|
(Vijf dagen later. Op de
tafel: een strijkdeken,
een strijkijzer en
Pierre's broek. VALERIE
is op.)
VALERIE :
(zucht, neemt
strijkijzer, zet het
terug, zucht, frommelt
uiteindelijk de broek
tot een prop) Hij heeft
ze verfrommeld
achtergelaten en kan ze
begot verfrommeld
terugkrijgen. (werpt de
broek op tafel; bekijkt
de broek, neemt ze
terug, omhelst de broek)
Pierre, Pierre, Pierre!
Waarom moest het zo
eindigen? (terwijl ze de
broek zachtjes ontvouwt)
Als ge die Samantha
gerust gelaten hadt, zou
ik uw broeken met
plezier strijken. (legt
de broek glad terwijl ze
de stof streelt)
Rimpelloos. Van de
broeksband tot en met de
boorden van de pijpen.
Piekfijn. (terwijl ze de
ritssluiting dicht snokt
en de broek van zich
afschuift) Maar als ge
dat ding niet kunt toe
laten, moogt ge het zelf
doen. Of uw moeder.
(snuift geringschattend)
“Mijn moeke mist een
broek in de was”. Hebt
ge er maar twee,
misschien? (neemt broek
terug, fel) In dat geval
moet ze gestreken
worden. Anders hebt ge
niks om aan uw gat te
trekken. (legt de broek
klaar om te strijken)
Daar heb ik u gestreeld
toen ge ze nog aan hadt.
En daar. Nu is alles
leeg. Er is niemand die
om me geeft. (gebruikt
de broek als zakdoek om
in te wenen, herpakt
zich) Voila. Ze is in
gesprenkeld. (strijkt de
broek)
MAURICE :
(op via hal met dagblad,
boos) Nu staat het nog
in de gazet ook!
VALERIE :
Wat schrijven ze?
MAURICE :
(leest) “Comedy Capers
te Olen. Vorige vrijdag
is het duo PC van
Kasterlee en SP van
Bouwel door de politie
opgepakt, wegens een
authentieke imitatie van
Comedy Capers. Toen PC's
gele Ferrari met een
snelheid van 180
kilometer per uur op de
autostrade werd
opgemerkt, zette de
politie een helse
achtervolging in,
tijdens dewelke ze niet
minder dan 10 zware
verkeersovertredingen
noteerde. Het duo kon
ingerekend worden, toen
de Ferrari voor een
gesloten treinovergang
tot stilstand kwam. PC
en SP bleken ongewoon
schaars gekleed in de
auto te zitten. Mevr SP
zou er met een proces
verbaal wegens
zedenschennis vanaf
gekomen zijn, maar
belandde ook in de cel,
wegens ongewenste
intimiteiten bij iedere
betrokken, dienstdoende
politieagent.” Dat is
allemaal de schuld van
die sociale madame!
Mensen zonder kleren de
straat op sturen! Waar
trekt dat op?!
VALERIE :
Ze heeft zich
verontschuldigd.
MAURICE :
“Sorry. Mijn stoppen
sloegen door.” Dan haar
boeltje pakken en
wegwezen. Dat noemt gij
een verontschuldiging?!
VALERIE :
Eigenlijk zijt gij de
schuld van alles! Gij
met uw playgirls! Als
gij uw verstand had
laten werken in plaats
van uw hormonen…
(gevoelig) was ik
misschien met Pierre
getrouwd.
MAURICE :
Kindje, dat was een
ladykiller. Hij heeft
mijn Samantha verleid.
VALERIE :
(gekwetst-nijdig) Uw
vamp heeft bijna een
heel politiekorps
verkracht en gij durft
zeggen dat mijn Pierre
een ladykiller is?! En
wat zijt gij dan?! Om de
haverklap brengt ge een
nieuwe stoeipoes mee;
huppelt ge hier rond als
een verliefde kater in
een tutuke.
Croissantjes,
bubbelbadjes, champagne!
Alle foefjes worden
ingezet. En voor een
perpetuum mobile eet ge
dan nog…
Smurfenconfituur! “Smile
Valerie! Het leven is
mooi! Ik heb weer een
lief!” Maar door uw Mata
Hari, zit IK wel zonder!
MAURICE :
(staat even perplex) Zo
had ik het nog nooit
bekeken. (gaat naar de
kast, neemt de
confituur)
VALERIE :
Wat gaat ge daarmee
doen?
MAURICE :
In de vuilnisbak
kieperen.
VALERIE :
(glimlacht) Solfer dat
de hond van hiernaast
maar op. Sedert hij met
Kevin kennis gemaakt
heeft, staat dat beestje
nog altijd smachtend
naar de palen in onze
hof te loeren.
(er wordt gebeld.)
MAURICE :
Strijk mijn broek maar
voort. Ik zal wel open
doen.
VALERIE :
Dat is Pierre's broek.
MAURICE :
Waarom strijkt ge die?
VALERIE :
Hij heeft getelefoneerd.
Hij moet van zijn moeke
die broek komen halen.
MAURICE :
Moet ge die dan
strijken?!
VALERIE :
Eigenlijk niet.
Eigenlijk kan ik er al
evengoed pannenlappen
van maken. (haalt een
schaar)
MAURICE :
(dwingend) Dat zou ik
niet doen, Valerie!
VALERIE :
Hij had me maar niet
moeten bedriegen.
(er wordt weer gebeld)
MAURICE :
Hoe komt het dat mensen
wel voor een bareel
willen wachten, maar
nooit voor een
voordeur?! (af)
VALERIE :
Twee keer! Dat zal Kevin
zijn. (bekijkt de broek,
wraaklustig) “Gij” hebt
in mijn hart gekerfd,
Pierre Claes. Waarom zou
“ik” uw broek niet mogen
niet mogen kapot
snijden? (knipt)
MAURICE :
(op) Mijnheer Claes.
Voor zijn broek… (merkt
dat VALERIE knipt) of
voor zijn pannenlappen.
PIERRE :
(op) Sorry, maar ik heb
voor iedere dag van de
week een lange broek.
Daarom miste mijn moeder
er een in de was.
VALERIE :
Dan zal ze die blijven
missen want… nu is het
een bermuda. (laat broek
zien)
MAURICE :
(voorvoelt ruzie) Ik ga
de hond eten geven. (af
via hal)
PIERRE :
Hebt ge dat met opzet
gedaan?
VALERIE :
Nee, met een schaar.
PIERRE :
Dus ge wilt me nog.
VALERIE :
Wie zegt dat?
PIERRE :
Ik.
VALERIE :
Hoe weet gij dat?
PIERRE :
De tegenpool van liefde
is niet haat, maar
onverschilligheid.
(masseert VALERIE's
schouders) En ik laat u
niet onverschillig, want
ge zijt kwaad op mij.
VALERIE :
(geniet en is boos
tegelijk) Liefde is
potverdekke iets
ingewikkeld!
PIERRE :
Maar nee! Het is heel
simpel. Ik voel wat voor
u en gij voelt wat voor
mij. Dat is alles.
VALERIE :
(hoopvol) Voelt gij wat
voor mij?
PIERRE :
Anders was ik toch niet
teruggekomen.
VALERIE :
Gij kwam voor uw…
bermuda.
PIERRE :
Maak er voor mijn part
een short van. Dacht gij
echt dat ik die broek
nodig had? Ik heb er
dozijnen in de kast.
VALERIE :
Komt ge terug voor mij?!
PIERRE :
Ja. En dat ga ik direct
bewijzen. Waar is uw
slaapkamer?
(er wordt gebeld)
PIERRE :
Shit!
MAURICE :
(off set) Laat maar, ik
doe wel open.
