen) Is dat het
enige doel van je komst Sonja?
Sonja:
Waarom zou ik tegen jou liegen…Nee…Ik
moest even naar je toe! Ik heb geen rust
thuis! God, Frank dat moet je toch
begrijpen?!
Frank:
Natuurlijk begrijp ik dat, maar…
Sonja:
Frank, ik wil je belofte…De belofte die
je gisteren niet geven wou…Toe, beloof
dat je vandaag nog met haar zult praten!
Frank:
Maar dat is dwaasheid Sonja! Ik kan niet
zo maar pardoes…Nita is ziek, ze moet
ontzien worden.
Sonja:
Ziek!?…Een zieke die gisteren in Parijs
triomfen vierde! Ik heb haar op TV
gezien! Ik had kunnen gillen toen ik
haar bezig zag. Ze behekste daar
duizenden, miljoenen mensen. Frank geef
mij je belofte…Nu. Ik ben bang!
Frank:
Waarvoor?
Sonja:
Je te verliezen, nu ze weer hier is. (Hij
blijft zwijgen) Frank!
Frank:
Als jij er zo op gesteld bent dat ik
Nita op de dag van haar thuiskomst voor
een voldongen feit zet, wat onmenselijk
is, waarom dan deze…komedie?
Sonja:
Dat…dat was een impuls. Ik dacht dat het
misschien beter was elkaar eerst te
leren kennen en dan langzaam aan…Maar nu
ik weet dat ze hier is…
Frank:
We moeten verstandig zijn Sonja en niets
onbezonnen doen. Je moet mij de
gelegenheid geven. Nita voorzichtig
voorbereiden…
Sonja:
Je had haar moeten schrijven…Ze zou het
begrepen hebben. Praten is misschien
eerlijker maar wreder, voor ons
allemaal.
Frank:
Juist daarom vraagt het tijd! Ik wil dat
Nita jou leert kennen. En als ze je
eenmaal kent moet ze beseffen…echt, een
andere oplossing is er niet.
Sonja:
Zeg mij dan dat je van mij houdt, van
mij alleen! Dat zij niets meer voor jou
betekent!
Frank:
Dat weet je toch Sonja. Door jou heb ik
een zeker geluk leren kennen dat Nita
mij nooit heeft gegeven en nooit zal
kunnen geven. Maar toe…ga naar huis…Ik
kom straks wel even naar je toe. Of
vanavond. Maar maak het nu niet al
moeilijker voor mij dan het al is.
Anita:
(Op in gewone vrijetijdskleding,
uiterlijk heeft ze een metamorfose
ondergaan) (Ze overziet met één snelle
blik) Ah…Bezoek?
Frank:
(Zenuwachtig) Nita, dit is onze
buurvrouw van wie ik je vertelde.
Mevrouw Brend, mijn vrouw.
Anita:
(Treed met en charmant lachje in het
strijdperk, steekt Sonja de hand toe)
Mevrouw Brend hoe maakt u het? Het doet
mij erg veel genoegen met mijn buurvrouw
al zo gauw kennis te maken.
Sonja:
(Heeft zich met moeite onder controle)
Ik hoop dat u het niet opdringerig van
mij vindt dat ik nu al…Ik wist niet
precies wanneer u zou aankomen en wou
alleen maar even informeren…
Anita:
O, maar dat is een schitterende inval
geweest. Nu kan ik je meteen bedanken
voor de fijne attentie.
Sonja:
Een bescheiden welkom aan een beroemde
buurvrouw.
Anita:
We stellen het erg op prijs. Hè Frank?
Mijn man is altijd zo gevoelig voor
attenties. Die mij bewezen worden.
Frank:
(Ongemakkelijk) Maar mensen gaat
toch zitten! Het lijkt wel een staande
receptie.
Anita:
He, ja…Blijf gezellig met ons een kopje
koffie drinken.
Sonja:
(Aarzelt) Doe voor mij maar geen
moeite…
Anita:
Volstrekt geen moeite. (Belt) De
kinderen zullen dadelijk ook wel komen.
Rolf heeft mij veel over u geschreven.
Zijn brieven over “tante Sonja” vloeiden
over van het enthousiasme. En dat u hem
zo geholpen hebt met zijn talen…daar ben
ik u erg dankbaar voor.
Sonja:
Ronny is een lieve jongen.
Anita:
Een schat. En wie hem een beetje weet
aan te pakken heeft hem zo voor zich
gewonnen.
(Bob op)
De koffie a.u.b. Bob.
Bob:
Jawel madam.
Anita:
(Dubbelzinnig) Ja…Ik heb al zo
veel over u gehoord dat het meer dan
tijd wordt om persoonlijk kennis te
maken.
Sonja:
(Neemt de uitdaging aan.) U
begrijpt dat ik van mijn kant ook
nieuwsgierig was om de grote “ De
Groot”…
Anita:
Alala…Spaar mij. Hier ben ik gewoon
Nita, een doodgewone vrouw.
Sonja:
Ik geloof niet dat u doodgewoon kunt
zijn mevrouw Verschueren. Geloof jij dat
Frank?
Frank:
(Loopt op eieren) In elk opzicht
zal Nita altijd met kop en schouders
boven ons blijven uitsteken Sonja.
Anita:
Ach ja…jullie tutoyeren elkaar
natuurlijk. Zullen wij dan ook maar…? Ik
heet Nita.
Sonja:
Graag. Sonja.
Bob:
(Komt met dienwagentje binnen)
Alstublieft madam.
Anita:
Dank je Bob.
Bob:
Zal ik madam?
Anita:
Neen, laat maar.
Sonja:
Ik heb gisteren je show in Parijs op TV
gezien. Mag ik je een compliment maken?
Ik heb genoten. Je was subliem!
Anita:
Ja, het ging goed.
Sonja:
Het leek mij ongelooflijk dat er iets
niet in orde met jou zou zijn? (Frank
ongerust)
Anita:
Kwestie van techniek en routine. Ik heb
alleen wat rust nodig. Ik ben tenslotte
geen twintig meer en dan moet je een
beetje voorzichtig zijn met jezelf. Als
een artieste dat tijdig inziet is er
geen probleem. Dat geldt trouwens ook
voor een “doodgewone vrouw” denk ik.
Suiker en melk?
Sonja:
Neen, dank je.
Anita:
Net als ik. Frank?
Sonja:
O, die wil altijd veel suiker hebben.
Anita:
Ach ja…hoe kan ik dat vergeten. Ik
vergeet anders niet zo gauw iets wat jou
betreft hè lieverd.
Frank:
Wat dat betreft ben jij een buitengewone
attente vrouw.
Anita:
En jij een attente man. (Wijst op
bloemen) Die werden mij vanmorgen op
het vliegveld van Parijs gebracht…Is het
niet schattig van een man die zoveel om
zijn hoofd heeft om daaraan te denken.
Sonja:
Je valt mij waarachtig mee Frank.
Frank:
O, maar ik ben lomp. Is er iets te
snoepen? Ik weet in mijn eigen
huishouden nog geen weg. (Komt met
koekjesschaal terug) Mag ik een
koekje aanbieden?
Sonja:
Natuurlijk. Dank je.
Anita:
(Neemt er ook een) Mag eigenlijk
niet voor mijn lijn.
Sonja:
(Kijkt keurend) Je zult jezelf
wel in veel opzichten moeten ontzeggen
hè.
Anita:
Maar ik geef er nu eens voor drie
maanden de brui aan. Soms denk ik om er
voorgoed de brui aan te geven mijzelf
niet meer te ontzien…Een gezellige dikke
mama te worden die voor altijd bij haar
gezin blijft.
Sonja:
Dat kun je niet menen.
Anita:
Waarom niet?
Sonja:
Ik bedoel…iemand als jij…Jij behoort de
hele wereld. Het publiek heeft recht op
jou…
Anita:
Mijn gezin ook. (Slaat haar arm rond
Frank) Hoe zou jij het vinden
liefje?
Frank:
Euh…Heerlijk natuurlijk.
Anita:
Maar wie weet dat je toch iets missen
zou…De charme van het verlangen…’t
elkaar terug vinden…Het is eigenlijk
iedere keer weer een beetje
huwelijksreis als ik thuis kom. En nu
hebben we drie hele maanden voor ons
alleen…Drie hele maanden waarin ik heel
wat met jou te doen zal hebben.
Sonja:
(Ontploft bijna) Ik dacht dat je
zo veel moest rusten?
Anita:
Och, je weet. Als je zo lang weg bent
geweest valt er altijd een en ander in
orde te maken. Mimi lijkt mij
bijvoorbeeld erg nerveus…Ik moet eens
uitvissen wat ik voor haar kan doen. En
ik geloof dat er nog wel meer is dat in
het rechte spoor moet gebracht worden.
Bovendien zal deze lieverd ook zijn
rechten wel laten gelden. Zo’n
uithuizige vrouw is toch maar niets hè
ventje? Ik vind hem een beetje stil…
Frank:
Onzin.
Anita:
Ja, echt. Enfin, voorlopig zal dat nu
allemaal veranderen hè lieverd van mij.
Vind je ons niet al te gek, twee ouwe
mensen die verliefd doen?
Sonja:
Welnee…Jullie volste recht. Kom, ik moet
gaan.
Anita:
Zo plots?
Sonja:
Ja…ik… Ik kan niet langer…
Anita:
Maar je komt gauw terug?
Sonja:
Ja, ik kom terug. (Nog even meten ze
elkaar, dan reikt Anita charmant haar
hand)
Anita:
Tot ziens. En nogmaals bedankt voor
alles.
Sonja:
Het was mij een groot genoegen “De
Groot” als Nita Verschueren te leren
kennen. Tot ziens. (Naar de tuindeur)
Het stoort toch niet dat ik de kortste
weg neem. (Frank wil haar volgen)
Doe geen moeite…Blijf bij je vrouw. (Af)
Anita:
(Overdreven hoffelijk) “Blijf bij
je vrouw” …aardig gezegd.
Frank:
Wat bedoel je daarmee?
Anita:
(Onschuldig) Wat zou ik daarmee
bedoelen?
Je hebt mij nog niet bewonderd! Hoe vind
je mijn nieuwe jurk?
Frank:
Charmant.
Anita:
Echt?
Frank:
Je bent nog altijd een mooie vrouw Nita.
Anita:
Van de andere kant van het voetlicht
gezien ook?
Frank:
Voor mij ook zonder voetlicht Nita.
Anita:
Hoe oud is Sonja?
Frank:
Sonja? Heu…een jaar of vijfendertig
geloof ik…Waarom?
Anita:
Een lieve charmante vrouw…en nog zo
jong!
Zeg Frank heb je nog aan mijn juwelen
gedacht?
Frank:
God! Dario zit natuurlijk nog steeds op
mij te wachten!
Anita:
De stakkerd! En zijn slaafse natuur
kennende…
Frank:
Zou hij daar natuurlijk nog tot
morgenvroeg zitten. (Blij dat hij weg
kan) Ik ga al.
Anita:
(Loopt naar de bloemen, pakt het
kaartje van Sonja en verscheurt het)
Dus…Dat was het…
Doek
Tweede bedrijf: ochtend
Anita:
(Zit knus met kamerjas op de bank te
lezen. Ze heeft bril op. Op een tafeltje
vlakbij staat een soort sigarettendoos.
Na enige ogenblikken geklop.) Ja! (Ze
springt vlug op en moffelt bril haastig
in sigarettendoos.)
Dario:
Morgen Anita.
Anita:
O, ben jij het maar. (Vist bril terug
uit sigarettendoos)
Dario:
Dat is wel een hartelijk welkom moet ik
zeggen.