PIERRE :
Kunnen wij dan nooit
eens alleen zijn?
VALERIE :
Ge zoudt het mij niet
aangeven, maar ik ben
een goede buitenwipper.
Hou het in 't oog.
Binnen tien minuten is
iedereen buiten. (ziet
MAURICE en BETTY
binnenkomen, geërgerd)
Binnen “vijf” minuten!
BETTY :
(met leedvermaak) Is het
waar wat ik gehoord heb,
Mauriece? Zit uw
“stofwolk” achter de
tralies? (merkt PIERRE)
Ah! Mijnheer Claes! Het
is toch toevallig niet
UW gele Ferrari die IN
de krant staat?
PIERRE :
(gepikeerd) Dat zou
straf zijn. De MIJNE
staat VOOR de deur.
BETTY :
Nu ja, het kon. Gele
Ferrari. PC. Pierre
Claes. (tot MAURICE)
Maria van de keurslager
zei, dat ze dacht, dat
die SP zeker en vast
Samantha Peeters is.
Want die heeft al lang
de reputatie, dat ze
geen mannen kan gerust
laten. En Anna van de
kaasboetiek vertelde,
dat ze gehoord had, dat
Brigitte van Louis van
de bakker gezien had,
dat hier vorige vrijdag
twee topless personen
buiten kwamen en in een
gele Ferrarri stapten.
MAURICE :
Dat is niet waar! Toen
Samantha vertrok, had ze
haar BH nog aan! BETTY :
(triomfantelijk) Ah! 't
Was dus toch die geit!
Ge hebt gelijk dat ge
haar op straat gegooid
hebt, Mauriece! Dat was
niks voor u! Zo'n
lellebel, die aan iedere
man wil frutselen!
PIERRE :
(neemt Betty's woorden
te baat) Zeg dat wel! Ze
sleurde letterlijk alles
van mijn lijf.
BETTY :
Oh! Gij zijt dus ook
haar klauwen
terechtgekomen, jongen.
Ze heeft zelfs geen
respect voor leeftijd en
afkomst! (tot MAURICE)
Naar het schijnt heeft
ze zelfs de commissaris
bijna gecastreerd! Met
haar tanden! Het is een
echte
mannenverslindster!
VALERIE :
Sorry Pierre. Nu begrijp
ik dat zij u verleid
heeft en niet omgekeerd.
BETTY :
Zij heeft hem bestormd!
Daar moogt ge zeker van
zijn! Die jongen treft
absoluut geen schuld!
Die is van goede komaf.
Van DE Claes met zijn
koekjesfabriek! En het
was heel verstandig van
hem om door al die
verbodstekens te
vlammen. Dat was de
enige manier om de
aandacht van de politie
te trekken en die snol
te laten arresteren. Is
het niet waar, jongen?
PIERRE :
(profiteert van de
gunstige wending) Ik heb
een paar keer geprobeerd
haar af te zetten, maar
ze wou er niet uit! Dus,
moest ik grovere
middelen gebruiken.
BETTY :
(gemeen) De klitwortel!
VALERIE :
Zo is het dus allemaal
gegaan! Diep van binnen
heb ik eigenlijk nooit
aan u getwijfeld.
PIERRE :
Kunt ge dat bewijzen?
VALERIE :
Ja. (kijkt lief,
uitdagend op naar
PIERRE)
BETTY :
(zit naast MAURICE in de
zetel) Nu uw duivelin
uitgeschakeld is, wilt
ge misschien … uw
engeltje terug? (kijkt
hoopvol, terwijl MAURICE
zucht en twijfelt)
VALERIE :
Het staat allemaal in de
brief die ik u
geschreven heb.
PIERRE :
Ik heb geen brief gehad.
VALERIE :
Dat zal niet, want die
zit nog in de computer.
Wilt ge hem lezen?
PIERRE :
Is het een pikante
brief?
VALERIE :
(guitig) Soms. (rijdt
naar de computer, PIERRE
volgt haar)
MAURICE :
(wil Betty zachtjes
afschepen, aarzelend)
Eigenlijk… was Samantha…
wel meer mijn type.
(Onderstaande dialogen
zijn twee losstaande
dialogen, die
“ineenhaken”.)
VALERIE :
(leest) “Liefste,”
BETTY :
Mauriece!
VALERIE :
“Ook al heb ik u – na
dat spijtig incident –
uitgekafferd, ik mis u!”
BETTY :
Hoe kunt ge zo stom
zijn?!
VALERIE :
“Sedertdien is iedere
dag een paternoster van
vurige verlangens naar
u.” (kijkt op naar
PIERRE)
BETTY :
Hoe kunt ge voor zo'n
kieken warm lopen?! Eén
zwoele blik…
PIERRE :
(leest verder) “Eén
zucht van liefde…”
BETTY :
…en ge zijt ge uw
verstand kwijt!
PIERRE :
(leest) … “verzuchtten
we samen. En sedertdien
verlang ik maar één
ding:…”
BETTY :
Alles!… Alles wat zij
heeft heb ik ook!
VALERIE :
(leest) … “uw algehele
liefde, want…”
MAURICE :
Al snapt ge er geen
snars van…
BETTY :
Zeg niet dat ge haar
graag ziet!
VALERIE en
PIERRE : “… Ik
zie u graag!”
BETTY :
Dat kan niet!
VALERIE :
“Zelfs met mijn driften
weet ik geen blijf.”
MAURICE :
En waarom niet?
BETTY :
Omdat het een seksuele
bevlieging was.
VALERIE :
“Alles tintelt en
gloeit.”
MAURICE :
Kan ik er wat aan doen?
VALERIE :
“Niet alleen mijn hart,
ook mijn lichaam
verlangt naar u!”
BETTY :
Daar bestaan remedies
tegen.
VALERIE :
“Wat moet ik moet die
gevoelens?!”
PIERRE :
Dat is nochtans simpel:…
MAURICE :
Oh ja?! Kent gij een
remedie tegen driften?
PIERRE :
U laten gaan. (streelt
VALERIE)
BETTY :
Kamfer eten!
VALERIE :
“Ik weet, ik mag aan die
begeerte niet toegeven.”
MAURICE :
De natuur tegenwerken is
ongezond.
BETTY :
Ja, maar ge kunt toch
geen 24 uur aan een stuk
rollebollen?!
MAURICE en
PIERRE : Waarom
niet?
BETTY :
Dan zijt ge versleten
voor ge het weet!
VALERIE :
“Uw ontrouw was
pijnlijk.”
MAURICE :
Och gij!
VALERIE :
“Toch ben ik steeds
blijven hopen, dat we
het konden goed maken,
want...”
BETTY :
Ge begrijpt toch, dat zo
iemand u niet kan trouw
blijven?
VALERIE :
“Ik hou van u.”
BETTY :
Vergeet het! Als ze een
vuriger hengst
tegenkomt, kruipt ze er
op!
PIERRE :
Vergeeft ge me?
MAURICE :
OK. Spons er over.
VALERIE :
Je t'aime, ich liebe
dich.
BETTY :
En… hoe zit het met mij?
PIERRE :
Mmm! (kust VALERIE)
(er wordt gebeld)
MAURICE :
Blijf maar (wil “zitten”
zeggen)… Hé! Wat zijn
jullie aan 't doen?
VALERIE :
Wij zien mekaar graag,
pa!
BETTY :
Oh! Hoe romantisch! Een
huis vol verliefden!
MAURICE :
Vol?
BETTY :
Wij toch ook, Mauriece?
MAURICE :
Ik wil niet meer
verliefd worden.
VALERIE :
Het is nochtans een
heerlijk gevoel, pa!
MAURICE :
Zijt ge gelukkig,
kindje?
BETTY :
Natuurlijk is ze
gelukkig! Ze kon niet
beter treffen! Een echte
gentleman! Een zoon van
DE Claes van het
koekjesfabriek! En als
gij uw hart voor mij
weer open doet, worden
wij ook gelukkig,
Mauriece!
(er wordt weer gebeld)
MAURICE :
Ik zal eerst de deur
open doen. (af via hal)
BETTY :
Als ‘t Samantha is, laat
ge haar toch niet
binnen, hè Mauriece?!
VALERIE :
Twee keer. Dat moet
Kevin zijn.
PIERRE :
Toch die schaapachtige
postbode weer niet?!
(MAURICE en KEVIN op.
KEVIN heeft een wonde op
het voorhoofd en zijn
broek is gescheurd.)
KEVIN :
Sorry voor het
binnenvallen, maar ik
ben gevallen.
PIERRE :
Dat kan iedereen
overkomen, maar de
stomste eerst.
MAURICE :
Ga daar maar op een
stoel zitten, jongen.
VALERIE :
Kevin! (wendt zich
bezorgd tot KEVIN) Ge
bloedt! Aan uw hoofd!
BETTY :
Dat moet gestelpt
worden! Rap! (gruwelt
van het aanzicht)
PIERRE :
Ja! Want iets dat vijf
dagen aan een stuk
bloedt en niet sterft,
moogt ge niet betrouwen!
BETTY :
Ik kan niet tegen bloed!
(strompelt naar zetel)
MAURICE :
Ik haal de
verbandkoffer. (af via
badkamer)
VALERIE :
(terwijl ze KEVIN
vertroetelt) Maar jongen
toch! Wat is er gebeurd?
Zijt ge aangereden? Door
een auto?
KEVIN :
Nee, nee. (aarzelend) 't
Was… andersom. (merkt
VALERIE's vragende blik)
Wel, ik stond met mijn
fiets tussen mijn benen…
PIERRE :
(spottend) Waw! Dat moet
een lekker gevoel zijn!
KEVIN :
… nam met twee handen
een bundeltje brieven…
PIERRE :
Met zijn twee
linkerhanden.
KEVIN :
… verloor toen de
controle over mijn
fiets…
PIERRE :
(smalend) Wat wilt ge?!
Een geboren verliezer!
KEVIN :
Zijt ge mijn schapen
vergeten, (smalend) Sint
Jozef?
PIERRE :
(sist) Dat komt hier
niet ter sprake!
KEVIN :
O jawel!
(MAURICE op met
verbanddoos; geeft de
verbanddoos aan VALERIE)
VALERIE :
Kom Kevin. Dat bloeden
moet gestelpt worden.
PIERRE :
(gemeen) Ja! Bind hem
af! (terwijl hij met één
hand een wurgend gebaar
rond de nek maakt) Daar!
BETTY :
(terwijl KEVIN gaat
zitten, flauwtjes)
Mauriece! Ik kan niet
tegen bloed!
MAURICE :
Ge moet daar niet naar
kijken. Kom hier.
(MAURICE gaat naast
BETTY zitten en drukt
haar vaderlijk tegen
zich aan. BETTY
profiteert van zijn
medelijden en nestelt
zich comfortabel in zijn
armen.)
VALERIE :
(verzorgt KEVIN) Pierre
en ik zijn verliefd op
mekaar, Kevin. Hij is
een schat!
KEVIN :
Gij neemt toch de pil?!
Want uw schat kan wel
vlot met vrouwen omgaan,
maar is heel onhandig
met kindjes.
PIERRE :
(sist) Dat was UW
schuld, stomme ezel!
KEVIN :
Pardon! De os en de ezel
stonden in het
stalletje. Ik was toen
schaapherder. Want gij
wou dat jaar perse Sint
Jozef zijn. (tot
VALERIE) Ik was al vijf
jaar Sint Jozef, maar
Moeder Maria was goed
geschapen en hij wou
voor de verandering eens
een “heilige” maagd
activeren, ziet ge.
(VALERIE drukt
hardhandig een prop
ontsmettingsmiddel op de
wonde) Au!
PIERRE :
Geef het hem! De
jaloerse bok!
KEVIN :
't Was een schaap,
Pierre! Een van mijn
schapen brak los. (tot
VALERIE) Dat beestje kon
er niet tegen, dat Sint
Jozef aan Maria zat te
wriemelen. (VALERIE
behandelt KEVIN weer
hardhandig) Au!
PIERRE :
Gij hadt dat beest
opgejut, mislukte
schaapherder!
KEVIN :
Ja, als schaapherder was
ik eigenlijk niet
geslaagd. Ik was veel
beter dan Sint Jozef.
Maar ja, mijn vader zat
in de duivenbond en zijn
vader in de kerkfabriek.
In ieder geval. 't Is
een onvergetelijke Kerst
geworden. Alle mensen
hadden tranen in de ogen
van 't lachen.
PIERRE :
Genoeg!
KEVIN :
(dolle pret) Stel u
voor. Sint Jozef had met
één hand het Kindje
Jezus vast en met de
andere hand… (kucht).
Dat één schaap krijgt
dat in de mot. Het riep
nog “Pièèèrre” (imiteert
schapengeblaat). Maar
Pierre deed voort.
Schiet dat schaap naar
voor en ramt hem in zijn
achterste. Sint Jozef
tuimelt op zijn snuit,
zijn rokken omhoog. Het
kerstekind zoeft door de
lucht, en ploft … op
Sint Jozefs bloot
achterste! Ik lag plat
van 't lachen!
VALERIE :
Bloot achterste?
KEVIN :
Ah ja! Hij stond gereed
voor de onbevlekte
bevruchting.
VALERIE :
Nu is het genoeg met uw
hatelijke opmerkingen,
Kevin! Ik ben verliefd
op Pierre. Punt (drukt
hardhandig een prop op
de wonde, KEVIN kermt)
En ik wil niet hebben,
dat ge hem kleineert.
Punt. (drukt weer
hardhandig een prop op
de wonde)
KEVIN :
Au!… (droog) Als het
niet te veel gevraagd
is, ik heb liever een
komma. (zijn hand vormt
bij het woord "komma"
zachtjes een kommateken
over VALERIE's gelaat)
PIERRE :
Poten af! Ze is van mij!
KEVIN :
Sorry. Ik heb precies
wel de vervelende
gewoonte om altijd in uw
vaarwater te zitten, hè?
Mijn schaap tegen uw
achterste. Mijn hand
tegen uw lief…
(aarzelend, doch met
pretlichtjes in de ogen)
Mijn kop en mijn fiets…
tegen uw Ferrari…
PIERRE :
Wablief?!
KEVIN :
't Is niet erg, hoor.
Maar een paar schrammen
en een beetje lak af.
En… met een wc
ontstopper krijgt ge die
deuk er wel uit… denk
ik.
PIERRE :
(ontsteld) Mijn Ferrari!
Zijt gij met uw fiets
tegen mijn…?!
KEVIN :
Een mens kan moeilijk
kiezen waar hij wilt
vallen, niet?
PIERRE :
Gij zijt daarvoor in
staat, schapenkeutel!
Godver… miljard! Mijn
Ferrari! Mijn
kanariepietje… (vloekend
en briesend af via hal)
VALERIE :
Is zijn auto zwaar
beschadigd?
KEVIN :
Euh… toch wel wat meer
dan mijn carrosserie.
MAURICE :
(Is duidelijk BETTY's
gewicht beu) Bloedt het
nog, Valerie?
VALERIE :
Nog een plakker er op en
dan is hij opgelapt.