Anita:
Ga zitten. Tegenover jou kan ik mijn
imago van eeuwige jeugd wel even
achterwegen laten.
Dario:
Maar lieverd je bent toch thuis.
Anita:
Met personeel. En er zijn buren. Stel je
voor dat mijn fans mij met een bril op
mijn neus zagen. Al hun illusies zouden
uit elkaar spatten. Idioot eigenlijk dat
zo n’ stom ding in staat zou zijn mijn
imago te doorprikken. En nog idioter dat
een vrouw haar leven daardoor laat
beïnvloeden.
Dario:
Zeg Anita wat scheelt er jou vanmorgen?
Anita:
Ach Dario ik begin mij af te vragen of
het niet verstandiger zou zijn Anita De
Groot van het toneel te laten
verdwijnen.
Dario:
Anita! Dat kun je toch niet menen?
Anita:
Neen, het was voor de grap.
Dario:
Goddank!
Anita:
Spaar mij je Godslastering. Ik las hier
net een kritiek over die Canadese.
Dario:
A ha, in Rolling Stone neem ik aan? Heb
ik ook gelezen.
Anita:
Zij is blijkbaar de nieuwe Godin onder
de Goden.
Dario:
Ja, ze schijnt werkelijk erg goed te
zijn. (Verandert vlug van onderwerp)
Ik heb de Franse kritieken op je TV
optreden gelezen. Unaniem lovend.
Anita:
Dank je, legt ze maar op tafel als ik
tijd heb zal ik ze wel eens doornemen.
Dario:
Drona heeft in Rosskille gezeten. Ze is
er afgegaan.
Anita:
Was te verwachten. Opgebrand. Ze zou nog
een hele tijd meegekund hebben als ze
zich verzorgd had.
Dario:
Schijnt wel heel erg geweest te zijn.
Anita:
Ik kan het mij voorstellen. Helemaal
onderkomen. Na haar tweede nummer begon
ze te gillen als een stoomfluit. Ze
brengt een verleden met zo een staart
mee op het podium.
Dario:
Zal wel de laatste keer geweest zijn dat
ze daar kon komen.
Anita:
Hahaha Dario, wat zitten we hier
gezellig te roddelen. Vertel mij eens,
is dat om de pil te verzachten. Kijk
maar niet zo ongelukkig die
Canadese…Irene?… Zit je dwars.
Dario:
Ja…Ik kan niet ontkennen…
Anita:
Draai er niet omheen Dario.
Dario:
Kijk eens…Je hebt dat contract voor
volgend jaar in Werchter nog niet
getekend.
Anita:
Nee.
Dario:
Er is mij ter ore gekomen dat Irene
Monteau goede relaties heeft in
Werchter. Ze kan natuurlijk niet op
tegen iemand met jouw naam…
Anita:
Onzin Dario! Dit is niet het enige dat
ik over Monteau gelezen heb. Die over
haar schrijven zijn niet de eerste de
beste. En ik ben niet dwaas genoeg om
niet te beseffen dat een jonge, mooie,
begaafde concurrente gevaarlijk voor mij
kan zijn. Ik sta op het hoogtepunt van
mijn carrière maar ben veertig. En wie
hoog staat valt erg diep.
Dario:
Maar Anita teken dat contract dan toch!
Anita:
Waarom zo haastig?
Dario:
Het gerucht over Werchter is niet het
enige waar ik je aandacht op wil
vestigen.
Anita:
A ha!
Dario:
Monteau treedt deze winter in New York
op, drie of vier concerten geloof ik.
Vanmorgen werd ik in mijn hotel gebeld
omdat je daarover nog geen beslissing
hebt genomen. Teken die contracten
Anita!
Anita:
Nee. Niet voor ik volkomen zeker ben dat
…ik genezen ben.
Dario:
Maar het is toch niets van betekenis.
Anita:
Dat vertel ik aan iedereen die het horen
wil.
Dario:
Maar dat is…Daar sta ik paf van.
Anita:
Vertelt het aan niemand Dario. Het
schouwspel van een tanende ster zal ik
nooit vertonen. Maar God alleen weet hoe
veel pijn het zou doen om afstand te
doen… Maar als het moet…
Dario:
Anita…Dat zou verschrikkelijk zijn!
Anita:
(Glimlacht) Arme Dario!!! Je ziet
er uit als een natte poedel.
Dario:
Ik zou niet weten wat ik beginnen moest.
Anita:
Jij? Kom.
Dario:
Ja. Jij hebt je man. Je kinderen. Maar
mijn leven zou totaal doelloos zijn.
Anita:
A lala…Er zijn meer zangeressen, die
dolgelukkig zouden zijn met een
secretaris als jij, die bovendien een
doorgewinterde manager is.
Dario:
Ik zou met niemand anders meer kunnen
werken dan met jou Anita, dat weet je…Je
bent voor mij niet alleen de grote
artieste, maar ook de enige vrouw.
Anita:
(Schatert) Daar hebben we je
onvermijdelijke liefdesverklaring weer.
Je bent een schat hoor Dario. Maar dat
hoor ik nu al vijftien jaar met
regelmatige tussenpozen…t’ Wordt zo
eentonig. En dat aardige zwartje in
Parijs? En die pikante blondine in New
York?
Dario:
Nu ja…ik moet toch…
Anita:
Ik moet toch iets hebben om mijzelf zoet
te houden, ga je zeggen. (Schakelt
diplomatisch over op ander onderwerp)
Zeg Dario, dat is waar ook; je moet
iets voor mij uitpuzzelen.
Dario:
Met genoegen.
Anita:
Je hebt hier in de stad nogal goede
relaties nietwaar.
Dario:
Ja, ik ken hier tamelijk veel mensen.
Anita:
Probeer zo veel mogelijk aan de weet te
komen over ene Jacques Baks. Noteer die
naam.
Dario:
Een artiest?
Anita:
Nee, ingenieur. Zonder werk trouwens.
Een aanbidder van Mimi. Ik wil weten wat
voor type het is. Trientje mag hem niet
en die heeft bewezen dat ze op dat
gebied scherpe ogen heeft. Probeer zo
veel mogelijk uit te pluizen, wil je?
Dario:
Ik zal mijn best doen, maar of me dat
direct gaat lukken…?
Anita:
Het is geen kwestie van uren. Maar toch
wil ik het zo snel mogelijk weten. Het
schijnt mijn meisje ernst te zijn, en ik
zie haar niet graag in de verkeerde
handen…Lieve hemel ik zal grootmoeder
zijn voor ik er erg in heb. En hoe
moeten we dat stilhouden Dario. Het zal
de doodsteek voor mijn imago zijn. (Stemmen
uit de tuin) Wie zijn dat?
Mimi:
( in tenniskledij, sprekend tegen
Hertens die nog onzichtbaar is)
Wacht u een momentje…Ik zal het vragen.
Mama...Goede morgen oom Dario.
Dario:
Goede morgen Mimi. Goed geslapen?
Mimi:
Perfect.
Dario:
Je ziet er tenminste uit als een roos.
Mimi:
Mama daar buiten staat een journalist te
smeken voor een interview. Beweert dat
zijn carrière gebroken is als het niet
lukt om u te spreken.
Anita:
Mijn God! Ik heb toch laten bekend maken
dat ik geen enkel interview toesta?
Mimi:
Hij is hier gisteren ook al geweest.
Doorgedrongen tot in de vesting. Toen
heeft hij Kaatje onder vuur genomen.
Anita:
Of zij hem. Als de stumper in haar
handen is gevallen…Wie weet wat ze hem
heeft wijs gemaakt, vooral wat
mijn…rustkuur betreft.
Mimi:
Afpoeieren?
Anita:
Och…Nu hij hier toch is…Laat maar
binnen.
Mimi:
Ik dacht het wel. Komt u maar door mr.
Hertens (Anita bergt vlug haar bril
op) Mijn moeder (Nadrukkelijk)
mevrouw Verschueren.
Anita:
(Steekt Hertens de hand toe.)
Aardig dat u mij eens komt opzoeken.
Gaat u zitten. Mag ik u voorstellen aan
mijn secretaris Dario.
Hertens:
Het is mij een grote eer mevrouw door u
ontvangen te worden…
Anita:
In audiëntie?
Hertens:
Zo voel ik mij ongeveer. Ik had mijn
begroetingsspeech moeizaam ingestudeerd.
Anita:
Vandaar dat het zo stijf klonk.
Hertens:
Inderdaad, ik geef toe dat ik een beetje
van mijn stuk ben.
Anita:
Daar zal wel wat meer voor nodig zijn
denk ik.
Hertens:
In ieder geval heb ik nu een origineel
begin voor het interview. Mag ik weten
waar u geboren bent?
Anita:
Ik ben hier geboren.
Hertens:
Dat wist ik werkelijk niet.
Anita:
t’ Is ook weinig bekend.
Hertens:
En uw naam is een artiestennaam?
Anita:
Neen, neen, het is mijn ware
meisjesnaam. Nederlandse voorouders,
weet u.
Hertens:
En waar werd u opgevoed? Waren uw ouders
muzikaal?
Anita:
Mijn vader had een rendabel bedrijf in
het zuiden van Nederland. En ik heb een
heel normale schoolopleiding gekregen.
Mijn muzikale gave kunt u op rekening
van verre voorouders zetten die
honderden jaren geleden uit Friesland
kwamen als schoorsteenveger en
speelman…met een aap en een orgel. (Glimlacht
in het besef dat ze een mooi verhaaltje
heeft opgedist)
Hertens:
Dat is interessant. Dank u. U heeft meen
ik te weten een aanbieding voor een
filmrol geweigerd?
Anita:
Ja.
Hertens:
Is het onbescheiden om naar uw motieven
te vragen?
Anita:
Ik heb die rol geweigerd uit artistieke
motieven. Het contact met het publiek
bijvoorbeeld is iets dat ik nooit zal
kunnen missen. Natuurlijk besef ik goed
genoeg dat één miljoen keer 5€ niet te
vergelijken is met honderdduizend echte
toeschouwers die 25€ betalen. Maar het
publiek heeft het recht op het beste van
mijzelf, live, geen afkooksel.
Hertens:
Die binding met uw fans is altijd erg
sterk geweest, niet?
Anita:
Mijn publiek! Ik zou ze niet kunnen
missen. Er zijn collega die zich
aanstellen, die zeggen dat het publiek
hen koud laat, het verachten zelfs.
Onzin, ik hou van mijn publiek en ben
het dankbaar voor alles wat ik al
jarenlang van hen mocht ondervinden.
Mimi:
Vergeet u vooral dat laatste niet in uw
verslag te zetten, mijnheer Hertens.
Anita:
Daar zult u mij inderdaad een genoegen
mee doen.
Hertens:
Ik zal het niet vergeten mevrouw. Uw
lievelingsnummer is “Hell on Weels”
nietwaar?
Anita:
Ja…Och ik hou van al mijn nummers, maar
“Hell on Weels” is zo n’ heerlijk nummer
Ik kan er mij volkomen
in uitleven.
Hertens:
U hebt geloof ik plannen om geruime tijd
thuis te blijven?
Anita:
De Amerikaanse tour was een krachtproef.
Een “Helle on Weels” En daarom heb ik
mij voorgenomen geruime tijd te rusten.
Hertens:
Er loopt een gerucht over een lichte
keelaandoening…?
Anita:
Inderdaad een gerucht. Ik ben zo gezond
als een vis. Maar na de maanden die
achter mij liggen heb ik gemeend eens
geruime tijd mijzelf op non-actief te
zetten.