(kleeft grote plakker op
KEVINs wonde)
MAURICE :
Ge moogt terug recht
zitten, Betty. Ge ziet
er niks meer van.
BETTY :
Oh Mauriece, ik had zo
uren willen blijven
zitten.
MAURICE :
Dan zou hij wel dood
gebloed zijn, hè!
BETTY :
We kunnen ook zo dicht
bij mekaar blijven
zitten.
MAURICE :
Dat betaamt niet in
gezelschap.
BETTY :
Liefde is geen misdaad.
MAURICE :
Jawel. Daar hebt ge een
medeplichtige voor
nodig.
BETTY :
Maar “ik” ben er toch!
(sensueel) En wat zij
kon, kan ik ook.
MAURICE :
Dat gaat niet. De
confituur is op.
(We horen hondengejank.
PIERRE op. Om zijn been
hangt een pluche
(hitsige) hond. Het
gejank van de hond kan
de hiernavolgende scène
regelmatig “opfleuren”.)
PIERRE :
(springt, danst, stampt,
huppelt, probeert
verwoed het dier van
zich af te schudden, is
haast hysterisch) Ga van
mijn been af, vies
beest! Ga ergens anders
spelen! Help! (haast
wenend) Moeke! Roep de
politie! Een dokter! Dat
beest heeft
hondsdolheid!
VALERIE :
Oh nee! De confituur!
KEVIN :
(lachend) “Teefdolheid”
zo te zien!
PIERRE :
Gij lacht! Maar gij zijt
nog niet aan uw nieuw
patatten, vriend! Want
wat ge aan mijn Ferrari
geflikt hebt, gaat ge
dik betalen! Ksht! Weg!
Stom beest! Ga van mijn
broek af!
MAURICE :
Dat zal de verzekering
wel betalen.
PIERRE :
(tot MAURICE) HIJ zal
betalen! En gij! Gij
gaat twee broeken
betalen: die uw dochter
geruïneerd heeft en die
dat mormel aan 't
fermenteren is. Als ge
die hete Samantha kunt
betalen, kunt ge dit ook
betalen! (tot hond)
Schei uit, vettig beest!
(vies gevallen) Yak!
(enz)
MAURICE :
(verontwaardigd) Ik heb
Samantha niet betaald!
VALERIE :
Zoiets doet mijn pa
niet!
PIERRE :
(tot hond) Fuck off!
KEVIN :
(droogjes tot PIERRE)
Daar is het hij mee
bezig!
MAURICE :
Wie zegt, dat ik
Samantha betaald heb?
PIERRE :
Ikke! (tot hond) Kst! Ga
naar huis! Laat me
gerust! Weg! Ksht! (enz)
MAURICE :
Ik heb Samantha geen
euro betaald!
PIERRE :
Zoiets krijgt ge niet
gratis, mens! (tot hond)
Ga weg, of ik bijt!
Verdomme!
VALERIE :
(verontwaardigd tot
PIERRE) Gij gaat toch
niet beweren dat mijn
vader een hoerenloper
is?!
PIERRE :
Ik heb haar eergisteren
50 Euro moeten geven
voor een nummertje. Dus
zal uw vader haar ook
wel gesponsord hebben,
zeker? (VALERIE begint
de waarheid te
realiseren, inmiddels
richt PIERRE zich met
afgrijzen tot de hond)
Is dat nu gedaan?! Zijt
gij nu nog niet leeg?
(tot KEVIN) Pak die hond
van mijn been!
KEVIN :
Iemand helpen die
roddels verspreidt? Ik
denk er nog niet aan!
(PIERRE probeert de hond
van zijn been te pakken,
maar telkens hij het
dier aanraakt, gromt
het.)
VALERIE :
Roddels? (gegrom van
hond)
KEVIN :
Op mijn toer wordt
overal gezegd, dat uw pa
een vetbetaalde hoer in
huis gehaald had.
(gegrom van hond)
BETTY :
Ja! Bij de bakker zeiden
ze het ook! (gegrom van
hond)
KEVIN :
Die leugen kan toch
alleen hij maar
verspreid hebben.
BETTY :
Maar ik heb het niet
willen geloven,
Mauriece!
VALERIE :
(vreselijk boos tot
PIERRE) Gij. Vettige.
Chickendip! Gij
belastert mijn pa
terwijl ge zelf hoert en
tamboert?! En dat,
terwijl ge mij liet
hunkeren en snakken naar
u?!
MAURICE :
(tot hond) Pak hem,
Ramboke! Vreet hem op!
VALERIE :
Lieve woordjes, leugens,
roddels! Gij zijt van
niks vies, hè?
PIERRE :
(paniekerig) Jawel! Van
die hond!
VALERIE :
Onder mijn ogen
onderuit, hartenbreker!
Ik wil u nooit meer
zien. Nooit, nooit meer!
(weent)
PIERRE :
Doe niet dramatisch en
pak die hond weg.
KEVIN :
(bedreigt PIERRE) Ge
hebt gehoord wat ze
gezegd heeft.
PIERRE :
Maar die hond!
KEVIN :
Die valt seffens wel
dood. Buiten!
PIERRE :
(scheldend af via hal)
Smeerlappen!
Onnozelaars! Kiekens!
Klotenvolk!
MAURICE :
(troost VALERIE) Ge moet
niet wenen, kindje.
VALERIE :
(snikkend) Hij heeft u
zwart gemaakt. Nu denken
de mensen dat gij een
seksmaniak zijt. En ge
hadt er verdorie
confituur voor nodig!
MAURICE :
Och, zo'n reputatie niet
erg.
BETTY :
Ik zal overal wel gaan
rondvertellen, dat het
niet waar is.
MAURICE :
(fel) Nee! Ik wil ook
wel eens als macho
bewonderd worden.
(de bel gaat. MAURICE af
via hal)
VALERIE :
(snikkend) Pierre was
mijn ideaal.
KEVIN :
Pierre is een
rokkenjager. Dat weet
heel Kasterlee. In de
basketbalploeg is hij
buiten gegooid, omdat
hij de meisjes niet kon
gerust laten.
BETTY :
Er zijn nog andere
jongens.
(MAURICE en MARILOU op)
VALERIE :
(wenend) Die willen
allemaal een knappe
griet, die kan stoeien,
dansen, springen. Geen
zittend exemplaar zoals
ik. Ik kan wel niet
gaan, maar ik droom ook
van een sprookjesprins!
Van een lieverd, die me
in zijn armen neemt… Van
een ridder die me
beschermt… Van een felle
minnaar die me mijn gat
in de boter zet en kust,
kust, kust…
BETTY :
Met uw gat in de boter?!
Hoe pervers!
MARILOU :
Iets waar “anderen”
plezier aan hebben,
wordt nogal dikwijls als
pervers bestempeld, niet
waar? Ik ben Marilou.
Van SIPSOP.
BETTY :
Ah! Voor de subsidies
van de deuren.
MARILOU :
Juist. Kent u SIPSOP?
BETTY :
(onzeker) Van naam.
Alleen maar van naam.
MARILOU :
Verdriet, Valerie?
VALERIE :
(grienend) Ik heb Pierre
weer buiten gesmeten.
Definitief deze keer.
KEVIN :
Hij was u niet waard!
VALERIE :
(grienend) Nu ligt zijn
broek daar nog. Die zal
me altijd aan hem
herinneren.
MAURICE :
(komisch overbezorgd)
Zal ik ze inkaderen?
BETTY :
Nee, nee. Niet te veel
herinneringen. Ze moet
dat zo vlug mogelijk
vergeten. (bekijkt de
broek) Hm. Die past
precies voor Gilbert van
ons Francine. (moffelt
broek in haar handtas)
Zaterdag gaan we met ons
drietjes naar het
vrijgezellenbal. Dan kan
Valerie ontspannen en
misschien leert ze er
wel iemand anders
kennen.
KEVIN :
Wat kan ze daar gaan
doen?! Daar krioelt het
van getrouwde mannen!
VALERIE :
(grienend) Het was
allemaal zo mooi met
Pierre. Tot gij (doelt
op KEVIN) binnenkwam,
met uw stom accident en
hatelijk opmerkingen.
Gij hebt Pierre op stang
gejaagd! Zonder u had
hij misschien alles goed
gemaakt. Hij wilde
misschien zijn leven
beteren, omdat hij me
graag zag. Zonder u, had
ik nu nog een lief!
(weent erbarmelijk)
KEVIN :
(staat even perplex)
Sorry. (wil buitengaan,
draait terug en geeft
VALERIE zijn zakdoek)
Bedankt voor de
verzorging.
VALERIE :
(tussen het snikken
door) 't Is niks. Graag
gedaan.
(KEVIN af via hal)
MAURICE :
(tot VALERIE) Kom
kindje. Er zijn nog
andere dingen in het
leven dan een lief. En
ge hebt mij toch nog!
BETTY :
(haakt arm in bij
MAURICE) En mij ook!
MARILOU :
En Kevin!
VALERIE :
Hoezo Kevin?
MARILOU :
Die jongen heeft toch
een boontje voor u. Was
u dat nog niet
opgevallen?
VALERIE :
Kevin?!
BETTY :
(neerbuigend) Hm. Een
klasse minder. Maar als
schoonzoon kan die er
ook wel door.
MARILOU :
U is de… vrouw van
Maurice?
BETTY :
Zijn verloofde.
VALERIE :
Ze “denkt” dat ze dat is
en doet moeite om dat te
worden, maar ze weet nog
niet, dat mijn pa met
“u” (doelt op MARILOU)
een afspraak had.
BETTY :
(bitsig tot VALERIE) Het
zal wel niet storen, dat
ik blijf, terwijl de
juffrouw jullie dossier
controleert, zeker?
VALERIE :
Hoe weet gij, dat ze een
dossier moet komen
controleren?
MAURICE :
Dat is al gebeurd. En
alles komt in orde. Dank
zij Marilou.
BETTY :
Wat komt “Marilou” hier
dan doen, als ik vragen
mag?
MARILOU :
Cassettes ophalen.
Maurice is zo
vriendelijk geweest om
voor mij de Helmuth
Lotti classics op te
nemen.
VALERIE :
En deze middag gaan ze
samen eten, dan in het
park wandelen, vanavond
naar de cinema,
morgenvroeg bloedworsten
bakken… (tot MARILOU)
Gij lust bloedworsten,
hè?
MARILOU :
(lachend) Ja.
BETTY :
(eist verklaring)
Mauriece?
MAURICE :
(twijfelt even, ziet dan
de kans om van BETTY
vanaf te geraken,
komisch enthousiast) En
morgenavond gaan we
(Marilou en hij) naar de
kermis! Naar de
botsautootjes! En
smoutebollen eten.
BETTY :
(venijnig tot MARILOU)
Ah! Zo gaat het er dus
aan toe bij de CIF van
SIPSOP! De bediendes
laten er zich omkopen!
Met cassettes en
etentjes en amoureuze
avontuurtjes! Ik had
blijkbaar duidelijker
moeten zijn aan de
telefoon, en zeggen:
“stuur een integere
controleur, want die Jan
Klaassen en zijn klein
serpent hebben niet
allen gesjoemeld, ze
zijn tot alles in
staat!”
VALERIE :
(ontzet) Gij zijt ons
gaan verklikken?!
BETTY :
(briesend) Ja. Want gij
verdient geen brede
deuren, piskous! Zoals
ge mij toegetakeld hebt
over veertien dagen!
Mijn rok geruïneerd, mij
belachelijk gemaakt! Dat
laat ik zo niet! Dan
kent ge Betty nog niet!
(tot MARILOU) En gij,
corrupt geval! Zoek al
maar ander werk! Want
morgen weet heel SIPSOP
en CIF en Dreft over uw
bijverdienste! (tot
MAURICE) En wat u
betreft, graatloze
paljas… mij ziet ge
nooit meer! (resoluut en
met slaande deuren af
via hal)
MAURICE :
(slaakt zucht van
verlichting) Ze is weg!
VALERIE :
De achterbakse teef!
Misschien heeft zij die
roddels wel verspreid!
En niet Pierre!
MAURICE :
Ik hoop maar, dat gij
(Marilou) nu geen last
krijgt.
MARILOU :
Ik doe niks onwettigs.
Maar als ze die
cassettes en zogezegde
relatie opschroeft, zou
het wel kunnen, dat ik
op het matje geroepen
word.
VALERIE :
Ga dan écht met mijn pa!
Dan kunnen ze u niks
doen!
MARILOU :
(lachend) Zorg gij maar,
dat ge het met Kevin
goed maakt, intrigantje!
VALERIE :
Dat hij het zelf komt
goed maken! Hij had maar
niet zo ambetant moeten
doen.
MAURICE :
En als ge op het matje
geroepen wordt, wat dan?
MARILOU :
Dan mag ik mijn verhaal
doen. En de directie is
heel begrijpend.
MAURICE :
Dat zoudt ge aan hun
vragenlijsten niet
zeggen! Ze vragen de
pieren uit uw neus! Kunt
gij alleen eten, kunt
gij alleen plassen, kunt
gij maandverband
inleggen, gebruikt gij
tampons of
inlegkruisjes? De
Gestapo moest minder
weten!
MARILOU :
Die lijsten kloppen niet
voor alle situaties. Ik
ben er ook niet gelukkig
mee. En wij moeten die
gegevens dan nog
registreren, wat vaak
uren overbodig werk
betekent.
MAURICE :
Ik heb me al dikwijls
afgevraagd wat het meest
kost: al die tamtam of
de subsidies?
MARILOU :
Eén onterechte
uitkering, betekent voor
SIPSOP een onnodige
uitgave en dat moeten we
voorkomen.
MAURICE :
Maar daarom moet ge toch
geen stomme vragen
stellen?! Wat maakt het
nu uit, dat Valerie
Tampax gebruikt of
Pampers?!
VALERIE :
Val Marilou niet lastig
met uw frustraties, pa!
Zij kan er toch ook niet
aan doen. En daarbij,
zij zorgt er toch voor
dat het in orde komt!
MARILOU :
Hola! Ik probeer uw
dossier in orde te
krijgen. Maar de
uiteindelijke beslissing
ligt niet aan mij!
MAURICE :
Dus mijn aanvraag kan
nog altijd verworpen
worden?!
MARILOU :
Ja, maar ge kunt altijd
in beroep gaan. En
doorgaans wint ge dat.
MAURICE :
In beroep?! Met rechters
en advocaten?! Maar die
zetten alles op de rol!
Tegen de tijd, dat ik er
af rol, is Valerie
getrouwd, heeft ze vier
kinderen en een eigen
huis mét brede deuren!
(de bel gaat)
VALERIE :
Dat veronderstelt wel
eerst een lief, hè pa!
En dat heb ik niet meer.
(af via hal)
MARILOU :
Troost u, het is niet
met rechters en
advocaten. Alhoewel een
advocaat mag. Beroep
aantekenen kunt ge bij
SIPSOP zelf. Maar als
het ooit zover komt,
help ik wel.