Catrien:
(Na kloppen van links op)
Madam…Wel almachtig!!!
Hertens:
U ziet…Ik heb de bloedhonden
getrotseerd.
Anita:
Bloedhonden? Waarover hebben jullie het?
Hertens:
Een geheimpje tussen deze dame en
mijzelf mevrouw. Zij was zo vriendelijk
mij gisteren een interview toe te staan.
Catrien:
Mijnheer ziet er trouwens nog bleek van.
Hertens:
De lezers van het blad hebben we zelfs
kunnen verrassen met een foto van uw
trouwe verzorgster. (geeft blad aan
Anita)
Anita:
Oh, Trientje hola... Dat is
onbetaalbaar.
Catrien:
Sta ik erin?
Anita:
Kijk eens Dario...Mimi….
Dario:
Kaatje… een beroemdheid…een echte BV…!!!
Ronny:
(Op uit de tuin) Hallo…Mag ik mee
lachen? O, sorry …Ronny De Groot
Hertens:
Hertens.
Ronny:
Wat is er aan de hand?
Anita:
Trientje staat in de krant. Hier.
Ronny:
A ha... (lacht) Kaatje…Je wordt nog een
filmster.
Catrien:
Ik ga maar weer. (Tot Anita) Ik
kom straks wel weer als die…mijnheer
vertrokken is. (Wil af)
Anita:
Wat had je schat?
Catrien:
O…Dat kan wachten madam. (Af)
Ronny:
Doei Kaatje…Hebt u haar dat gelapt?
Hertens:
Zo vermetel was ik.
Ronny:
Groevi.
Hertens:
Nu we toch bij het onderwerp fotografie
beland zijn (Met kamera) Heeft u
bezwaren mevrouw?
Anita:
Is dat echt nodig?
Hertens:
Onvermijdelijk mevrouw
Anita:
Vooruit dan maar…Waar wilt u het?
Hertens:
Hier bij voorkeur, op de bank.
Anita:
Op sloffen?
Hertens:
Wat zou u denken van een foto met uw
kinderen?
Anita:
A lalala, wilt u kost wat kost een oude
vrouw van mij maken?
Hertens:
Mijn lezers zullen moeder en dochter
voor zusters aanzien.
Ronny:
Wat ben ik dan?
Mimi:
(Scherp) Het jongste papventje.
Anita:
Kom je Mimi?
Mimi:
Het spijt mij maar ik voel er niets voor
om in jouw krant te komen?
Anita:
Zoals je wilt kindlief. En Ronny? Ook
morele bezwaren?
Ronny:
Ik vind het fantastisch!
Hertens:
Als u dan even op de leuning van de bank
gaat zitten…
Anita:
Is het goed zo?
Hertens:
Prachtig…Een ogenblik…Dank u…Dan geloof
ik niet langer beslag op uw tijd te
moeten leggen. Mag ik u dan hartelijk
bedanken mevrouw voor uw buitengewone
charmante ontvangst.
Anita:
Had u dat ook ingeoefend?
Hertens:
Klinkt het zo stijf?
Anita:
Integendeel en ik geloof dat u het nog
meent ook.
Hertens:
Van harte! (Trekt zich terug naar de
tuin) Mevrouw, juffrouw Verschueren.
Heren. Mag ik misschien zo…?
Anita:
Natuurlijk die weg schijnt u aardig
bekend te zijn.
Mimi:
Zo…Dat hebben we weer gehad…Einde van de
zoveelste show.
Ronny:
Kind…Wat kun jij zagen.
Anita:
Hoe oud ben je weer Mimi?
Mimi:
Ik? Twintig. Waarom?
Anita:
In je grootmoeders tijd werden
ongetrouwde meisjes pas tegen hun
veertigste zuur. Jij bent er vroeg bij.
Mimi:
En in grootmoeders tijd deden vrouwen
van veertig zich niet voor als
vijfentwintig. Als de zuster van hun
dochter! En schaamden zich niet voor
grijze haren en een bril!
Anita:
Zwijg! Je vergeet tegen wie je spreekt!
Mimi:
Tegen mijn moeder, die geen moeder is
maar een komediante, die voor heel de
wereld poseert. "Mijn publiek"…"Ik zou
het niet kunnen missen"…Op de bank met
Ronny!…Morgen staat het in alle kranten!
Bah…
Anita:
Zal je nu zwijgen, kleine feeks!
Dario:
Anita, beheers je!
Anita:
Bemoei jij je er niet mee. Je hebt mij
al genoeg geërgerd!
Dario:
Ik? Wat heb ik gedaan?
Anita:
Je aangesteld als een idioot. Als je mij
dat nog eens levert lanceer ik dat je
gewoon Marc Knol heet! (Dwingt
zichzelf tot kalmte) Sorry Dario,
dat had ik niet mogen zeggen…
Dario:
Ik ken je toch Anita.
Anita:
Ja, jij weet precies hoe humeurig ik kan
zijn en je hebt een engelengeduld. Maar
wees nou lief en laat mij met mijn
kroost alleen.
Dario:
Ik ga al. (Klopt op zijn aktetas)
Dus hierover wens je niet te beslissen?
Anita:
Neen.
Dario:
Tot morgen dan.
Anita:
En vergeet vooral dat…onderzoek niet!
Dario:
Ik zal mijn best doen. Jongelui…(Af)
(Stilte.
Mimi zit zenuwachtig af te wachten.
Ronny staart naar buiten. (Anita
zacht)
Anita:
Waarom haat je mij zo Mimi?
Mimi:
Vraag je dat nog! ….Jij hebt mijn leven
bedorven?
Anita:
Ik?
Mimi:
Ja, van kinds af heb ik geleden onder
die verschrikkelijke beroemdheid van u.
Op de lagere school werd ik er op
aangekeken. “Haar moeder is een BV” Het
was of er iets raar aan was…Iets wat
niet deugde.
Ronny:
Crazy…Waarom heb ik dan van die kolder
geen last gehad?
Anita:
Laat haar uitspreken Ronny.
Mimi:
Later in het middelbaar…Toen ik ouder
werd…Was het precies andersom…Al mijn
vriendinnen hebben maar een gewone
moeder die er altijd voor hen was…Maar
ik had een beroemde moeder die triomfen
vierde …En daar waren de anderen dan nog
jaloers om en pestten mij er mee…
Anita:
Daarin hadden ze ongelijk en dat mochten
ze niet doen…
Mimi:
Eens in de zoveel tijd kwam ze thuis…Met
dure cadeaus …Die moesten vergoeden wat
ik tekort kwam! Rukt een snoer van
parels van haar hals kapot…Ik wil die
niet dragen…Ze branden me. (Af)
(Lange
stilte. De uitval van Mimi heeft Anita
pijn gedaan. Met langzame vermoeide
bewegingen gaat ze zitten en leunt met
gesloten ogen achterover)
Ronny:
Je moet daar allemaal niet te veel op in
gaan mama.
Anita:
Haat jij mij ook Ronny?
Ronny:
Je weet wel beter.
Anita:
Er zit zoveel waarheid in wat ze zegt
jongen…Ik ben geen goede moeder voor
jullie…
Ronny:
Tja…Dat kan nu eenmaal niet anders. Maar
daar kun jij toch niets aan doen!
Anita:
Lief van je om dat zo te zeggen jongen.
Maar daarmee geef je toch ook toe dat…
Ronny:
Onzin! Het is niet altijd plezierig
zoals het is. Maar als je thuis bent is
het altijd fijn.
Anita:
Tja…Mijn cadeaus waren deze keer niet
erg gelukkig gekozen. Een parelsnoer is
voor een meisje van twintig een beetje
te…Ik dacht dat ze er blij mee zou zijn.
Ronny:
Vond je het erg toen ik je vroeg waarom
je geen platen van de X girls had
meegebracht.
Anita:
(Lacht bij de herinnering)
Ontzettend…Dat je die schreeuwende
potten apprecieert bedoel ik.
Ronny:
Ze zijn groofy.
Anita:
(Lachend met handen tegen haar oren)
Ronny!!
Ronny:
Heb je ze in New York wel eens gezien?
In werkelijkheid bedoel ik.
Anita:
Het zijn hyperpotten.
Ronny:
Geloof ik niets van! Heb je daar veel
beroemde lui ontmoet?
Anita:
Meer dan mij lief is. Ik heb achter de
schermen drie Broadway premières
bijgewoond. Ze verslinden je daar.
Ronny:
Ik wou dat ik zoiets eens in het echt
kon meemaken.
Anita:
(Lachend) Dat moet je eens tegen
Dario zeggen die lieverd is er al met
een gescheurd rokkostuum uit de strijd
gekomen.
Ronny:
Zeg mama is het waar dat oom Dario
eigenlijk Marc Knol heet en een
haarstukje draagt?
Anita:
Het was gemeen van mij er dat uit te
flappen. Ik had gezworen het aan niemand
te vertellen.
Ronny:
Hoe ben je eigenlijk aan hem gekomen?
Anita:
O…Op een beetje een gekke manier. Een
jaar of vijftien geleden had ik
problemen met mijn manager. Ik kon niet
anders als hem op staande voet ontslaan.
Ronny:
Hij was natuurlijk verliefd op je
geworden.
Anita:
Zeg eens! Enfin, in elk geval zat ik
zonder manager. De ene vervelende klier
na de andere kwam zich aandienen en ik
begon al te wanhopen. Tot meester Knol
zich liet aandienen.
Ronny:
Meester!?
Anita:
Ja, Dario is meester in de rechten, erg
handig soms. Hij leek een tikje aan de
lagere wal, wat verboemeld…
Ronny:
Tja…voor monnik zal hij wel niet
gestudeerd hebben.
Anita:
Maar mijn intuïtie zei “ hem en geen
andere” Ik heb van dat besluit nog nooit
spijt gehad, hij is een trouwe vriend. (Lachend)
Alleen de naam was verschrikkelijk. Daar
hebben we dan maar een kronkel aan
gegeven. Dario Conelli. Daar is hij erg
trots op. (Er wordt geklopt) Ja.
Bob:
Een pakket voor u madam.
Anita:
Zet hier maar op de tafel Bob. Dank je.
(Bob af)
Anita:
Maak maar eens open.
Ronny:
Ik? (Doet de doos open en haalt er
heel de verzameling cd, video, petjes,
sweaters en alle mogelijk merchandiser
van de X girls uit) Zijn die voor
mij?
Anita:
Dacht je soms voor mij?
Ronny:
Mams! Dat is fantastisch van je…Maar? Ik
heb gisteren nog heel jouw verzameling
gekregen?
Anita:
Die geven we aan Bob want voor hem had
ik niets bij omdat ik niet wist dat hij
er was. (Giechelt) Was wel erg
ijdel van mijzelf om mijn eigen CD s’
voor jou mee te brengen. Maar draai deze
monsters a.u.b. ergens waar ik ze niet
kan horen!
Ronny:
Ik ga ze direct proberen!
Anita:
En ik moet mij maar eens gaan verkleden.
Over een uur is mijn afspraak met
professor Boeks. Ik was het bijna
vergeten. (Af)
(Ronny begint alles
terug in te pakken. Bob laat Jacques
Baks binnen. Tenniskostuum, racket onder
de arm)
Jacques:
Hallo!
Ronny:
Hallo.
Jacques:
Nieuwe aanwinst?
Ronny:
Ja.
Jacques:
Mag ik eens kijken?…Mm… X Girls. Is dat
geen belediging voor de muzikale
gevoelens van je mama?
Ronny:
Ik heb ze van mijn moeder gekregen.
Jacques:
Vlot moet ik zeggen.