MAURICE :
(guitig) Pas op, hè! Als
ge zo lief blijft, ga ik
met u écht naar de
kermis!
MARILOU :
(lachend) Dan ga ik mijn
best doen, want het is
jaren geleden, dat ik
nog op een kermis
geweest ben.
(VALERIE en MYRIAM op)
MYRIAM :
Ik ben een trut, ik ben
een trees, ik ben een
kieken! Kent gij Jean
Van Den Abeele?
MYRIAM :
Ik ook niet. Maar ik heb
wel met hem afgesproken
om samen een weekend
naar de Ardennen te
gaan. Wie doet nu
zoiets?!
VALERIE :
(lachend) Een trut, een
trees en een kieken?
MYRIAM :
Gij lacht. Maar ik zit
er wel mee! En hij gaat
met de tent!… Met één
tent! Wat moet ik nu
doen?!
VALERIE :
Condooms meenemen!
MAURICE :
Maar Myriam! Hoe doet ge
nu zoiets?!
MYRIAM :
Wel, daarstraks zaten we
in “De Warande”, te
babbelen met wat gasten
van de school. Op een
zeker moment ging over
“ontspannen”. En Jean
zei, dat hij goed kon
ontspannen in de
Ardennen, maar dat hij
niet graag alleen ging.
En voor ik het wist zei
ik dat ik mee ging! En
hij was akkoord. En
begon direct plannen te
maken. Wat moet ik nu
doen?!
VALERIE :
Ga mee!
MYRIAM :
Maar ik ken die pipo
niet! Als dat nu eens
een zager is, of een
debiel, of een
seksmaniak?!
MAURICE :
Hebt ge zijn
telefoonnummer? (MYRIAM
knikt) Wel bel dat dan
af!
MYRIAM :
Ja maar! Ik ga graag
naar de Ardennen!
MAURICE :
't Is wel het één of het
ander, hè Myriam!
MARILOU :
Als ge die jongen nu
eens paar keer uitnodigt
om samen te gaan eten.
MAURICE :
Ze wil er niet mee naar
de Ardennen, waarom zou
ze er dan mee gaan
eten?!
MARILOU :
Dat is de beste
omstandigheid om iemand
te leren kennen. Uit het
tafelgesprek zal blijken
of de interesses
overeenstemmen. En uit
de tafelmanieren zal
blijken of zijn of haar
gedrag u bevalt.
MAURICE :
Ach zo?!
MARILOU :
En als ge dan met mekaar
overweg kunt, kunt ge
samen naar de Ardennen.
MYRIAM :
Hé! Dat is kei-fak! Dat
ga ik doen!
VALERIE :
Allez vooruit! Bel hem
op! Zeg dat ge seffens
in de Mc Donalds zit!
MYRIAM :
Nee, vanmiddag blijf ik
hier eten. Ik zal eitjes
koken. Hoe wilt ge uw
eitjes?
VALERIE :
Onbevrucht.
MYRIAM :
(lacht) En gij Maurice?
MAURICE :
Euh… Voor mij geen.
Want… ik ga in De
Postiljon een spaghetti
eten… met Marilou. (tot
MARILOU) Als ge wilt
tenminste. Maar het is
nu middag en ge moet
toch al op het matje
komen voor omkoperij.
Dus een spaghetti maakt
voor u de zaak niet
meer.
MARILOU :
(lacht) Gij hebt wel een
onweerstaanbare manier
om iets te vragen. OK ik
ga mee.
MAURICE :
(terwijl hij MARILOU
naar de hal loodst) Ge
MOET natuurlijk geen
spaghetti nemen. Ge
moogt ook een videeke
nemen, of een roze
zalmschotel of een steak
béarnaise.
MYRIAM :
Ik ga het water
opzetten. (af via
keuken)
(MARILOU en MAURICE af
via hal)
VALERIE :
Pa!
MAURICE :
(steekt hoofd binnen)
Ja?
VALERIE :
Met mes en vork eten,
niet slurpen, niet
boeren en niet zagen
over de deuren. Doe uw
best. Marilou is een
schat!
MAURICE :
Mag ik op haar verliefd
worden?
VALERIE :
Tot over uw oren!
MAURICE :
Dat ben ik al! (zingt
als kinderlijk plagen)
Nenenenene! (af)
(Tijdens de
hiernavolgende scène
dekken MYRIAM en VALERIE
de tafel, waarbij
eetgerei uit de kast
gehaald wordt en
eetwaren uit de keuken)
MYRIAM :
(op) Zeg Valerie. Stel
dat Jean op mij verliefd
wordt in de Ardennen.
Dat zou romantisch zijn!
VALERIE :
In een tent?! (ironisch)
Heel romantisch. Ravioli
bij zaklamp. Kussen
tussen de mieren.
Wriemelen in één
slaapzak…
MYRIAM :
(giechelt) Dat laatste
zal wel niet gebeuren.
VALERIE :
Daar zou ik zo zeker
niet van zijn. Iedere
man die ademt, is
seksueel geïnteresseerd.
MYRIAM :
Ja zeg! 't Zijn allemaal
geen Pierres, hè!
VALERIE :
(zucht) Ik wil Pierre
terug, Myriam.
MYRIAM :
Gij zijt op uw kop
gevallen! Zo'n loense
profiteur!
VALERIE :
Hij is daarstraks hier
geweest. Kwam het goed
maken. En zonder dat
kieken van een Kevin,
zou alles weer goed
gekomen zijn. Maar die
kwiet was met zijn fiets
tegen Pierre's Ferrari
gevallen. En als hij dan
nog hoffelijk geweest
was! Maar nee! Hij
maakte Pierre
belachelijk, joeg hem op
stang, betichtte hem van
smeerlapperij en
roddels. Tot Pierre
razend werd… en ik ook.
MYRIAM :
(enthousiast) Waw! Daar
had ik willen bij zijn!
VALERIE :
Dan was misschien alles
anders verlopen.
MYRIAM :
Nee, nee. Ik zou voor
Kevin gesupporterd
hebben.
VALERIE :
Hebt gij een oogje op
Kevin?
MYRIAM :
Kijk toch eens verder
dan uw neus lang is!
Kevin staat zot van u!
En hij is wel wat meer
aandacht waard, dan ge
hem totnogtoe gegeven
hebt. Hij is lief en
vrolijk, doet alles voor
u. Hij speelt butler,
helpt opruimen. En als
een ridder met een
vlammend zwaard springt
hij voor u in de bres en
verlost hij u van die
valsaard.
VALERIE :
(korzelig) Hij heeft
mijn lief buiten
gejudast en hij kan de
pot op!
MYRIAM :
(verwijtend) Blinde
vink!
(MYRIAM en VALERIE gaan
aan de gedekte tafel
zitten. Er heerst een
grimmige stilte. Even
later is er gerinkel van
glas hoorbaar op
Maurice's slaapkamer.)
VALERIE :
Wat is dat?
MYRIAM :
't Kwam van boven.
VALERIE :
Van pa's slaapkamer.
MYRIAM :
Een inbreker?
(Er is gestommel
hoorbaar)
VALERIE :
(bang) Precies wel.
MYRIAM :
(bang) Wat moeten we nu
doen?
VALERIE :
K.k.alm blijven, zeker?
MYRIAM :
K.k. Is dat alles?
(Er is weer gestommel
hoorbaar. Er heerst een
gespannen, bange stilte.
Dan BILLY grotesk woest
op via trap. Zijn
linkerhand is een
blinkende haak. Hij
heeft ros haar en ruige,
rosse snor en baard;
draagt zwart ooglapje,
groene legermuts met
rode pompon,
piratenhemd, Schots
rokje, sportkousen,
legerbotten.)