Ronny:
(Geritst de doos met CD s’ uit zijn
handen en gaat af.) Daag...
Bob:
Jufrouw Mimi verzoekt u een ogenblik te
willen wachten mijnheer?
Jacques:
Best ik amuseer mij wel. (Als Bob wil
vertrekken) Kom eens hier jij! Neen,
doe eerst de deur toe!
Bob:
Ja?
Jacques:
Mijnheer!
Bob:
Ja mijnheer?
Jacques:
Jij hebt mij woensdagavond NIET gezien
Bob!
Bob:
Ik begrijp MIJNHEER niet.
Jacques:
Jij begrijpt mij heel goed Bob. Voor de
ingang van de Iris bar.
Bob:
Ik meende een heer te zien die veel op u
leek… Mijnheer.
Jacques:
mm…Was die mijnheer alleen?
Bob:
Nee, mijnheer. Die mijnheer scheen heel
aangenaam… En kostbaar gezelschap te
hebben.
Jacques:
Zo. Leuk voor die mijnheer. Je moet eens
naar de oogarts gaan Bob. Dat kun je
nooit vroeg genoeg doen.
Bob:
Een huisknecht met een bril is niet erg
stijlvol. Mijnheer.
Jacques:
(Haalt opgevouwen biljet uit zijn zak)
Voor jou. Omdat je ogen slecht beginnen
te worden.
Bob:
Pardon MIJNHEER. Ik neem nooit geld aan
dat ik niet verdiend heb MIJNHEER. Als
ik zo vrij mag zijn MIJNHEER. (Af
met opgeheven hoofd)
Jacques:
Verdomde farizeeër! Bah! De onomkoopbare
huisknecht. Fff…
Mimi:
Hallo Jacques (gooit racket op de
bank)
Jacques:
Mimi! (Zoenen elkaar) Morgen
schat.
Mimi:
We moeten voorzichtig zijn schat. Ik heb
zo juist vaders wagen zien binnenrijden.
Hij is dus thuis en mama is boven…t’ Is
hier ineens een gevangenis nu zij er is.
Jacques:
Je schijnt er niet erg mee opgezet te
zijn?
Mimi:
Ik heb daarstraks ruzie met haar gehad.
Jacques:
Waarover?
Mimi:
Laten we er maar niet meer over praten.
(Neemt het gebroken parelsnoer op)
Bracht ze voor mij mee…Alsof je met dure
cadeaus…
Jacques:
Laat eens zien. Ik geloof dat ze echt
zijn! (Bekijkt snoer belangstellend)
Mimi:
Dacht je soms dat mama imitatie zou
kopen? Dan ken je haar niet.
Jacques:
Je bent een wonderlijke jongedame. De
meeste meisjes zouden een gat in de
lucht springen als ze met zoiets bedacht
werden.
Mimi:
Het scheelde niet veel of ik had ze naar
haar hoofd gegooid.
Jacques:
Spaar me. Je bent een temperamentvol
poesje jij! (Zoentje)
Mimi:
(In gedachte) ‘t Was eigenlijk
nogal gemeen van mij. Ze was
gisterenavond zo gelukkig als een kind,
toen ze hier als een vrouwelijke Sint
Niklaas aan het uitdelen was.
Jacques:
Zeg Mieke.
Mimi:
Ja?
Jacques:
Als je ze toch niet draagt…Geeft mij die
parels dan eens mee.
Mimi:
Waarom?
Jacques:
Ik wou ze op hun echtheid laten
taxeren…Zo maar voor de aardigheid. Zou
je het niet leuk vinden om te weten of
ze werkelijk…
Mimi:
Onzin…Ik ben er niet nieuwsgierig naar.
En bovendien heb ik je al gezegd dat
mijn moeder geen imitatie koopt.
Jacques:
Zoals je wilt. Ik taxeer ze zeker op
3000 €
Mimi:
Voor mijn part 30.000 € Laat zij ze zelf
maar dragen.
Jacques:
Maar zeg meisje, als de stemming tussen
jou en je ouders op het vriespunt staat,
zullen we hier dan maar niet te lang
rondhangen. Op de tennisbaan zijn we
heerlijk vrij, daar is om deze tijd toch
niemand enne…(lacht dubbelzinnig)
anders is er het theehuisje nog. (Wilt
racket pakken)
Mimi:
Jacques waarom moeten we toch zo
geheimzinnig blijven doen? Waarom spreek
je niet met papa?
Jacques:
Kindje ik heb al eerder gezegd; ik wil
eerst een behoorlijke job hebben…Ik kan
toch niet zo als werkloos ingenieur om
de dochter van de rijke fabrikant
Verschueren komen. Je vader zou mij voor
een fortuinzoeker houden.
Mimi:
Dat weet ik toch wel beter. En
daarbij…je bent immers niet
ongefortuneerd, je leeft er nu toch ook
goed van?
Jacques:
Och…Als vrijgezel. Maar hoe dan ook, ik
zou de gedachte niet kunnen verdragen
dat je vader…
Mimi:
Waarom vraag je papa niet om een vrije
baan op de fabriek? Ze hebben daar een
technisch ingenieur nodig, ik heb het
hem zelf horen zeggen. Wil ik er eens
over beginnen?
Jacques:
Liever niet schat.
Mimi:
Waarom niet?
Jacques:
Ik zou natuurlijk referenties moeten
opgeven…
Mimi:
Heb je die dan niet?
Jacques:
Ja, natuurlijk, maar hm…Mijn laatste
baan heb ik in de steek gelaten omdat ik
ruzie had met de directeur. Ik ben nu
eenmaal iemand die zijn mond niet kan
houden als ik iets als oneerlijk
ervaar…En dat valt niet altijd in de
smaak… Pas op daar komt iemand (pakt
racket op)
Frank:
Goede morgen Baks.
Jacques:
Goede morgen mijnheer Verschueren.
Frank:
Goed weer om te tennissen.
Jacques:
Ja, schitterend. Niet te warm. Deze tijd
van het jaar is er ideaal voor.
(Anita op elegant
gekleed)
Frank:
A…Lieverd, jullie kennen elkaar nog
niet. Jacques Baks, een vriend van Mimi.
…Mijn vrouw. Anita.
Anita:
Doet mij erg veel plezier een vriend van
mijn dochter te leren kennen.
Jacques:
En mij doet het genoegen de beroe…
Anita:
A la la niet verder alstublieft of u
krijgt het met Mimi aan de stok. Ze
vindt een beroemde moeder iets
onuitstaanbaar, nietwaar liefje?
Jacques:
Valt mij tegen van jou, Mieke. Ik zou in
de wolken zijn met zo een mama, die er
bovendien uitziet…
Mimi:
Als mijn charmante zuster. Laat mij ook
maar eens origineel zijn.
Jacques:
(Beetje geschrokken) Ja. Het
lijkt mij ook eerder een afgezaagd
compliment.
Anita:
U is een vleier mijnheer.
Jacques:
Alleen een oprechte bewonderaar van u
mevrouw.
Anita:
Dus u hebt mij al gehoord?
Jacques:
Maar ik zie u voor het eerst vandaag in
levende lijve. Helaas, ik had u eerder…
Mimi:
Kom je bijna?
Jacques:
Ja, natuurlijk. Ik kom. Mevrouw u ziet,
uw dochter tiranniseert mij. Ik moet dus
afscheid nemen.
Anita:
Kom gauw eens terug, ik wil de vrienden
van mijn dochter beter leren kennen.
Jacques:
Met genoegen. Tot ziens mevrouw De
Groot. Mijnheer Verschueren.
Frank:
Tot ziens Baks.
Jacques:
Vergeet je racket niet Mieke. (Af)
Anita:
Wat zegt hij tegen haar? Mieke?
Frank:
Ze laat zich tegenwoordig door al haar
kennissen zo noemen.
Anita:
O...Mimi is dus taboe. Ze zit vol
complexen. En die mijnheer is net iets
te knap, iets te oud en vooral veel te
charmant om onze schoonzoon te worden.
Frank:
Ik dacht dat hij nogal in de smaak viel?
Anita:
Dat pleit niet voor je scherpe blik. Ik
heb hem even…gewogen.
Frank:
En te licht bevonden?
Anita:
Die man heeft iets in zijn ogen dat mij
niet bevalt.
Frank:
En daarom wil je nader kennis maken?
Mimi:
Hoe eerder Mimi die casanova in zijn
ware gedaante leert kennen hoe beter. Ik
heb Dario inmiddels al gevraagd
inlichtingen over hem in te winnen.
Frank:
Jij houd niet van halve maatregelen.
Anita:
Heb ik dat ooit gedaan?
Frank:
Weet je dat Baks nog niet zo lang
geleden uit Engeland is gekomen. Het zal
dus voor Dario niet makkelijk zijn.
Anita:
O..., maar die zwerver heeft over de hele
wereld zijn kanalen dat gaat geen
probleem voor hem geven.
Frank:
Maar waarom denk je eigenlijk…Ik zou
nergens erg in gehad hebben als die
losse opmerking van Ronny gisteren…
Anita:
(Lachje)Daar ben jij een man
voor. En ik heb Trientje…die is een
onbetaalbare bron van inlichtingen voor
mij. (Ziet dat Frank ongemakkelijk
wordt) Wat is er? Toch niet boos dat ik
eigenmachtig…?
Frank:
Natuurlijk niet. Ik verwijt mijzelf
alleen dat ik zo weinig op Mimi gelet
heb, dat een jongen als Ronny mij
opmerkzaam moet maken…
Anita:
Jij hebt andere dingen aan je hoofd om
aan te denken.
Frank:
Wat bedoel je?
Anita:
Wel, leiding geven aan een bedrijf als
het jouwe zal niet eenvoudig zijn.
Frank:
O dat.
Anita:
Nee, jij hebt jezelf niets te
verwijten. Jij hebt veel meer reden om
mij verwijten te maken.
Frank:
Je weet dat ik dat nooit zal doen. Eens
heb je mij voor de keuze gesteld, een
zware keuze, en ik heb jouw vrijheid
gekozen ter wille van onze liefde. Het
zou laf zijn om daarop terug te komen.
En toch…
Anita:
En toch?
Frank:
Je hebt gisteren toen Sonja hier was,
iets gezegd wat mij niet meer heeft los
gelaten…
Anita:
Wat?
Frank:
“Er is hier nog wel het een en ander wat
in het rechte spoor moet gebracht
worden” Er is hier veel in het rechte
spoor te brengen Nita. En jij bent de
enige die dat kan.
Anita:
Frank…
Frank:
Mimi’s probleem is niet het enige.
Ronny is zeventien jaar en hij heeft al
twee jaar gedubbeld. Hij zit nu met
jongens van vijftien in dezelfde klas.
Dom is hij niet, zeker niet. Maar het is
een speelvogel, gauw afgeleid en hij
mist vooral controle. De…De laatste
maanden heeft hij veel steun gehad van
Sonja…
Anita:
Kun jij dat dan niet Frank?
Frank:
Ik ben overdag meestal weg, veel op reis
en mijn avonden zijn ook vaak bezet.
Anita:
Ja, je werkt tegenwoordig dikwijls nog
erg laat op kantoor vertelde Trientje.
Frank:
Die jongen is teveel aan zichzelf
overgelaten. Kaatje zorgt uitstekend
materieel voor de kinderen, maar met
haar opmerkingen over slordige kamers en
kapotte kleren verliest ze elk werkelijk
gezag over hen. Zij blijft voor hen
Kaatje van wie ze veel houden maar die
toch een onderschikte blijft. Nu ligt
Ronny nog aan je voeten Nita, en hij
trekt partij voor jou tegen Mimi. Maar
waarschijnlijk gaat hij uiteindelijk ook
ten opzichte van jou veranderen,
verbitteren net als Mimi nu. (Stilte)
Nita?