BILLY :
(woest op) Verdomme! Ge
zult een loodgieter
moeten laten komen. Ik
krijg mijn enterhaak
niet uit de chauffage.
(stoer) Hi girls! My
nickname is Billy. Ik
kom mijn prinsesje
schaken. Wie van u is
mijn hotmail Valerie,
met de sexy lingerie?
(VALERIE en MYRIAM
bekijken mekaar, wijzen
dan tegelijkertijd
mekaar aan) Me niet op
stuipjes trekken, hè! Of
mijn DOS slaat tilt! En
als mijn DOS tilt slaat,
dan lockt mijn systeem
up (luid) en dan flippen
mijn controls over mijn
Sound Blaster.
En pas op! Ik heb geen
back-up gemaakt! (hakt
dreigend met haak in de
trapleuning, wrikt
daarna de haak uit de
trapleuning)
VALERIE :
(tot MYRIAM) Hoe weet
hij dat ik hier woon?!
(MYRIAM gebaart schuldig
dat zij terug gemaild
heeft: ik – typen –
enter) Ferm! En wat nu?!
BILLY :
(komt trap af) Nu gaan
we eerst kennismaken.
(gaat stoer aan tafel
zitten, heft met plat
van de haak MYRIAM's kop
omhoog, dwingend) Wie
zijt gij?
MYRIAM :
(bang) Haar vriendin.
VALERIE :
(snel, als BILLY zich
tot haar richt) En ik
ben haar vriendin!
BILLY :
Aha! Twee vriendinnen.
Die blijkbaar allebei
moeten gedefragmenteerd
worden! Ik wil mijn
Valerie! (hakt met haak
op tafel; waarna blijkt
dat hij tegelijk in een
boterham gehakt heeft)
En choco op mijn
boterham.
MYRIAM :
(springt verschrikt op,
nerveus) Choco? In, in
de keuken. En, en eitjes
ook.
BILLY :
He ja! Tikkeneitjes. Dat
lust ik wel. Dat mag
iedere week op tafel
komen. Dat moet ik
bookmarken. Come on!
Zwier maar van alles op
tafel want ik heb
honger. En vergeet de
pickles niet. Ge hebt
toch pickles? Ik vreet
niks zonder pickles.
MYRIAM :
(bang, stotterend)
Z.zijn er pickles,
Valerie? (merkt aan
BILLY's grijns, dat ze
Valerie verraden heeft)
Shit!
VALERIE :
(boos) Ja er zijn
pickles!
BILLY :
Ah! Dat is mijn Valerie!
My darling! (trekt
VALERIE's rolstoel
dichterbij, tot MYRIAM)
Ingerukt gij! Ik wil
eten! Vooruit! Logt uit!
Geen lurkers in mijn
list. Exit! (MYRIAM af
via keuken) En,
web-misstress? Vindt ge
me ruig genoeg of moet
ge mijn begroeiing eerst
eens zien?
VALERIE :
Nee, nee. Ik geloof u.
Dat zal… ook wel… ruig
zijn.
BILLY :
Ge moogt gerust zijn!
Daar rol ik iedere dag
twee sigaretten van.
(VALERIE griezelt) Ik
neem u mee en vervul al
uw wensen, sweetheart.
Want heet als een
hoogoven ben ik ook. Ik
heb een computer virus:
de Viagra virus. Mijn
software is hardware
geworden. Dat is wel
handig. Ik rol niet rap
uit bed. (MYRIAM op met
eitjes, choco en
pickles) Is dat alles?
Haal de ijskast leeg. En
zet er wat achter!
(dreigt met de haak) Gij
zijt een attachment. En
als ge niet doet wat ik
zeg, delete ik de
attachment. Of wilt ge
ook lid worden van de
Bond van Gehandicapten?
(MYRIAM snel af via
keuken. Tijdens het
hiernavolgende draaft ze
in en uit de keuken en
zet een vracht eetwaar
op de tafel. BILLY prikt
en smeert allerhande
tegenstrijdige eetwaren
aan de haak, als ware
het een spit.)
VALERIE :
Ik ben gehandicapt. Ik
kan niet lopen.
BILLY :
Good! Dan moeten we maar
één lidkaart betalen. En
dan kunt ge ook niet
gaan lopen, zoals die
vorige teven.
VALERIE :
(kijkt vol afgrijzen
naar BILLY's onsmakelijk
pleisterwerk) Ik had
iemand gevraagd met een
doedelzak. Gij hebt geen
doedelzak!
BILLY :
(veelbetekenend) O
jawel! En daar moogt gij
na het eten al op
spelen. Ik heb zo'n
gedacht, dat gij met uw
muis al mijn hyperlinks
gaat willen aanklikken.
VALERIE :
(na kort, afgrijzend
observeren van BILLY's
“sandwich”) Zijt gij
directeur van een
melkerij?
BILLY :
Yep. En nog wel van een
biologische melkerij. Ik
heb twee geiten.
VALERIE :
Ik ga niet mee!
BILLY :
Cool! Dan kan ik u écht
schaken! Met u ga ik
veel hete spelletjes
kunnen spelen, poppeke!
VALERIE :
(observeert kokhalzend
BILLY's bezigheden) Hoe
gaat gij mij kunnen…
strelen, met dat… spit?
BILLY :
Maar poeske! Hier kan ik
toch van alles op
prikken! Van een
software flow control
tot een plug-in. (bijt
in de poespas op de
haak, zodat zijn mond
vol viezigheid hangt)
VALERIE :
Ik wil u niet!
BILLY :
Maar ik wil u wel! This
is love at first byte,
my dear! En moest ge een
paar bestandjes hebben,
die niet direct op mijn
systeem draaien, dan
configureer ik die wel.
(plakt smakkende zoen op
VALERIE's wang, zodat
VALERIE onder de
viezigheid hangt) Mm… Er
mankeert precies nog
iets. Ah! Een paar
“tikkenaaikes”! (neemt
een hard gekookt ei)
Oe-oe! Dat is heet.
(laat het ei ophoog
wippen om af te koelen)
Kijk Valerie! It's
quick-time! Met
wav.-bestand!
(BILLY staat dan op en
geeft een show ten beste
van zang, dans en
jongleren met het ei =
omhoog werpen tijdens
het dansen en tijdig
opvangen. Zingt op de
muziek van “I'm getting
married in the morning”
van “My Fair Lady”)
You like an “aaike” in
the morning
you like a “tikkenaaike”
too
you like an “aaike”
you like an “aaike”
We both like
“tikkenaaikes” too.
BIILY :
(breekt vol bravoure de
schaal op zijn
voorhoofd, verpulvert de
eierschaal en prikt het
ei op de haak) Tweede
strofe!
(BILLY neemt per
vergissing een van de
rauwe eieren, die MYRIAM
inmiddels op tafel gezet
heeft en herbegint de
show. “You like an
aaike” enz. Tijdens deze
show MYRIAM af via
keuken en weer op, met
borstel. Op het ogenblik
dat BILLY het rauwe ei
op zijn voorhoofd kapot
klopt, wil MYRIAM met
borstel toeslaan, maar
BILLY beweegt te veel.
BILLY merkt haar
poging.)
BILLY :
(dreigend) Ik heb de
indruk dat ik uw
c-schijf eens moet
formatteren. (rukt
borstel uit MYRIAM's
handen, slaat de steel
op zijn knie; de steel
breekt in twee) Er
zitten bugs in uw
programma's.
(MYRIAM loopt de trap
op. BILLY achtervolgt
haar)
VALERIE :
(bekogelt BILLY met hard
gekookte eieren) Laat
haar gerust, bullebak!