Anita:
( Is in elkaar geschrompeld,
vertwijfelt) Vraag het mij niet
Frank. Ik kan niet.
Frank:
Vragen zal ik dat offer nooit van je
Nita…Dat kun je alleen zelf beslissen.
Anita:
(Hartstochtelijk) Maar ik kan
niet stoppen! Frank! Probeer het te
begrijpen. Ik weet dat ik tekort schiet
als vrouw en moeder. Midden in een
opname kan het mij overvallen, tijdens
een optreden moet ik soms faken dat ik
mij verslik en ik huil mijzelf soms in
slaap…Maar…De glinsterende ogen van de
muzikanten, de aandacht, de macht,
vijftigduizend mensen die worden
meegesleept door wat ik doe…Daar kan ik
mij niet van losmaken Frank, dat
begrijpt niemand.
Frank:
Ik dacht dat ik getoond had het wel te
begrijpen Nita…
Anita:
Ja, jij wel. Vergeef mij. (Vurig)
Maar nu heb ik drie volle maanden Frank.
In drie maanden kan ik zo veel goed
maken. Geef mij die kans.
Frank:
En daarna?
Sonia: (komt op langs
tuindeur) Stoor ik?
Doek.
Derde bedrijf:
( Eén maand later. Ochtend. Zonnig. De
bloemen zijn weg. Een enkele nieuwe
ruiker in de plaats.)
(Als het doek opgaat horen en zien we
Anita de laatste noten van een
rocknummer ten beste geven. Bob is haar
publiek. Als het nummer gedaan is groet
ze alsof ze voor vijftigduizend man
heeft opgetreden. Ze draagt een vreemde
mengeling van dagelijkse elegante
kleding en flitsende accessoires met een
garde als microfoon. Ze is gelukkig. Bob
reageert voor vijftigduizend man)
Anita:
Oooo… Bob als ik hier geen bisnummer bij
gaf braken ze de zaal af
Bob:
Ja. Schitterend nummer. Het staat op
bijna elke CD die je hebt uitgegeven.
Bangelijk goed.
Anita:
t’ Zal wel wezen! Er gaat niets boven je
eigen nummer Bob.
Bob:
En weet je wat ik ook een moordnummer
vind. Jij doet dat schitterend. Dat van
die dochter van Sinatra over die botten.
Anita:
(geeft het ritme aan en geeft een
strofe ten beste) (Bob doet enthousiast
mee en Anita laat hem even alleen zingen)
( Dario en Catrien op)
Dario::
(lachend) Hoooo maar! Wat is dat
hier allemaal. Kijkt ze daar nu eens
staan Catrien! Je hebt zelfs geen al te
gekke stem Bob. Spijtig dat wij elkaar
geen 20 jaar vroeger leerden kennen. Je
zou mijn eerste ontdekking zijn geweest.
Anita:
Weet je nog van die barman op dat
festival in Engeland?
Catrien:
(Met schitterende ogen) Wat een
uitstraling die had.
Dario:
En toch is het niets geworden geloof ik.
Anita:
(Met een zijdelingse blik op Catrien)
Hij kon twee dingen niet voorbij gaan.
Een mooie vrouw en een fles whisky. Alle
twee catastrofaal voor een carrière.
Bob! Daar mag jij niet naar luisteren!
Maak dat je weg komt.
Bob:
(Blij dat hij zichzelf terug een
houding kan geven tegenover de anderen)
Zeker madam. (Af)
Catrien:
Maar Sorin is toch een succes geworden.
Anita:
Ja, die heeft zijn kansen niet
verspeeld.
Catrien:
En dan te bedenken dat u hem letterlijk
uit de goot hebt opgevist (Giechelt.)
Dario::
Komaan dat verhaal ken ik nog niet.
Anita:
Je houdt het niet voor mogelijk. Ik loop
hier in Brussel door de Nieuwstraat en
ik hoor iemand van boven uit Yellhouse
rock zingen. Op hetzelfde moment dat ik
naar boven kijk om te zien wie daar
bezig was, glijd een glazenwasser van
zijn ladder en ploft voor mijn voeten in
de goot…
Catrien:
En madam liet hem op haar kosten
verplegen en later zangles volgen. Dat
was nog voor ze u kende mijnheer Dario.
Anita:
Ja, als ik ooit ergens voldoening van
gehad heb…
Catrien:
En ze hielp hem nog aan zijn eerste
contract ook nog. Hebt u hem de laatste
tijd nog wel eens gesproken.
Anita:
Zelden…Vorig jaar nog eens… In
Kopenhagen geloof ik, hij zit in een
heel ander circuit.
Catrien:
Mijn hart trekt nog altijd naar het
podium madam. Het was een heerlijke
tijd. Maar ik heb nu mijn taak hier. En
ik zou toch te oud worden om nog rond te
trekken. En een goede kleedster is er
altijd wel te vinden.
Anita:
Maar geen tweede zoals jij Trientje.
Catrien:
Lief van u om het nog eens te zeggen
madam. (Anita heeft zich ondertussen
van haar rock accessoires ontdaan)
Maar. Kom geef die dingen maar hier. Ik
ga maar een terug aan het werk. Blijft
mijnheer Dario lunchen? Dan kan ik het
in de keuken doorgeven.
Dario::
Nee, dank je. Ik blijf maar even.
Anita:
Op deze gastronoom moet je dus niet
rekenen Trientje.
Catrien:
Dan ga ik maar. Nog een goede middag
mijnheer Dario.
Anita:
Ze wordt altijd een beetje sentimenteel
als ze over het verleden begint.
(Gaat zitten uitblazen) (Verschiet net
iets te theatraal) Mijn God!!
Dario::
Wat is er?
Anita:(Bekijkt
Dario schuldbewust) Ik mag niet
zingen, nog niet tenminste, en ik heb
mijzelf daarnet wel flink laten gaan,
maar ik voel het nu al. Ik ben al moe
van dat kwartiertje dollen Over een goed
uur zal ik het pas weten. Dario ik ben
bang. Wat moet ik beginnen als…?
Dario::
Maak je toch niet van streek Anita. Na
één maand rust kun je toch nog niets…
Anita: Maar wie
zegt mij dat het niet chronisch is?
Dario::
Kom, kom. Niet zo pessimistisch. Ik
geloof geen moment…
Anita:
Je hebt gelijk. Alles op zijn tijd. Geef
mijn handtas even aan wil je? Dank je.
(Maakt make-up en haar in
orde ze is terug een elegante dame)
Heb jij het geld van de bank
meegebracht?
Dario::
(Haalt biljetten uit zijn aktetas)
Dertienhonderd € Wil je het natellen?
Anita:
Als jij het zegt zal het wel in orde
zijn. Dank u. En vertel mij nu eens het
nieuws dat je over mijn schoonzoon in
spé hebt opgestoken?
Dario::
Euh… Maar als het niet te indiscreet is
Anita…Wat wil je doen met dat geld?
Anita:
Zo nodig het geluk van mijn dochter
kopen. Wat voor nieuws heb je uit
Londen?
Dario::
Niet veel goeds. Het is geen wonder dat
hij nooit naar een baan bij uw man heeft
gesolliciteerd. Zijn eerste betrekking
is hij kwijtgeraakt wegens luiheid en
onbekwaamheid
Zijn tweede ontslag in
Londen draaide om een vervelende
vrouwenkwestie. Een poging tot chantage
op de vrouw van één van zijn
directeuren. En het geld waarmee hij nu
goede sier maakt komt ook van een alles
behalve Spic en Span zaakje. Voor zover
ik kan beoordelen zal het niet lang meer
meegaan. Ik vermoed zelfs dat er al
schulden zijn bij de vrouw van een
Belgische tapijtfabrikant.
Anita:
En van die speelschulden ben je ook
zeker?
Dario::
Absoluut zeker. Zijn connecties zijn
naar mijn aanvoelen uitgemolken. Hij
vertelt ook overal rond dat zijn zorgen
voorbij zijn zodra hij de verloving met
Mimi kan bekend maken en hij mede
directeur in het bedrijf van uw man
wordt.
Anita:
Lef heeft hij wel. Ik zou bijna respect
voor zijn brutaliteit krijgen.
(Mimi
op)
Mimi:
Dag mama. Oooo hallo oom Dario!
Dario::
Morgen Mimi.
Mimi:
Mama ik ga even een boodschap doen. Als
Jacques in die tijd komt zeg dan dat ik
binnen een kwartiertje terug ben.
Anita:
Dus die uitstap gaat door?
Mimi:
Ja, natuurlijk. En u hoeft met het eten
niet op mij te rekenen, we komen
vanavond pas laat terug.
Anita:
Daar zullen we het straks nog wel even
over hebben.
Mimi:
Daar valt niet over te praten. Het is
afgesproken. En als u er één woord met
Jacques over kikt…
Anita:
Hou jij nu maar je mond voor je iets
onherstelbaar zegt, dan doe ik dat ook.
Mimi:
(kijkt haar moeder doordringend aan,
bijt op haar tong en gaat af)
Anita:
De tijd schijnt te dringen. En we moeten
die beste Jacques zo spoedig mogelijk
elimineren. Anders zouden we vandaag of
morgen wel eens voor een voldongen feit
kunnen gesteld worden.
Bedankt voor de inlichtingen Dario. Hoe
je het allemaal gedaan krijgt is mij een
raadsel maar in ieder geval mijn
complimenten.
Dario::
Je weet Anita, voor jou is mij niets te
veel. Kom, ik moet maar eens gaan.
Anita:
Ga nog even zitten. (Aarzelt even)
Laat aan Londen weten dat ik niet teken.
Ik treed volgen seizoen niet op. Hoe het
resultaat bij professor Boeks ook mag
wezen.
Dario::
(Geschrokken) Anita!…Waarom?
Anita:
Ik zing niet na Manteau. Begrepen?
Dario::
Goed dan. Tja…Ik stuur dadelijk nog een
mail. Goed?
Bob:
(Klopt aan en komt op) Mijnheer
Baks madam.
Anita:
A…Goed. Laat binnen Bob.
Bob:
Zeker madam.
Anita:
Die loopt op het juiste moment in de
fuik.
Jacques:
Goede morgen mevrouw.
Anita:
Goede morgen Jacques. Je kent mijnheer
Dario toch?
Jacques:
Ja zeker. Hoe maakt u het?
Dario::
Dank u.
Anita:
Gaat zitten Jacques. Mimi is even weg.
Ze vroeg of je tien minuten wilde
wachten.
Jacques:
Dat zal mij in dit charmant gezelschap
niet lastig vallen.
Dario::
Dat hangt er van af.
Jacques:
Pardon?
Dario::
Ik heb ooit een kwartiertje gesleten in
het gezelschap van een mooie charmante
vrouw, die ik mijn ergste vijand niet
toewens.
Anita:
Dario je gaat nu in tegenwoordigheid van
zo een prille jongeling je amoureuze
perikelen niet uit de doeken doen. Want
ik vrees dat dan de censuur er aan te
pas zou komen.
Dario::
Dan ga ik maar. De zware taak uitvoeren
die u op mijn schouders hebt gelegd.
Anita:
Ach doe niet zo dramatisch…ander en
beter zeg ik maar.
Dario::
Vaarwel mijnheer.
Jacques:
Goede morgen nog mijnheer.
Dario:
(Aarzelt) Dus je bent echt zeker
Anita? Dan ga ik maar. Tot ziens.
Anita:
Sterkte Dario
Jacques:
Gelukkige kerel. Altijd in het bijzijn
van een elegante vrouw te mogen zijn.
Anita:
O lala…het valt niet mee hoor om manager
van een grillige ster te zijn.
Jacques:
Dacht u dat ik het niet zou aandurven?
Anita:
Jawel. Natuurlijk wel, dit is een
eigenaardig samenloop. Ik heb Dario net
geadviseerd om een contract te teken met
Irene Manteau.
Jacques:
Manteau!?
Anita:
Een opkomende ster, achttien jaar jonger
dan ik en met een gouden toekomst.
Jacques:
En heeft hij dat aanvaard?
Anita:
Zijn “zware opdracht”. Hij is onderweg
om alles te bevestigen nadat ik hem een
salarisverhoging van
vijfentwintighonderd € geweigerd heb.
Jacques:
Tweeduizend vijfhonderd € opslag? Wat
verdient hij dan wel bij u?
Anita:
Veertigduizend € plus zijn percentage op
de recettes en de merchandising.
Jacques:
En hij laat dat lopen?
Anita:
Hij kan zich verbeteren bij Manteau en
niet onbelangrijk.
Jacques:
(Ruikt zijn kans) Verbeteren!
Alleen al de kans om iedere dag in uw
nabijheid te kunnen zijn zou voor mij
al…
Anita:
Moet je eens tegen Mimi zeggen. Zij kan
je inlichten over mijn wispelturige
humeur.
Jacques:
Och…Mimi!
Anita:
Wat is er? Hebben jullie woorden gehad?
Jacques:
Neen, dat niet.
Anita:
En daarbij, tenslotte is Dario ook maar
een man, Manteau een kokette jonge
vrouw en ik zoetjesaan een oude zeur.
Jacques:
(Werpt nu al zijn charmes in de
strijd en gaat op veroveringstocht)
Een vrouw is zo jong als ze zich voelt.
Anita:
Een uitvlucht voor vrouwen die de
middelbare leeftijd naderen. Maar
mannen, en zeker jonge mannen, denken
daar anders over.
Jacques:
Ik niet. Ik ben…
Anita:
De uitzondering die de regel bevestigt?
Jacques:
Ja! Die uitzondering ben ik!
Anita:
Vleier.
Jacques:
(Op één knie) God… Nita, speel
niet met me…
(Bij deze woorden
verschijnt Mimi in de tuindeur)
Wat betekenen een paar
jaar leeftijdsverschil tegenover jouw
charme, jouw genie…
Anita:
Ach jongen…
(Mimi gaat een stapje
terug zodat ze onzichtbaar blijft voor
Jacques en Anita)
Jacques:
Samen de wereld rondtrekken Nita. Wij
samen. Jij je triomfen vierend, en ik
die daarvan getuige mag zijn, en je zaak
behartigend. Ooo …Nita, geef mij die
kans! Je zult er nooit spijt van hebben.
Ik zal je slaaf zijn, aan je voeten
liggen…Nita!
Anita:
En Mimi?
Jacques:
(kleinerend) Hoe kan je zo een
onnozel bloem in knopje vergelijken met
een bloeiende roos als jij. Nita! Vanaf
de eerste dag dat ik jou gezien heb
voelde ik dat jij de vrouw was (Wil
haar handen grijpen)
Anita:
En waarom is het jou nu precies te doen?
Om mij? Om Dario’s baantje? Of…om die
duizendvijfhonderd € schulden die je
gemaakt hebt bij het gokken?
Jacques:
Wat? Hoe?
Anita:
Valt je tegen hè. Dat ik zo goed op de
hoogte ben. Krijg ik nog een antwoord?
Jacques:
(Probeert de meubels te redden)
Ik ben geen gigolo!
Anita:
Daar vond ik je anders precies het type
voor. En dacht je nu werkelijk mij te
kunnen inpalmen met je domme praatjes?
Daarvoor ben je een veel te slecht
komediant.
Jacques:
Maar ik verzeker je…
Anita:
Wou je met mij soms hetzelfde spelletje
spelen als daar in Londen. Ga daar
zitten. Vijftienhonderd € heb je nodig
hè? Geef antwoord!
Jacques:
Hier is het geld mits je deze verklaring
tekent dat je dit geld hebt ontvangen in
ruil voor je vertrek uit deze stad voor
morgenavond en dat je mij oneerbare
voorstellen hebt gedaan waarop ik niet
ben ingegaan. Hier teken.
Jacques:
(Neemt overdonderd de vulpen aan)
Goed ik zal het doen.
Mimi:
Steekt dat geld maar weer weg mama. (Tot
Jacques zacht en dreigend) Weg jij!
Jacques:
Verdomme…is dit een opgezette val!
Mimi:
Weg!
Jacques:
(Af via tuin)
Mimi:
(Zakt huilend in elkaar)
Anita:
(Omhelst Mimi) Doet pijn hè mijn
meisje zo een teleurstelling. Huil maar
uit bij je moeder.
Mimi:
Mama o mama ik hield van hem. Het was zo
afschuwelijk!
Anita:
Ik had het je zo graag bespaard mijn
kind. Maar het was beter zo! Je moest
hem zien zoals hij is.
Mimi:
Wat bedoel je? Wist je dat ik daar
stond?
Anita:
Ik zag de weerspiegeling van je jurk in
het spiegelglas van de tuindeuren.
Mimi:
En toch…
Anita:
Speelde ik mijn rol verder. Het was heel
moeilijk te weten dat mijn eigen kind
daar stond en mij, af was het voor heel
kort, van het laagste van het lage
verdacht.
Mimi: Ik dacht
dat ik in elkaar zou zakken toen ik jou
daar zo met hem…En jij hebt dat
allemaal voor mij gedaan mama.
Anita:
Ik ben toch je moeder. Wij hebben elkaar
terug gevonden hè mijn kindje?
Mimi:
Ja, en straks moeten wij elkaar terug
verliezen. Blijf bij ons. Laat ons nooit
meer alleen!
Anita:
Ik wou dat ik het kon kindje…
Mimi:
Maar waarom? Uw plaats is hier bij ons.
Anita:
Maar ook daar. Ik wou dat ik het je
duidelijk kon maken Mimi. Maar alleen
iemand als ik kan dat begrijpen. En jij
bent zo niet. Goddank!
Mimi:
Ben je daar blij om?
Anita:
Ja. Ik heb vaak gebeden dat mijn
kinderen gespaard zouden blijven van wat
ik geleden heb.
Mimi:
U …Geleden?
Anita:
Ja, geleden. Je kunt je niet voorstellen
als je hart verknocht is aan de muziek
en toch de liefde te voelen voor een
man, kinderen…
Mimi:
Dan had je niet mogen trouwen!
Anita:
Misschien niet. Maar ik hield zo veel
van je vader We waren zo gelukkig.
Eerst samen, dan met jullie.
Mimi:
En was je dat niet voldoende?
Anita:
(Zucht) Het verlangen bleef
schrijnend. Kind, ik wou het je leren
begrijpen. Maar wat weet jij van de
betovering van de scène. Van de sfeer
die zich in alle poriën dringt. Ik heb
eens in de memoires van een grote
actrice gelezen dat na haar afscheid de
uren tussen zes en acht de zwaarste
waren. Dan moest ze zich geweld aan doen
om niet voor de spiegel te gaan zitten,
zich te grimeren en zich op te laden
voor de grote ontlading.
Ik heb dat ook
meegemaakt. Het begon met de geboorte
van Ronny. Ik vocht er tegen. Maar het
werd sterker en sterker. Ondragelijk.
Toen heeft je vader gedaan waar ik hem
nooit dankbaar genoeg voor kan zijn. Hij
heeft mij de vrijheid terug gegeven.
Mimi:
En jij nam dat offer aan?
Anita:
“Ter wille van onze liefde moet je terug
gaan. Als je hier blijft komt de tijd
dat je ons gaat haten” Dat heeft hij
toen tegen mij gezegd. (Stilte)
Dat heb ik nog nooit aan iemand verteld.
Mimi, ik zou zo graag hebben dat jij mij
begrijpt.
Mimi:
Ik probeer het maar het is moeilijk.
Alles zou zo anders zijn als je bij ons
blijft. Ik heb u zo nodig. Juist nu.
Anita:
Ik blijf nog een tijd bij jullie. In elk
geval genoeg om je door de moeilijkste
tijd heen te helpen.
Mimi:
En dan?
Anita:
Komt er natuurlijk iets veel mooier in
je leven, waardoor je mij niet meer
nodig hebt.
Mimi:
Na vandaag zal ik u altijd nodig hebben.
Anita:
Je bent een schat!
( Frank en Sonja op
langs tuindeur)
Sonja:
Wel. Wel. Wat een mooie verbondenheid
tussen moeder en dochter. Goede morgen.
Het lijkt wel of jij gehuild hebt Mimi.
Mimi:
Ik heb barstende hoofdpijn.
Anita:
Ga maar een uurtje rusten. Ik zal mee
gaan om je onder te stoppen en een
Aspirientje geven. Je excuseert ons hè
Sonja?
Sonja:
Natuurlijk.
Anita:
Tot strak. Kom Mimi.
Mimi:
Nog eengoede morgen tante Sonja.
Sonja:
Word maar snel beter.
(Anita en Mimi af)
Sonja:
Wat een harmonie zo plots? Ze schijnt er
zelfs in geslaagd te zijn om Mimi in te
palmen.
Frank:
Je zou mij een plezier doen Sonja, als
je op een andere manier over Nita zou
praten.
Sonja:
Natuurlijk trek je weer partij voor
haar.
Frank:
Dat is niet eerlijk Sonja!
Sonja:
Waarom ben je gisterenavond niet
gekomen?
Frank:
Ik kon onmogelijk weg en zag geen kans
om je ongemerkt bericht te sturen.
Sonja:
Je had vanuit je kantoor kunnen bellen.
Maar het was zeker de moeite niet waard.
Frank:
Dat weet je wel beter Sonja.
Sonja:
Bewijs mij dat dan! Toe Frank! Neem een
besluit? Je hebt het al een maand
uitgesteld En ik heb gewacht. Gewacht
tot ik er gek van werd! Ik kan niet
meer.
Frank:
Sonia alstublieft beheers je! Als Nita
terug komt…
Sonja:
Dan weet ze tenminste hoe ze er
voorstaat en kunnen we het uitpraten.
Toe Frank, begrijp toch dat het zo niet
langer kan! Vandaag gaat ze voor een
beslissend gesprek naar Boeks. Als er
echt wat mis is zal ze nooit meer
optreden. Maar blijkt het niets te zijn
dan…Het is nu het gepaste moment Frank.
Frank:
Ik kan niet Sonja.
Sonja:
Frank!
Frank:
Ik vind het pijnlijk het je te zeggen.
Daarom heb ik er zolang mee gewacht.
Noem het lafheid als je wilt. Het is zo
moeilijk uit te leggen.
Sonja:
Laat maar. Ik wist al dat ik verslagen
was die eerste dag dat ze met ons
speelde als kat en muis. En toch laat ik
je niet los Frank. Ik kan je niet
missen. En jij mij ook niet. Ik kan jou
geven wat zij je onthoudt; liefde, rust,
huiselijkheid…(Stilte) Frank!
Antwoord. Zeg iets!
Frank:
Sonja, je hebt mij in het voorbije jaar
veel gegeven. En daar zal ik je altijd
dankbaar voor zijn. Ik zal nooit de
avonden bij jou vergeten, de heerlijke
rust die van je uitging. Je warme
vriendschap van de eerste tijd.