Vieze Barbarossa! Ga
weg! (MYRIAM af )
Myriam, laat me niet
alleen!
BILLY :
Die directory hebben we
niet nodig, poeske.
Komaan, hou op met uw
cookies en let's plug
and play, darling! (wil
zich duidelijk aan
VALERIE vergrijpen)
VALERIE :
(razend, terwijl ze op
BILLY in chargeert, om
hem met de voetsteunen
van haar rolstoel
onderuit te halen, zodat
BILLY zich voortdurend
moet verschansen: in de
zetel wippen, op een
stoel klauteren enz.) Ik
play niks! Ik plug niks!
Ik “cut uw poten van uw
lijf en “paste” ze in de
prullenbak, vettige
computerfreak! Rosse
bulldozer! Delete,
delete, delete! Maak dat
ge weg zijt! Ga met uw
gefarceerde keuterhaak
onder mijn ogen
onderuit! Logt uit! Laat
me gerust!
BILLY :
(heeft een stoel genomen
en houdt de poten
beschermend voor zich
uit, nadert VALERIE,
dreigend) Genoeg
gescrollt met uw Word
processor, baby! Nu
beginnen we aan de
virtual reality, met
pijltje omhoog en enter!
VALERIE :
(wil vluchten via haar
slaapkamer, botst in
haar hevigheid tegen de
deurstijl) Shit! Waarom
hebben wij geen brede
deuren!
BILLY :
(terwijl hij VALERIE's
rolstoel grijpt en haar
naar de computer voert)
Kom, we bekijken eerst
wat hete webpages. Dan
zijn we rap geüpdatet.
(start computer)
(de bel gaat)
VALERIE :
(blij) Ze bellen! (wil
gaan opendoen)
BILLY :
Hier blijven! En heet
worden!
VALERIE :
(van weerloosheid het
wenen nabij) Maar zoekt
dan toch een valide
hoer, verdomme! Ge ziet
toch dat ik gehandicapt
ben! Ik kan amper de
halve Kama Sutra
klaarspelen. Wat hebt ge
dan aan mij?! En ik ga
aan u ook niks hebben.
Want ik ben bang van uw
vleeshaak.
BILLY :
(streelt VALERIE's wang
met de haak) Ik zal
voorzichtig zijn.
VALERIE :
(wanhopig snikkend) Ik
wil geen kapitein Hook!
Ik wil geen
gehandicapte! Ik wil… ik
wil… (snakt naar adem,
er wordt gebeld, dan
zachtjes snikkend,
smekend)… Kevin…
MYRIAM :
(op via trap met
haardroger, dreigend
terwijl ze de trap
afkomt) Handen omhoog of
ik schiet! (BILLY en
VALERIE steken
bliksemsnel de handen in
de lucht, En gij naar de
keuken, Valerie! Rap!
(VALERIE af via keuken)
Want 't is maar een
haardroger! (snel af via
hal)
BILLY :
(draait zich woest om,
maar MYRIAM is al weg,
wendt zich dan tot de
keuken, waarvan één
klapdeur openstaat) Of
ge nu een gecrashte
schijf zijt of niet, ik
wil u! Met of zonder uw
input! (wil keuken
binnengaan)
VALERIE :
(laat op dat moment de
klapdeur los, zodat de
deur onzacht tegen BILLY
terechtkomt, off set) Ik
moet u niet! Ga weg!
Varken! Rosse zwabber!
(VALERIE blijft BILLY
scheldnamen toeroepen en
slingert
keukenvoorwerpen naar
buiten “Bullebak!
Smeerlap! Rosse duivel!”
enz. BILLY tilt woest de
klapdeuren uit de
hengsels, ontwijkt de
toegeworpen voorwerpen,
dan af via keuken,
terwijl hij VALERIE's
scheldwoorden met
scheldwoorden
beantwoordt “Teef!
Bitch! Loeder! Heks!”
enz. MYRIAM en KEVIN met
bloementuil op.)
MYRIAM :
(bang) Doe iets Kevin!
Hij is in staat om haar
te stoven!
VALERIE :
(angstig off set) Weg
met die joystick! Nee!
Help!
(KEVIN duwt bloemen in
MYRIAM's handen en
stormt de keuken in. Er
is een spectaculaire
tumult hoorbaar:
gestommel, gekletter,
geschreeuw, mokerslagen,
pijnkreten van BILLY,
angstige kreten van
VALERIE, gejammer van
BILLY, schotels vliegen
de living in… Dan KEVIN
en BILLY op. Bij de
groggy en jammerende
BILLY prikt de haak in
zijn eigen achterste.
KEVIN heeft hem beet met
snor en baard en sleurt
hem resoluut af via hal.
VALERIE op)
MYRIAM :
(blij) We zijn er van
af!
VALERIE :
(geestdriftig) Ge had
Kevin moeten zien! Die
bokste, mepte, stompte,
sloeg de ene uppercut na
de andere op dat
terracotta bakkes!…
Ongelooflijk! Hij was
geweldig… (verliefd) Hij
IS geweldig.
MYRIAM :
(geeft de bloemen aan
VALERIE) Hier, geef hem
de palm en een dikke
kus. Hij heeft het
verdiend.
VALERIE :
Van waar komen die
bloemen?
KEVIN :
(op) Die heb ik
meegebracht. Ik wou… het
komen goed maken. Ik had
daarstraks Pierre niet
mogen buiten treiteren.
(lachend) Ik ben hier
precies zo'n beetje de
buitenwipper, hè?
MYRIAM :
Kevin, gij zijt een
held!
VALERIE :
Ge krijgt de palm.
(geeft de bloemen aan
KEVIN)
MYRIAM :
(tot VALERIE) Is dat
alles?!
VALERIE :
(ietwat verlegen) En een
kus. Maar dan zult ge u
moeten bukken.
KEVIN :
(onwennig) Wow! Ge gaat
mijn dag goed maken!
(bukt zich, VALERIE kust
hem vluchtig, daarna
drukt hij een kus op
VALERIE's wang) Sorry
voor daarstraks. Die
bloemen zijn voor u.
VALERIE :
Ge moet u niet
excuseren. Ge hadt
gelijk. Pierre was niks
voor mij.
MYRIAM :
Kom. Ik zal die bloemen
in een vaas zetten en
tegelijk de keuken
oprommelen. Volgens de
jingles van daarstraks,
heb ik daar nog minstens
een uur werk. (knipoogt
naar VALERIE, af via
keuken)
KEVIN :
Zal ik gaan helpen?
VALERIE :
Nee, blijf hier... Ik
zou graag hebben dat ge
bij mij blijft. Tenzij
ge bij Myriam wilt zijn.
KEVIN :
Ik kom voor u! Ik ben
graag bij u… Ik zou
altijd bij u willen
zijn.
VALERIE :
(glimlacht) Gij zijt zo
lief.
KEVIN :
Gij ook. (na korte
stilte met oogcontact)
Ik zou u nog eens willen
kussen… Maar dan langer…
en anders…
VALERIE :
Ik zou u ook… langer en
anders willen kussen.
KEVIN :
Ik hou van u.
VALERIE :
(bedelend) Kus me dan!
KEVIN :
Zal ik u ineens kussen,
zoals gij het graag
hebt?… Met boter?
VALERIE :
Oh Kevin! Gij denkt ook
aan alles! Ja, met
boter. En lang, heel
lang!
(Romantische
achtergrondmuziek. KEVIN
heft VALERIE uit de
rolstoel en zet haar op
de tafel, op het pakje
boter . VALERIE zakt met
verheerlijkt gezicht in
de boter. KEVIN en
VALERIE kussen elkaar.)
Doek |