Sonja:
Vriendschap!
Frank:
Maar sinds Nita thuis is weet ik dat ik
gedwaald heb. Dat er voor mij altijd
maar één vrouw zal zijn. Dat met ons was
een vergissing van mijn kant. Ik kan mij
niet van Nita losmaken. (Stilte)
Nu weet je het.
Sonja:
Ja ik weet het. En straks gaat zij terug
de aap uithangen en jij blijft alleen.
Alleen en op de tweede plaats.
Frank:
Ja, ik zal weer alleen zijn. En wachten.
Zoals ik al die jaren gewacht heb. Ik
kan niet anders.
(Anita op)
Anita:
Zo. Ze ligt er in, de lieverd. Zeg wat
staan jullie daar raar. Gaat toch zitten
Sonja. Kopje koffie?
Sonja:
Neen, dank je. Ik heb thuis al…(Aarzelt)
We moeten eens praten Nita.
Anita:
Dat kan. Ik heb de tijd. Vertel. Wat
ligt er op je hart?
Sonja:
Kom er bij zitten Frank. Het gaat om ons
alle drie.
Frank:
Sonja! Ik moet je echt verzoeken…Het is
nu niet de moment. Nita staat voor een
belangrijke beslissing en zij moet die
in alle rust kunnen nemen.
Anita:
Oooo Wees niet bezorgd lieve… Ik ben
gewend om met emoties om te gaan. Ze
doen mij meer goed dan kwaad.
(Bob klopt aan en
komt binnen)
Bob:
Mijnheer Cuypers wou u spreken mijnheer.
Frank:
Cuypers? Dat is waar ook. Maar ja…Laat
mijnheer in mijn werkkamer en vraag hem
even geduld te hebben Bob. Ik kom
dadelijk.
Bob:
Zeker mijnheer.
Anita:
Ga maar Frank…
Frank:
Maar ik kan toch niet…
Anita:
Ik zou het op prijs stellen om even met
Sonja onder vier ogen te praten.
Frank:
Ja, maar…
Anita:
Je doet er mij een groot plezier mee
lieverd.
Frank:
Goed…Als jij dat beter vindt. (Af)
( Op dat moment hoort
Anita op de achtergrond een uitschieter
van een muziekinstallatie die een van
haar nummers speelt. Anita luistert even
glimlachend en zet zich dan bij Sonja)
Anita:
Je wou mij spreken Sonja?
Sonja:
Het heeft eigenlijk weinig zin nu Frank
door jou is weggestuurd.
Anita:
Waarom onnodig pijn doen bij het
bespreken van een zaak die eigenlijk ons
aangaat. Of dacht je dat ik blind was?
Speel liever open kaart.
Sonja:
(Spuwt het hoge woord er uit) Ik
hou van Frank en hij van mij.
Anita:
En?
Sonja:
Je moet hem vrij laten Anita. Je moet.
Je hebt niet het recht hem langer te
binden…
Anita:
Recht!? Wij zijn tweeëntwintig jaar
getrouwd en hebben twee volwassen
kinderen. Enige rechten heb ik dus wel.
Sonja:
Die rechten heb je verspeeld door hem
alleen te laten. Door alleen maar nu en
dan een beetje te komen spelen alsof je
een gunst bewees.
Anita:
Heeft Frank je dat zo verteld?
Sonja:
Neen, daarvoor is hij te veel een
gentleman. Hij heeft je altijd gespaard.
Maar mijn gevoel zegt mij dat jij hem
gebrek hebt laten lijden. Hem alles hebt
onthouden waarop een man recht heeft.
Anita:
Heb jij hem dat dan gegeven?
Sonja:
Wat wil je daarmee zeggen?
Anita:
Ben jij zijn …vrouw. Zijn minnares?
Sonja:
Hoe durf je!
Anita:
Dat is geen antwoord.
Sonja:
Waarvoor neem je mij! Een hoer? Ik ben
een fatsoenlijke vrouw!
Anita:
Een fatsoenlijke vrouw…
En jij houdt van Frank.
Jij beseft hoe verschrikkelijk eenzaam
hij is. Jij weet hoe verlaten hij zich
voelt! Jij begrijpt zijn lijden. Jij
voelt wat hij ontbeert.
Maar!
Je deugdzaamheid behoud
je tot na de scheiding. Je liefde bewaar
je tot op de trappen van het stadhuis.
Gezelschap geef je hem in gestolen
uurtjes. En wat hij ontbeert bepaal jij
in zijn plaats.
Als jij een vrouw zou
zijn die haar deugdzaamheid met hem
deelt. Als jij je liefde
onvoorwaardelijk zou kunnen schenken.
Als jij open en bloot, dag in dag uit,
je gezelschap, je hart je liefde en je
deugdzaamheid onvoorwaardelijk aan mijn
man zou geven. Dan! Dan zou jij beter
zijn dan ik. Dan zou Frank geen moment
twijfelen. Dan zou jij de engel zijn die
hij verdient. En dan….Dan zou ik mij
terugtrekken in het besef dat hij beter
af is zonder mij.
Maar nu! Gezelschap geef
je in gestolen uurtjes. Deugdzaamheid
gebruik je als een wortel. En om je
liefde te krijgen moet hij eerst anderen
verloochenen. En als ik mij vergis. Als
jij al die deugden in overvloed bezit.
Waarom deelde je die dan niet met je
eerste man? Waarom wil je als een
dievegge het geluk van anderen stelen.
Om jezelf een herkansing te geven ten
koste van een ander? Als je kost wat
kost een herexamen wil doe dat dan met
iemand die vrij is en laat een gezin
waar je tussen wringt met rust.
Weg jij!
Sonja:
Zo. En dat noem jij een zaak die alleen
ons aanbelangt. Niet jij. Niet ik. Maar
alleen Frank heeft hierin te beslissen.
En één ding weet ik zeker. Als jij niet
zo ziek bent als je voordoet. Als jij
terug de grote “De Groot” gaat spelen
Als jij je roeping terug gaat volgen.
Dan is Frank van mij. Voor eens en
altijd. Good luc.
(Anita leunt vermoeid
tegen de zetel. De muziek op de
achtergrond is afgelopen. Ronny komt op.)
Ronny:
Zeg mama die nummers van jou zijn
eigenlijk toch wel machtig.
Anita:
Ach jongen…Hoe kom je aan die CD, die is
nog niet nog niet te krijgen.
Ronny:
Van Bob geleend. Ik wou toch het
verschil eens horen tussen jou en de X
girls.
Anita:
En het is je blijkbaar bevallen.
Ronny:
Als je terug beter bent geef je toch
eens een huis show hè. Of een repetitie
met publiek hè. Alstublieft! Om er terug
in te komen Dan kan ik al mijn vrienden
vragen. Toe? Doe je het?
Anita:
Ach als ik weer kan? Wie weet wat de
toekomst nog brengt.
Ronny:
Dat komt allemaal terug goed mama. Reken
daar maar op.
Anita:
(Begint te wenen) Jullie zijn zo
lief voor mij.
Ronny:
Hè…mama? Wat is dat? Niet beginnen
snotteren hè. Dat is niets voor jou.
Anita:
Let er maar niet op. Ik ben een beetje
crazy. Maar als je zou begrijpen wat er
allemaal op het spel staat!
Ronny:
Maar voor ons ook.
Anita:
Voor jullie kan de spanning nooit zo erg
zijn als voor mij.
Ronny:
Dat denk je maar. Als alles in orde is
met je gezondheid dan is dat natuurlijk
tof, en zijn wij natuurlijk blij voor
jou. Maar dan ga je na een tijdje weer
weg en dat is voor ons tenminste een
beetje vervelend.
Anita:
Lief om dat zo te zeggen. Vind je het
echt vervelend als ik weg ga?
Ronny:
Natuurlijk. Stel geen stomme vragen. Wat
is hier eigenlijk aan de hand?
Anita:
Wat bedoel je?
Ronny:
Och… Ik weet het niet. Dat jij een tikje
nerveus bent begrijp ik. Maar Mimi ziet
er uit of de wereld naar de knoppen
gaat. En daarstraks zag ik papa zijn
werkkamer insluipen als een rotte
mossel.
Anita:
Voor Mimi is de wereld ook ingestort.
Tijdelijk tenminste. Je moet haar niet
te veel plagen Ruddy, heb een beetje
geduld met haar.
Ronny:
Gedonder met die slijmbal?
Anita:
Als je Jacques bedoelt? Die is uit de
huiselijke kring verwijderd. Dat klinkt
iets eleganter.
Ronny:
A ha daar kan ik haar alleen maar mee
feliciteren. Maar dat trekt papa zich
toch niet aan?
Anita:
Ronny?…Zou je het erg vinden als je
tante Sonja hier nooit meer zou zien?
Ronny:
A haaa. Dat is het. Dan heeft Mimi toch
gelijk gehad. (Kijkt Anita aan en
geeft haar een klinkende zoen.) Ik
heb maar één mama.
(Frank op)
Frank:
O…is euh…
Anita:
Ronny, zou jij aan Bob willen vragen om
over een kwartiertje de wagen voor te
rijden?
Ronny:
Ja, natuurlijk.
Anita:
Het is misschien gek voor dat stukje,
maar als…dan loop ik liever niet over de
straat…
Frank:
Zal ik met je meegaan?
Anita:
Dat is lief van je, maar daar moet ik
alleen door. Je neemt het toch niet
kwalijk?
Frank:
Ik, jou iets verwijten? Net of ik daar
recht toe zou hebben…
Anita:
Frank je moet daar niet zo zitten
alsof…als iemand die schuldig is.
Frank:
Ik heb schuld Nita…je weet het.
Anita:
Ja. Ik heb met Sonja gesproken.
Frank:
En ik greep het kleinste excuus om weg
te lopen…
Anita:
Dat was het verstandigste dat je ooit
gedaan hebt. Twee vrouwen en één man…een
situatie uit een stationsromannetje…maar
dit is geen blijspel. Waarom zeg je
niets Frank?
Frank:
Wat moet ik zeggen? Waarom zou jij je
opwinden vlak voor die belangrijke
consultatie? Laten we dit vanavond
bespreken, of morgen, wanneer je wilt.
Anita:
Neen juist nu moet het uitgepraat
worden…voor ik meer weet.
Frank:
Zoals je wilt.
Anita:
Ik heb met Sonja gesproken en haar
gezworen dat ik je nooit zou opgeven.
Maar ik ben ook geschrokken van mijzelf.
Ik heb geen enkel recht jou iets te
verwijten.
Frank:
Nita?
Anita:
Begrijp mij niet verkeerd. Ik bedoel
niet dat ik ook…Ik ben je trouw gebleven
Frank, altijd, hoe moeilijk het soms ook
was. De verleiding was soms erg groot,
ik was jong, mooi en temperamentvol.
Maar jij, de kinderen en jouw offer…
Jarenlang heb jij jezelf
weggecijferd voor datgene wat voor mij
onmisbaar was, nooit iets voor jezelf
gevraagd. Nu heb jij het recht om te
kiezen. Ik heb zelfs het recht om terug
te vechten verspeeld.
Frank:
Ik heb gekozen Nita. Vlak voor jouw
gesprek met Sonja daarstraks heb ik haar
gezegd dat ik mij van jou niet wilde
losmaken en heb ik definitief met haar
gebroken.
Anita:
Dan heeft ze gelogen! Och… Ik zou het in
haar plaats misschien ook gedaan hebben.
Frank weet je zeker wat je doet? Zij
houdt van je op een manier die niet de
mijne is, maar ze kan je geven wat je
bij mij moet missen. Een rustig, elke
dag terugkerend geluk.
Frank:
Ik begeer dat niet sinds jij weer in de
nabijheid bent. Ik begrijp dat voor mij
de strijd die ik al zeventien jaar
strijd weer begint. Want het is zwaar
geweest Nita, al heb ik altijd mijn best
gedaan het je niet te laten merken. Die
maanden van eenzaamheid en verlangen.
Maar ieder keer dat je hier als een
bonte vlinder neerstreek bracht je kleur
en zon in mijn leven. En dat gaf mij
kracht om vol te houden.
Toen kwam Sonja in mijn
leven, juist in een periode die mij
kwetsbaar maakte. Jij zou voor een jaar
wegblijven en de vriendschap die zij mij
bood was een grote steun voor mij. Ik
voelde dat haar gevoelens veranderden en
ik begon te geloven dat ik ook.
Maar vanaf het moment dat
jij weer terug was besefte ik dat ik mij
vergist had, wat ik voor liefde had
gehouden was alleen het najagen van een
droom…een droom die ik met jou nooit had
verwezenlijkt.
Anita:
En die we altijd zullen koesteren,
misschien later als we oud zijn…
Frank:
Je bent wreed Nita.
Anita:
Misschien, maar ik kan niet anders. Ik
wil mij niet beter voordoen dan ik ben!
Ik kan er niet buiten. Hier zou ik
verstikken, je gaan haten, jou en de
kinderen. Ik zou een alledaagse vrouw en
moeder worden en dat haat ik. O... het
spijt mij Frank.
Frank:
Och…ik ken je goed genoeg om te weten
dat je dat zo niet bedoelt. Je hebt al
wel lelijker dingen gezegd. Jij bent
mijn vrouw Nita. Ik hou van jou.
Anita:
Frank…
(Bob
klopt aan en komt binnen)
Bob:
De auto staat voor mevrouw.
Anita:
Dank je, ik kom.
Anita:
Ik ga dan Frank.
Frank:
Wil je echt niet dat ik mee ga? Succes
lieverd.
Frank:
(Loopt onrustig heen en weer) (De
telefoon gaat) Hallo, Verschueren.
( Schrikt) Neen, Sonja…het heeft
geen enkele zin. Ik vind het erg voor
jou maar het is nu eenmaal zo…Ik zal met
je komen praten vanavond, morgen als je
wilt, maar kom niet hier... Sonja?
…Sonja! (Legt de hoorn terug)
Catrien:
Is madam weg, mijnheer?
Frank:
Ja.
Catrien:
Is ze alleen?
Frank:
Ze wou er niemand bij hebben.
Catrien:
Echt iets voor haar. Ze is altijd zo
moedig. Ik ben ongerust mijnheer.
Frank:
Rustig maar Kaatje. Het zal wel goed
komen.
Catrien:
Zeg eens eerlijk mijnheer. Hoopt u echt
dat het daar goed voor haar loopt bij
die professor?
Frank:
Ik weet het niet Kaatje Het zit allemaal
zo dubbel.
Catrien:
Ik ook niet mijnheer.
Frank:
Jij Kaatje?
Catrien:
Ze is hier nodig. Ik doe mijn best maar
ik ben oud en…ik kan niet meer recht
maken wat krom trekt.
Frank:
Luister eens Kaatje. Ik heb de laatste
tijd in die trouwe ogen van jou wel
eens verwijten gelezen. Wil je mij
geloven dat daar geen reden toe is?
( Sonja komt
overstuur langs de tuin)
Catrien:
(Kijkt verwondert en terwijl ze af
gaat) Ik hoop het.
Frank:
Sonia ik heb je toch gezegd…
Sonja:
Ik laat mij niets zeggen. Ik moest hier
komen. Ik zag haar wegrijden. Frank ik
wil jou niet verliezen. Ik hou zo van
je. Ik zal je gelukkig maken, gelukkiger
dan zij ooit gedaan heeft.
Frank:
Kom probeer je te beheersen. Het is hard
Sonja. Maar ik kan er niets aan
veranderen. Ik heb mij vergist. Mij
treft alle schuld. Sonja je bent nog
jong. Ik ben vijftien jaar ouder dan
jij.
Sonja:
Wat doet dat er toe. Jij bent de enige
man van wie ik ooit gehouden heb. Mijn
huwelijk was een mislukking, de
herinnering er aan een nachtmerrie. Je
hebt mij soms verweten dat ik te koel
was, met jou speelde. Ik durfde niet
toegeven aan mijn liefde voor jou omdat
ik bang was dat je mij zou minachten.
Maar nu weet ik dat het verkeerd was.
Frank ik wil van jou zijn, van jou
alleen. Kom vanavond en blijf. Blijf
vannacht Frank.
Frank:
Sonja, waarom heb je jezelf dit niet
bespaard. En mij.
Sonja:
(Alsof ze een slag in het gezicht
kreeg) Ik begrijp het. Ik schaam
mij (Gaat weg)
Frank:
Ga zo niet weg Sonja. Ik zal altijd met
dankbaarheid en achting aan je terug
denken. Wees niet zo wanhopig.
Sonja:
Laat mij gaan. Vaarwel! Je zult geen
last meer van hebben. Ik ga weg uit deze
stad. Morgen al…
Frank:
Wat ben je van plan?
Sonja:
Ooo, maak je niet ongerust. Geen
zelfmoord. Melodrama ligt mij niet. (Af
tuin)
Mimi:
(Op) Ik zag tante Sonja net aan
het raam voorbij schieten alsof er een
spook achter haar aan zat.
Frank:
Zo…
Mimi:
Is er iets papa? Je doet zo…
Frank:
Je zult tante Sonja hier niet meer zien
Mimi.
Mimi:
(Vliegt hem dolgelukkig om de hals en
begint te huilen) Ooooo papa…
Frank:
Gekke meid…moet je daarom nu weer
huilen.
Mimi:
Ja, idioot hè. Heeft mama het al
verteld?
Frank:
Wat lieverd?
Mimi:
Er is nog iemand die we nooit meer
zullen terug zien.
Frank:
Is het…tussen jou en Jacques? (Neemt
haar liefdevol in de armen) Het gaat
voorbij mimi, die pijn gaat voorbij.
(Uit de tuin komt
Ronny fluitend op)
Ronny:
Mama nog niet terug?
Frank:
Dat zou wel erg vlug zijn.
Ronny:
Ellendig dat we niet kunnen hopen op wat
moeder zo graag wilt.
Mimi:
Ronny! Jij misschien wel egoïst die je
bent! Wou je mij wijs maken dat je blij
zou zijn als moeder over twee maanden
haar koffers pakt en weer gaat zwerven.
Ronny:
Voor haar zou ik het fijn vinden, zoals
iedereen met maar een beetje
sportiviteit in zijn body. En jij mag je
neus wel eens poeieren het lijkt wel een
gloeilamp.
Mimi:
Bedankt schoft…
Frank:
Kom, kom. Kinderen!
Mimi:
En jij papa? Ben jij…sportief?
Frank:
Ik ben bang dat ik een ouwe egoïst word
kinderen.
Ronny:
Kunnen we die pil niet bellen?
Mimi:
Ben je gek! Wat ga je zeggen?
Ronny:
Vragen of ze er nog is?
(Anita stormt binnen
stralend van geluk, groet het kleine
publiek en geeft een korte jubelende
intro van haar laatste nummer)
Anita:
Ik kan weer optreden!
Ronny:
Tof mam…reusachtig.
Anita:
(Tot Frank en Mimi) En jullie
dan? Zijn jullie niet blij?
Frank:
Maar liefje laat ons eerst de tijd…
Mimi:
Waarom moeten wij blij zijn? Dat we je
weer gaan verliezen. Jij staat te
juichen tegen ons of wij niet meer dan
een paar van je stomme fans zijn.
Anita:
(Wil iets zeggen maar krijgt de kans
niet)
Frank:
Mimi!
Mimi:
Laat mij uitspreken papa! Jij vindt het
even erg als ik. Nog geen uur geleden
was zij een moeder die van mij hield. En
nu moet ik haar weer verliezen! Wij
tellen niet mee voor haar. Zij denkt
alleen aan zichzelf. En…Ik kan niet blij
zijn! (Met slaande deur af)
Anita:
Maar Mimi! Wacht!
Frank:
Je moet je niet aantrekken wat ze zegt.
Ze is nog overstuur…
Anita:
Maar ze heeft gelijk, ik was zo
gelukkig. Maar…
(Dario
gehaast op)
Dario::
Lieve mensen, neem mij niet kwalijk dat
ik zo binnen val, maar ik moet je
onmiddellijk spreken Anita.
Anita:
Wat is er?
Dario::
Je moet dat contract met Werchter
tekenen. Ze willen jullie niet alle
twee. Ze willen niet voor Manteau en De
Groot betalen. Slecht voor één van
beide.
Anita:
Ik zal dat contract niet tekenen Dario.
Dario::
Betekent dat? Ben je bij Boeks geweest?
Anita:
Ja, geef maar door aan de pers dat ik
niet teken.
Dario::
Anita!
Frank:
Maar Nita!!
Ronny:
Mama!!!
Dario::
Daar ben ik kapot van, daar heb ik geen
woorden voor…Is dat onherroepelijk?
Anita:
Ja, dat contract teken ik niet! Maar
wacht nu eens even laat mij nu eens even
uitspreken. Ik heb een besluit genomen
maar ik wil dat maar één keer uitleggen.
Bel even voor Trientje en Bob Frank. En
ga jij je zuster halen Ronny.
Frank:
Nita, dat mag je niet doen…
Anita:
Stil toch Frank of ik word gek en doe
misschien gekke dingen. Mijn besluit
staat vast. Heb nog even vertrouwen in
mij. Alstublieft!
(Catrien en Bob komen
binnen)
Mimi:
(Komt binnenstormen) (Omhelst
Anita) O... mama dat mag je niet
doen! Niet om die domme woorden van
daarnet. Toe teken nu maar ik zal er
nooit meer op terug komen.
Anita:
Stil nu maar liefje. Luister nu eens
allemaal en laat mij uitspreken. Om te
beginnen stop ik niet met zingen. Dat is
mijn definitief besluit.
Dario::
Ja…maar!
Anita:
Stop Dario. Ten tweede repeteer ik
uitsluitend nog hier in de stad. Het is
aan Dario om dat te regelen. ( Ronny
juicht) En ja, Ronny mag met zijn
vrienden naar de repetities komen.
Ten derde wil ik hier in de tuin een
eigen studio laten bouwen zodat ik niet
meer weg moet voor opnames. Ook hier doe
ik beroep op jouw vakkennis Dario.
Ten vierde, als ik op
deze manier door ga ben ik binnen de
vijf jaar volledig opgebrand zoals Drona
in Roskill heeft moeten meemaken. (Even
stil) Daarom doe ik geen tournee
meer. (Dario protesteert) Ik doe nog
uitsluiten een lente en een herfstshow
maar wel telkens in een ander land. Dus
nog uitsluitend die twee optredens per
jaar Dario. Je gaat minder werk hebben
doordat er geen tournee meer moet
gepland worden, maar in het begin nog
wel veel werk met die nieuwe studio en
repetitiezaal.
Dario::
En je TV werk dan? Zonder TV kun je het
vergeten.
Anita:
Nog uitsluitend een enkele keer als
promotie of ter vervanging van een live
show, en dat alleen als Frank akkoord is
om mee te gaan. Wat denk je lieverd.
Frank:
( Omhelst Anita) Nita De Groot
heeft het weer voor elkaar gekregen. Kom
hier! (Zoen,
applaus van de rest en…) |